« Mourir c’est partir un peu », zo parafraseerde de Franse chansonnier Georges Brassens (°Sète, 22/10/1921) het bekende Franse gezegde. Op 29 oktober 1981 is ook hijzelf op zestigjarige leeftijd “vertrokken”. In alle stilte, in alle eenvoud, met zelfs een dosis zwarte humor zoals hij bij leven en welzijn het zou hebben gewenst. Zijn dood en begrafenis waren als het ware geënsceneerd naar een van zijn chansons.

Politici wikken maar poëten beschikken. Neen, dit is niet verkeerd geciteerd, ook al kunnen de uiterlijke omstandigheden er soms de schijn van hebben dat het omgekeerde waar is. Denken we maar aan de Chileen Victor Jara bijvoorbeeld die in het stadion van Santiago de Chili werd afgeslacht door de junta. Maar zoals gezegd, dit is maar schijn. Een poëet, en dan vooral iemand die onder het volk leeft, erin is opgenomen en erdoor gestimuleerd, in tegenstelling tot de academische, elitaire Ivoren Torenbewoner, raakt vaak dieper de menselijke ziel en de Tijd heeft alleszins veel minder vat op zijn geschriften. Hij bindt generaties, hij slaat bruggen, hij voelt de polsslag van een zieke mensheid.
Brassens was niet zo maar één van die dichters, hij was één van de grootste. Als zanger schakelde hij zich in in een lange keten die we gemakshalve kunnen laten beginnen bij de oudst bekende in het westen, Homeros. Zoals die met de snaren van zijn lier ook de gevoelige snaren van zijn toehoorders deed trillen, zo beroerde Georges Brassens eveneens zijn publiek. Maar terwijl de Ouden aangewezen waren op mondelinge overdracht, zo maakte de technologie het mogelijk dat Brassens via de grammofoonplaat miljoenen mensen bereikte. 25 miljoen platen gingen er van hem bij leven en welzijn de deur uit en zoals gebruikelijk (denken we maar aan Elvis Presley of John Lennon) mogen we daar nog talrijke miljoenen bij tellen in het halo van zijn dood.
Georges Brassens bleef daar echter stoïcijns bescheiden onder. Vreemd, maar mij doet hij denken aan onze Louis Paul Boon. Vreemd omdat het algemeen bekend is dat Louis niet erg veel van muziek hield. Maar ook niet zo vreemd als men bedenkt dat ook Brassens “een tedere anarchist” is. Teder, maar toch de mensen een geweten schoppend. De vergelijking kan zelfs worden doorgetrokken tot hun beider erotische voorkeur. Ook Brassens bezingt de schoonheid van de Lolita’s en hij achtte deze liedjes zeker niet minder dan die waarmee hij commentaar gaf op onze maatschappij.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.