Voor de meeste van onze lezers zal volksdansen nu niet precies in de onmiddellijke interessesfeer liggen. Daarom hebben we op het Festival van Schoten gewacht – toch nog steeds hét volksdansfestival voor de buitenstaander – om u via een gesprek met Georges Van Straten, de voorzitter van de “Federatie Vlaamse Socialistische Volkskunstgroepen”, duidelijk te maken dat deze vorm van volkskunst niet het monopolie mag zijn van uiterst conservatieve kringen. Is in progressieve middens volkskunst meestal synoniem van protest- en strijdliederen, dan kan ook de beoefening van het volksdansen bijdragen tot een groter politiek bewustzijn. Eigenlijk is het zelfs zo dat de linkse beweging beter aangewezen is dan, laten we maar zeggen, de Vlaams-nationalistische groeperingen om dit soort cultuur te brengen. Nietwaar, mijnheer Van Straten?

Georges Van Straten: Zeer zeker. Wij zijn immers internationaal ingesteld en wij zien het dus niet als onze plicht om bijvoorbeeld met leeuwevlaggen te gaan zwaaien, ook al affirmeren wij ons tegelijkertijd ook als Vlaams. Vandaar dat wij ieder jaar een grote manifestatie brengen die internationaal is gericht. Zo hebben wij een Griekse dag gehad in Berchem met meer dan duizend aanwezigen en op 8 december van vorig jaar hebben wij een Zuid-Amerikaanse dag gehouden op het Kiel die tot een reusachtig succes is uitgegroeid. Nochtans was dit zeer dilettantisch gestart. Spontaan boden echter meer en meer groepen hun medewerking aan. Zo bijvoorbeeld de Casa Chile en Los Paraguayos, dus niet de eerste de beste. Eigenlijk hadden we een avondvullend programma kunnen brengen rond als die mensen apart, maar wij hebben ze allemaal tesamen gebracht, vandaar ook wel het ietwat chaotische verloop van de avond. Totaal onaangekondigd verschenen daar verder nog de Grupo Socialiste de Chile uit Brussel, Fernando Gonzales uit Nederland en de grote verrassing kwamen van zangeres Martina Portocarero die praktisch rechtstreeks uit het vliegtuig van Peru kwam gestapt en fantastische strijdliederen heeft gebracht. Dat heeft ze nadien in Parijs nog eens overgedaan in niets minder dan L’Olympia. Uiteraard was iedereen erg entousiast over die avond en ik denk dan ook dat dit een zeer belangrijke propagandistische dag is geweest voor onze federatie. En dat was nodig want eerlijkheidshalve moet is toegeven dat tot twee, drie jaar geleden de federatie niet erg gepropageerd, zodanig zelfs dat we op een bepaald moment onze erkenning dreigden te verliezen. Men kwam nog wel bij elkaar, maar naar buitenuit was daar weinig van te merken. We hebben toen het roer resoluut omgegooid en op een tijdspanne van twee en een half jaar zijn we van twintig naar vijftig groeperingen gestegen. Het doel van de federatie is, naast het groeperen, vooral het stimuleren en het begeleiden. Voor volksdansen hebben we bijvoorbeeld lesgevers. Ook trachten we al die groepen die nu bestaan en die groter zijn in aantal dan meestal wordt gedacht, tot de federatie te brengen. Zo zag ik op een volksdanstreffen van Opsinjoorke verscheidene groeperingen die zich socialistisch noemden, maar die niet aangesloten waren bij de federatie. Nochtans is het noodzakelijik samen een hechtere band te smeden om een tegengewicht te vormen voor de andere, laten wij zeggen christelijke georiënteerde groeperingen. Onze werking is immers van gelijke kwaliteit maar toch worden wij zeer karig bedeeld met subsidies en worden wij niet au sérieux genomen.

“DE LINKSE STRIJD IN MUZIEK VERKLANKEN

– Berchem, Kiel… Zou het kunnen dat de federatie zich niet over héél Vlaanderen uitstrekt?

G.V.S.: Tot die crisis van twee jaar geleden was dat zeker het geval. Van de twintig groeperingen kwamen er zeker vijftien uit het Antwerpse. Maar sindsdien hebben we bewust aan een spreiding gedaan. Dat is ons gelukt in zoverre dat er in het Leuvense nu bijvoorbeeld zo’n vijf à zes groeperingen actief zijn en dat we voor het eerst de hoop hebben dat in het Limburgse groeperingen gaan aansluiten. Kortom, we zitten duidelijk in de lift.

– Hoe moet ik de term “socialistisch” interpreteren?

G.V.S.: Het is zeker niet onze taak om via deze federatie de mensen lid te doen worden van een of andere politieke partij. Maar natuurlijk zijn we wel links georiënteerd.

– En dat is niet onbelangrijk als men vaststelt dat de folkrevival op het eind van de jaren zestig er is gekomen met mensen als Wannes van de Velde of Walter De Buck die zich zeker links opstelden en die precies wilden reageren tegen volksdanstoestanden van, laten we zeggen, landelijke, katholieke of Vlaamsnationalistische signatuur…

G.V.S.: Spijtig genoeg wel, ja.

– En nu kan u wel van inspiratie links zijn, maar volksdansen blijft toch volksdansen?

G.V.S.: Dat klopt natuurlijk, maar dat vind ik juist zo spijtig, dat het etiket dat jarenlang op volksdans is gekleefd, dat dit zo rechts was. En inderdaad, we kunnen niet ontkennen dat men dat vendelzwaaien en zo men wel probeert bepaalde zaken in eng-nationalistische zin naar voren te brengen. Maar volksdans is schoon, dat is cultuur, dat heeft kleur, dat heeft klank, dat is internationaal, wij brengen alle aspecten van de cultuur van al die landen, die ons zo nauw aan het hart liggen. De traditionele verenigingen brengen dit niet. Zij zitten voortdurend op dat eigen culturele aspect door te bomen. Wij proberen daarentegen de linkse strijd in muziek te verklanken. Vandaar dat bijvoorbeeld een groep als Zorbades, zich werkelijk thuis voelt bij ons, als uiting van hun cultuur, maar ook van hun politieke aspiraties in Griekenland. Vandaar ook dat wij voor onze Griekse dag in 1983 alle sympathie hebben gekregen van de Griekse ambassade en dat tal van groepen hun belangloze medewerking hebben toegezegd. Zo hebben we verder ook een Turkse volksdansgroep, namelijk Kavac op het Kiel, …

– Ik zie dat jullie daarnaast ook veel contacten hebben met Israël. Heeft dat ook met die specifieke Antwerpse situatie te maken?

G.V.S.: Dat zou kunnen, ja, maar dat wil daarom niet zeggen dat wij gesteund worden langs de ambassade en zo, dat is niet het geval. Maar in “mijn” Hoboken is er inderdaad een groep Shoshanim (Rode Roos) genaamd, die zich specialiseert in het brengen van Israëlische volksdansen. Dat zijn natuurlijk Belgen, net zoals de Zoldermotten van Kontich die geregeld Griekse en Israëlische dansen brengen. En in onze periodiek “De Ronde” komen ook geregeld landen aan bod die wij cultureel interessant vinden, al kan je cultuur niet afzonderen van andere zaken, politiek is ook cultuur.

“MINDERWAARDIGHEIDSCOMPLEX

– Zou men zover mogen gaan om te beweren dat in tegenstelling tot de Vlaams-nationale groeperingen jullie dan eerder onze eigen dansen gaan verwaarlozen?

G.V.S.: Dat zou dan een spijtig misverstand zijn. Want op 11 juli nemen wij bijvoorbeeld wel deel aan de manifestaties. Decennia lang hebben wij wat dat betreft met een minderwaardigheidscomplex rondgelopen, maar in feite is het precies omgekeerd: de socialisten staan dichter bij het volk en daardoor kunnen zij beter zijn cultuur volgen en begrijpen.

– Maar men zou daar wel kunnen tegenover stellen dat volksdansen eigenlijk een landelijk karakter heeft, omdat de arbeiders in de steden vooral vroeger wel wat anders om handen hadden dan te dansen… En nochtans is het precies in de steden dat het socialisme het best aantikt.

G.V.S.: Daar zit iets in, maar wij willen volksdansen loskoppelen van dat landelijke karakter. Wij willen een beeld geven van de cultuur in zijn totaliteit en dan hoef je niet noodzakelijk naar het land te gaan, maar naar de mensen. En de mensen vind je nu méér in de stad dan op het land. Bovendien heeft de CVP-staat de landelijke cultuur doorgedrukt, onder andere door de fusies. Men merkt duidelijk dat daar waar er vroeger een culturele werking was, die na de fusies werd verstikt. En ik durf te beweren: moedwillig. Komt daarbij nog dat de behoefte aan cultuur groter is in de stad dan op het platteland.

– U legt telkens de nadruk op het feit dat volksdans een uiting is van cultuur. Zijn de verenigingen echter niet vaak een soort vrijetijdsbesting?

G.V.S.: Och, volksdans is zeker een belangrijk aspect van de vrijetijdsbesteding, misschien zelfs meer dan cultuur, maar anderzijds kan een vrijetijdsbesteding ook tot cultuur, uitgroeien. Toch is het zo dat verscheidene groeperingen zich inderdaad niet wagen aan demonstraties, nochtans zijn die erg belangrijk op financieel en propagandistisch vlak. Die groepen stellen echter: wij hebben geen geld nodig, wij doen dat enkel om ons te amuseren.

– En kunt u dan een profiel tekenen van de leden van die groeperingen? Als leek zou ik zo bijvoorbeeld denken dat er meer vrouwelijke dan mannelijke belangstelling is.

G.V.S.: Daarin moet ik u gelijk geven, vooral dan wat de derde leeftijd betreft.

– En maken die vooral de dienst uit?

G.V.S.: Er zijn wel belangrijke groepen van senioren, maar reeds bij een eerste kennismaking viel mij op dat veel mensen volksdansen beoefenen en dat er ook belangstelling is bij de jongeren.

– Verliest u de jeugd niet aan Michael Jackson?

G.V.S.: Ik denk dat we meer en meer anti-Jackson-fans krijgen. Het verwondert me soms dat men zoveel nieuwe gezichten ziet. En dat die zo gemotiveerd zijn. Dat die niet enkel komen om wat passen te doen maar dat die aan de hand van de activiteiten tot een groter politiek bewustzijn komen. En eigenlijk is het vooral dat wat mij interesseert. Toen ik drie jaar geleden dit voorzitterschap in moeilijke omstandigheden overgenomen, kende ik eigenlijk niets van volksdans. Ik zag het dan ook als een overgangsfunctie, maar ik heb er meer en meer plezier in gekregen zodanig dat ik er nu voor 200% achtersta en vastbesloten ben van er iets van te maken.

Referentie
Ronny De Schepper, Volksdansen is ook “onze” regel wel, De Rode Vaan nr.28 van 1985

LANDELIJKE VERENIGING VOOR DANS EN BEWEGINGSTHEATER
Ommeganckstraat 56, 2018 Antwerpen
tel.03/233.01.46

HISTORIEK

De socialistische volksdansbeweging heeft een vaste vorm aangenomen onder de benaming Federatie van Vlaamse Socialistische Volkskunstgroepen op 27 maart 1961.

Zij werd opgericht ter coördinatie van de verschillende socialistische volks­dansgroepen die reeds bestonden in afdelingen van de Natuurvrienden, in de Bond van Socialistische Gepensioneerden en in de jongerenorganisaties, maar ook van onafhankelijke gegroeide groepen.

De federatie nam de vorm aan van een vzw op 13 februari 1964.

In de jaren ’90 werd de benaming Landelijke Vereniging voor Dans en Bewe­gingstheater aangenomen.

DOELSTELLING

De LVDB stelt zich tot doel de beoefening en verspreiding, de ondersteuning en propagering van de volksdans als middel tot gezonde ontspanning, doch ook als uitdrukkingsmiddel van vrijheid en arbeidersstrijd, de culturele verheffing van de arbeider.

Naast de volksdans gaat de belangstelling uit naar alle creatieve uitingen van het gemeenschapsleven, onder andere volkszang en -liederen, handwerk, herwaarderingswerken in verband met het dorpsleven.

Daarnaast besteedt men ook aandacht aan de modernste vormen van bewegings­theater.

WERKING

De LVDB is aanwezig in 4 van de 5 provincies van Vlaanderen. Zij heeft volks­dansgroepen in vele gemeenten, vooral rond Antwerpen en omgeving, de Rupelstreek, het Gentse, Sint-Niklaas en het Leuvense.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s