Onlangs had in Ontmoetingscenttum Westrand te Dilbeek het jaarlijkse Radioolfeest plaats. “Radiool” zijnde het kinderprogramma van BRT 2-Omroep Brabant. De tegenhanger op BRT 1, “Van kattekwaad tot erger” (bovenstaande foto), had zich spontaan bij de festiviteiten aangesloten en bracht zelfs de creatie van “Marjorein de majorette” rechtstreeks in de ether. Het kinderbal door Stekelbees werd anderzijds door “Radiool” ingeblikt. Een geknipt ogenblik dus voor een gesprek met Els Loos, producer van “Kattekwaad”, en Madeleine Sergooris en Gaby De Moor, programmamakers van “Radiool”, onder het krítische oog van hun producer Wim Van Gansbeke…

NOODZAAK
De logische eerste vraag was natuurlijk een korte schets te geven van het tot stand komen van beide programma’s.
Madeleine Sergooris: Omroep Brabant heeft sinds september 1976 een kinderprogramma. Dat bestond toen uit enkele losse gemonteerde uitspraken van kinderen die wekelijks op het einde van het dinsdagnamiddagprogramma «Variaties» werden uitgezonden. In september 1977 werden die paar minuutjes één kwartier. Na twee seizoenen vonden wij de tijd rijp voor enige vernieuwing. 1979 werd bij Omroep Brabant het zondagskind Radiool geboren. Radiool was een talkshow waarin één onderwerp per uitzending met kinderen werd uitgediept: rechtstreeks rond de studiotafel met al dan niet gemonteerde uitspraken terzake die buitenshuis waren opgenomen. Een vast ingrediënt in Radiool was het Kinderjournaal. Gaby De Moor vertaalde hierin actualiteitsnieuws van de afgelopen week in een voor kinderen begrijpelijke vorm.
— Toen jullie in het begin van dit seizoen overgeschakeld zijn naar de kinderredactie heb ik daarop nogal negatief gereageerd (zie r.v. nr.42) op basis van de eerste twee uitzendingen, op dit moment ben ik echter geneigd deze mening te herzien. Wat is er precies gebeurd ? Een strengere hand ?
Gaby De Moor
: De eerste uitzending, die vanop het radio- en TV-salon, zou ikzelf niet mee tellen want dat was één groot misverstand. Vanaf de tweede uitzending hebben we dan geprobeerd van die formule uit te testen, want ervaring heb je daar uiteraard niet mee. En het is maar pas na een drietal uitzendingen dat je kan zien: daar loopt het mank, daar moet het veranderen enz. Het grootste probleem was de rechtstreekse presentatie in de studio. En dan ook de onderwerpen zelf. Een groep kinderen bij elkaar, die voorstellen zijn niet zo concreet. Daarom hebben wij vanaf de tweede vergadering van de kinderredactie een strengere selectie doorgevoerd op basis van concrete voorstellen in de brieven van de kinderen.
Madeleine Sergooris: Begeleiding moet er zijn. Je kan kinderen niet in het wilde weg een bandopnemer in hun pollen stoppen en zeggen: ga de straat op en kom terug met twee bandjes of zo. Dat kan je niet. Vandaar dat ik meteen de stelling van Eric Hulsens wil opvangen als hij zegt: « kinderen aan de macht », dat is flauwe kul. Je moet wel zoveel mogelijk macht aan de kinderen geven, maar je moet met hen werken. Al is het programma vooraf helemaal gemonteerd, toch gaat het rechtstreeks. Men heeft al voorgesteld om ook de prestatie op te nemen, maar daar ga ik niet op in omdat we dan niet meer op de actualiteit kunnen inpikken, telefoongesprekken voeren e.d. En daarbij, we moeten het beeld van de Vlaamse kinderen niet proberen te vervalsen. Vlaamse kinderen praten niet goed, o.k., dan moet dat ook zo maar overkomen. Ze zijn niet vlot, idem. Ook in de hoop dat het tot een aantal leerkrachten doordringt
dat ze dringend iets moeten doen aan het lezen, want dat is echt afschuwelijk. Er zijn geen kinderen die kunnen lezen. Technisch wél natuurlijk, maar die leesdreun ! Dat hoor je trouwens ook aan beginnende nieuwslezers.
DE BESLOTENHEID VAN HUN EIGEN KAMER
— En «Kattekwaad» ?
Els Loos
: Wij zijn nu een jaar bezig. Vroeger waren de drie groepen gesplitst: kleuters, kinderen (lagere schoolleeftijd) en tieners. Sinds ’81 is dat tot één blok uitgegroeid op woensdag, van twee tot vier op BRT 1. We beginnen met het kleuterverhaal en aangepaste muziek. We hebben immers ondervonden dat wat je op radio voor kleuters kan doen het best in verhaalvorm wordt geserveerd. Er zijn ook gesprekjes met jonge kinderen, meestal heel prettig voor volwassenen maar of ook de leeftijdsgenoten daar iets aan hebben dat is de vraag die ons nu bezighoudt. Van halfdrie tot halfvier richten we ons naar de lagere schoolkinderen. Zowat drie keer op vier zitten er dan ook kinderen in de studio. De onderwerpen worden grotendeels door hen bepaald. Dat gaat van de neutronenbom over alternatieve schoolreizen en consumptie op school naar verzamelen e.d. We hebben ook de opdracht “service en informatie”, vandaar een toneelkalender b.v. met meestal besprekingen van premières. Verder is er ook een serie luisterspelen van Gie Laenen. Het laatste halfuur is voor tieners, zo vanaf elf, twaalf jaar, tot zeventien jaar, achttien, negentien jaar. Die komen ook rechtstreeks in de studio als het hen aanbelangt.
— Het is zeer opvallend dat er op de radio allerlei vernieuwingen zijn terwijl televisie (de tienerprogramma’s « Toets » en « Een vinger in de pap » niet te na gesproken) verstard blijft. Nochtans vraag ik mij af of kinderen anno 1981 niet méér door het medium televisie worden aangesproken dan door de radio ?
Els Loos
: Absoluut. De impact van televisie is veel groter. « Het Schildpadplein » (BRT-televisie) begint wel na ons maar wij overlappen wel eens met naschoolse activiteiten. Als het goed weer is zijn ze sowieso buiten. Er zijn ook veel kinderen die eigenlijk niet thuis zijn. Die door onthaalmoeders worden opgevangen of door grootouders. Maar het voordeel tegenover televisie is dat een kind wel al eens een portatief heeft en daarom willen we proberen om net als in Nederland zaterdagmorgen of zondagmorgen zendtijd te krijgen. Zodat ze in de beslotenheid van hun eigen kamer hun eigen programma hebben.
— Hoe zit het met de respons ?
Els Loos
: Die begint op gang te komen. Brieven, telefoons… We hebben een kinderredactie sinds september. Tien, vijftien kinderen die maandelijks samenkomen.
— Krijg je door de moeilijke onderwerpen enerzijds en het zelf radio maken anderzijds niet een bepaald soort kinderen ? Heel intelligent, uit bepaalde sociale klassen enz. ?
Els Loos
: Tot onze verrassing niet. De kinderredactie b.v. is gewoon samengesteld op basis van vraag en aanbod en we hebben kinderen uit alle lagen van de bevolking. Het heeft onszelf verrast want we hadden ook gevreesd voor de kinderen die meer door hun ouders worden gestimuleerd, maar dat is helemaal het geval niet.
Madeleine Sergooris : Het is geenszins de bedoeling, maar bij ons blijkt wél dat bij de kinderen die zich aanmelden een vorm van natuurlijke selectie is opgetreden. Dit wil zeggen dat het in de meeste gevallen kinderen zijn die uit de middenklasse komen, weinig kinderen uit arbeidersmilieus. We hebben een paar gegevens van de BRT-studiedienst, en daaruit blijkt dat wij echt een “middle-class” programma zijn.
TABOES
– Ook bij de respons dus ?
Madeleine Sergooris
: Daar is het moeilijker te controleren. Meestal staat er in de brieven immers niet bij uit welk milieu ze komen, maar vaak vinden we toch formuleringen als “ik volg ballet”, “ik volg muziek”, “ik doe dit” of “ik doe dat”. Ik zou graag eens een briefje krijgen van een kind dat zegt : “ik doe niets, ik ga met mijn vader naar de voetbal en dan naar het café”. Maar blijkbaar zijn die niet zo
radio-minded. Ik denk dat die gewoon voor het medium geen belangstelling hebben.
Gaby De Moor : Het is dikwijls door de gewoonten van de ouders dat de kinderen in contact komen met het programma. En het zijn ook zij die de kinderen stimuleren.
Madeleine Sergooris : D’r zijn er echt bij die de carrière reeds hebben uitgetekend, zo van “als hij bij Radiool begint, dan werkt hij later op de nieuwsredactie”. Maar dat heb je rap door, hoor, want dan zegt die kleine: “Ja, ik moet komen omdat mijn moeder dat gevraagd heeft”. En dan zeggen wij: “Dat is dan spijtig, jongen, je mag wel meewerken maar je moet zelf met initiatieven komen.” We proberen dus steeds die gezagsrelatie waar een kind steeds aan onderhevig is, op school, thuis, enz. om die af te bouwen. Wij zijn geen meesters, wij zijn geen ouders, wij zijn geen cheffen, wij zijn geen bazen. En als je hen dat vlug laat voelen, dan bloeien ze wel open.
Els Loos : Bij ons is de respons van ouders niet zo groot. Het is meestal uit de hoek van verontruste ouders dat er reactie komt. In de zin van dat we de radio gebruiken om de kinderen te “verknoeien”.
– Hou je rekening met die opwerpingen ? Ik bedoel : zijn er nog bepaalde taboes ?
Els Loos
: Absoluut. In onze “volwassen” redactie zijn er uitersten. Volgens enkele medewerkers kan alles maar ik denk dat ik wel de ingebouwde rem-refleks heb. Misschien ook met mijn eigen kinderen, zoiets van “dat mag allemaal wel, maar dan liefst niet via de radio”. Zo hebben we een discussie gehad over het gebruik van het woordje “zak”, in de zin van “’t zijn allemaal oude zakken”.
– Dan zijn de grenzen blijkbaar nog niet zo ver verlegd als ik had gedacht ?!
Els Loos
: Nee, er is … je kan het moeilijk zelfcensuur noemen, maar van de andere kant hebben we een uitzending gehad n.a.v. het optreden van Robert Long en Leen Jongewaard en dan wisten we vooraf dat we het onderwerp van homoseksualiteit niet zouden kunnen omzeilen.
– Merkwaardig, de taboes betreffen dus niet zozeer meer het onderwerp als zodanig maar de formulering ervan ?
Els Loos
: In principe is geen enkel onderwerp taboe, nee.
Madeleine Sergooris : Bij ons zijn die verontruste ouders toch maar klein in aantal, hoor. De eerste jaren wel. Als we toen reacties kregen van volwassenen was het meestal in de zin van “dat onderwerp hebben jullie aangebracht, de kinderen worden gemanipuleerd” enz. Ik werd daar soms kwaad door. Ik dacht : geloven ze dat nu niet ? Maar stilaan is het verminderd en de laatste weken krijgen we zelfs ontzettend veel felicitaties. En van volwassenen, én van kinderen. Er is ook veel belangstelling van studenten, van opvoeders, van universiteiten. Dat is een unicum bij ons. Ik geloof dat er geen enkel radioprogramma is dat die respons krijgt uit de academische wereld.

Referentie
Ronny De Schepper, « Het beeld van de Vlaamse kinderen niet vervalsen », De Rode Vaan nr.52 van 1981

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.