Met “Dertig frustraties van een gefrustreerde dertiger” heeft Roel Denijn uit Mechelen de eerste monologenwedstrijd van de vzw Playerwater in Kapelle-op-den-Bos gewonnen. Met deze zelf geschreven en geregisseerde tekst ging hij Ivo Ceulemans vooraf, die zijn monoloog “Honduras” ook al zelf schreef (Jaak Van Assche regisseerde) en de derde prijs ging naar Jef De Smedt met “Uit vissen”. De wedstrijd was zo’n succes dat er reeds naar een vervolg wordt uitgekeken. Ondertussen spraken wij met de triomfator die volgens het juryrapport “talent te koop” zou hebben, ook als zanger. Moeten we ons dan deze monoloog eerder als een cabaretnummer voorstellen?

Roel Denijn: Inderdaad, ik ben heel doelbewust afgeweken van het stereotiepe idee dat mensen hebben over monologen, namelijk een bepaald typetje dat een verhaal komt vertellen. Ik heb integendeel voor verschillende korte stukjes geopteerd waarin we de hoofdfiguur terugvinden op zijn werk, in zijn stamkroeg, op de avondschool, op zijn verjaardagsfuif, bij zijn vriendin, enz… waarbij we telkens zijn reacties zien op zijn omgeving. En dat gebeurt dan op de typische manier van een dertiger, daarmee bedoel ik dat hij op een gegeven moment tot het besef komt dat wat hij vroeger heeft meegemaakt en zich heeft voorgehouden, afbrokkelt en dat hij daar een vrij pessimistische visie aan overhoudt.
— Het lijkt me dan inhoudelijk een beetje aan te sluiten bij de reflecties die nu zowat overal opduiken n.a.v. de manifestaties rond « de stoute jaren » ?
R.D. :
Daar lijkt het bij wijlen op, ja, zij het dat ik die stoute jaren zelf niet bewust heb meegemaakt, daarvoor ben ik net iets te jong. Al ben ik achteraan in de twintig, een dertiger, laat staan een gefrustreerde dertiger, ben ik dus nog niet. Maar de stukjes die ik speel zijn inderdaad uit het leven gegrepen van de generatie die vlak ná die van de golden sixties en de daarbijhorende revoltes komt. Aangezien die mensen in hun jeugdjaren daarmee in aanraking zijn gekomen, dragen zij daar nog wel iets van mee, ja. Toen wij school liepen, stonden wij plotseling voor een opening die we zelf niet hadden afgedwongen, maar vrijheid was toch het parool en naarmate wij ouder werden, zagen wij dat teruglopen. Onze droom brokkelde dus af, ook al was het voor ons niet zo erg als voor de generatie vóór ons die er dan ook anders op reageerde. Wij zijn altijd een beetje dromers gebleven. Ik lach daar op een gegeven moment mee, vooral met de flower power-beweging omdat ik mezelf daar niet in kan herkennen, maar anderzijds steek ik net zo goed de draak met een aantal onder ons die dan eerder de yuppie-richting uitgingen. Niemand dient zich dus echt geviseerd te voelen.
— Niemand… of iedereen ! Uzelf dient zich ook niet geviseerd te voelen als ik zeg dat u voor mij een totaal nieuwe naam bent. Toch neem ik aan dat u « een man met een verleden » bent, u komt op theatergebied toch niet uit de lucht vallen ?
R.D. :
Ik ben altijd actief geweest in het amateurtheater in Battel, maar een vriend porde me aan om deze uitdaging om zelf eens iets te schrijven aan te nemen en vandaar. Dat ik zou winnen was wel min of meer een verrassing, maar ik was er wel van overtuigd dat het iets origineels was, dat wel.
— En wat dat zingen betreft..
R.D.:
Daarvoor word ik op de gitaar begeleid door iemand met wie ik al lang samenwerk, maar de liedjes heb ik wel zelf in elkaar geflanst. Eigenlijk zijn het gewoon bindmiddelen tussen de anekdoten waarbij wat zopas werd gezegd nog eens wordt herhaald op een melodietje.
— Vadertje Brecht!
R.D. (lacht):
Daarmee zou ik me zeker niet durven vergelijken.
— Maar hoe dan ook, zowel bij de vakjury als bij het publiek is je optreden blijkbaar erg in de smaak gevallen, betekent dit dan de start van een ietwat laattijdige carrière ?
R.D.:
Ik hoop het. Voor het ogenblik ben ik beroepsmilitair, maar het zou me wel iets zeggen om b.v. een jaar verlof zonder wedde te nemen om het op het podium eens te proberen waarmaken. Ik heb trouwens een mooie aanbieding gekregen van vzw Anubis in Brussel en ondertussen zijn we reeds met de repetities begonnen. En eerlijk gezegd, ik verwacht daar wel vrij veel van. Voor mij is het de eerste maal dat ik met beroepsmensen werk en ik leer daar ontzettend veel bij. Als dat dus een succes zou worden, zou het wel de aanleiding kunnen zijn om nog verder te gaan in die richting.
In afwachting kunnen de nieuwsgierige lezers op vrijdag 24 juni 1988 om 20 u terecht in het cafétheater van Playerwater (Oudstrijdersstraat 81, Kapelle-op-den-Bos), waar Roel samen met de andere twee laureaten nog eens zijn winnende monoloog voor het voetlicht brengt.

Referentie
Jan Draad, Roel Denijn aan het lijntje, De Rode Vaan nr.26 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s