De Italiaanse film tot en met W.O.II

In 1895 legde de Italiaan Filoteo Alberini het patent vast op “zijn” projector.

Op het gebied van seks is Italië van oudsher gespecialiseerd in naaktheid “sec”, in blootheid die niet “functioneel” is in een of andere erotische context. De Italiaanse censuur stond hier nogal tolerant tegenover. Alhoewel er in Italië ook een “artistieke” beweging zou ontstaan (“Film d’Arte Italiano”, 1908) zijn het toch vooral spektakelfilms, die er worden gedraaid en aanleiding geven voor dat soort nuditeiten. De invloed van bepaalde spectaculaire opera’s (“Aida” of “Samson et Dalila” b.v.) is hierin duidelijk voelbaar. In 1912 zorgen “Quo vadis?” en “Gli ultimi giorni di Pompei” van Arturio Ambrioso ervoor dat massascènes en monumentale decors in de film worden geïntroduceerd.
Maar het is vooral in 1914 Giovanni Pastrones “Cabiria”, die geschiedenis schreef. De film werd zogezegd gedraaid naar een scenario van Gabriele d’Annunzio, terwijl deze enkel de namen van de hoofdpersonen bedacht en de tussentitels schreef. Het is nog altijd een massafilm, maar nu wordt ook een ander opera-gegeven overgenomen, namelijk de diva. De muziek van “Cabiria”, de zogenaamde “sinfonia del fuoco” is overigens van Ildebrando Pizzetti.
Belangrijker wellicht is dat Pastrone de uitvinder is van de travelling (verplaatsen al rijdend) door de camera op een “carello” te plaatsen. En zo gaat men steeds maar verder. Zo is er het panoram(is)eren (draaien op de as) en de panotravelling, een combinatie van de twee. Maar eigenlijk moet men toegeven dat de travelling reeds door de cameramannen van Lumière was uitgevonden namelijk toen ze filmden vanop een rijdende trein of vanuit de lift van de Eifeltoren.
In 1918 kwam er iemand op het lumineuze idee een film te draaien, “My Italian Cousin”, met in de hoofdrol niemand minder dan de beroemde tenor Enrico Caruso. Aangezien het echter een stomme film was, kende hij niet bijster veel succes…
FASCISTISCHE FILMS
In Italië was Benito Mussolini (1883-1945) in 1922 aan de macht gekomen na zijn mars op Rome. Hij zal zich actief met de film bezighouden, want hij was van oordeel dat “La cinematografia é l’arme piu forte” (de cinema is het machtigste wapen). Zo richt hij b.v. Cinecità op. Toch is de film “Messalina” in 1923 nog eerder zo’n grootse spektakelfilm à la “Cabiria”, zonder fascistische ondertoon. Hierin komt een spectaculaire wagenrace voor die blijkbaar model heeft gestaan voor “Ben Hur”.
Daarna wordt “Gli uomini che mascalzoni” van Mario Camerini gedraaid en richt Benito Mussolini het festival van Venetië op. Dat is niet echt toevallig, want zijn oudste zoon Vittorio (1916-1997) was de belangrijkste Italiaanse producent uit die tijd. Zijn firma heette “Luce” en had als symbool een arendsblik. Zowel Rossellini, de Sica, Fellini als Antonioni dienden bij hem hun eerste filmpjes en scenario’s in en hij draaide ook de zogenaamde “witte telefoons”, dat zijn lichte komedies die evenwel toch een fascistische ondertoon hebben. Nu probeert men een beetje te doen alsof de kleine Mussolini er ook niet kon aan doen dat hij de zoon van zijn vader was, maar als men zijn biografie erop gaat navlooien dan blijkt hij toch wel erg doelbewust geëngageerd te zijn geweest in de fascistische partij. Zo is hij b.v. in Ethiopië als vrijwilliger gaan vechten. Hij was zelfs de jongste vliegenier van heel het Italiaanse leger! (*)
In 1930 werd de eerste opera met geluid (!) verfilmd, “Aida” met Giovanni Martinelli. Als film werd het een flop, want de operazangers waren niet vertrouwd met het medium en hun voor de zaal bedoelde gebaren kwamen op het doek overdreven over.
In 1933 kreeg Pirandello, die een bewust lid was van de fascistische partij (net als Marconi en Agnelli), van hem de opdracht om het scenario voor een film te schrijven. Pietro Pastore, de midvoor van Lazio Roma, kreeg de hoofdrol in deze fascistische kunstfilm, “Acciao”, die werd geregisseerd door Walter Rutman. De zoon van de Duce had de voetballer gekozen “omwille van zijn schoonheid”.
In Italië draait Mario Camerini in 1937 “Il signor Max” met Vittorio de Sica, waarbij hij zowel het fascistische regime als de artistocratie en de legerleiding op de korrel nam, wat hem niet in dank werd afgenomen. Carmine Gallone daarentegen, de latere regisseur van de Don Camillo-films, draaide in datzelfde jaar “Scipio l’Africane”, die werkelijk onverhulde fascistische propaganda is. De manier waarop Scipio zijn Romeinse legioenen toespreekt b.v. is zuiver Mussolini. De toespraak eindigt trouwens met het fameuze zinnetje: “Het is mooi en zoet om voor het vaderland te sterven.”
Nog een fascistische film uit dat jaar is “Condottieri” van een zekere Luis. Ook hier neemt men als oogverblinding wel een historische setting (de middeleeuwen), maar met een soort van Mussolini-groet leggen ze een eed van trouw af aan het vaderland. Ook de eerste speelfilm vanRoberto Rossellini werd gesponsord door het propagandacentrum van de Italiaanse marine. En daarna maakte hij nog twee films in dienst van het fascisme: Un pilota ritorna (1942) en Uomo dalla Croce (1943).
NEOREALISME
Met “Quatro passi fra le nuvole” van Alessandro Blasetti en scenarist Piero Tellini (1917-1985) kregen we in 1941 een voorloper van het neorealisme. Het is immers pas in 1943 dat criticus Umberto Barbaro voor het eerst de term neorealismo gebruikt om de vooroorlogse films van Carné aan te duiden. Datzelfde jaar verschijnt in het tijdschrift “Cinema” het neorealistische manifest:
– weg met de naïeve en gemaniëreerde conventionaliteit;
– weg met fantastische en groteske producties;
– weg met reconstructies van historische feiten en romanbewerkingen;
– weg met de retoriek.
Alhoewel het neorealisme later een “linkse” richting zou worden (maatschappijkritiek), kon dit manifest toch makkelijk in het fascistische Italië verschijnen, omdat de fascisten zich eigenlijk ook bij deze slogans konden aansluiten.
Nog in 1941 gaat “Ossessione” als sombere film van Luchino Visconti wél in tegen de eisen van de fascisten. De hoofdrol in deze film werd vertolkt door Clara Calamai (1915-1998), de grote ster uit die tijd, die kort daarvoor ophef had veroorzaakt door haar blote borsten te tonen in “La cena delle beffe” van Alessandro Blasetti.

(*) Ik heb een video-opname van het Jazzfestival van Comblain-la-Tour, waarbij “de zoon van Mussolini” piano speelt, maar dat is Romano (1927-2006). Romano was ook diegene die getrouwd is geweest met de zus van Sophia Loren en bijgevolg ook de vader van het huidige extreemrechtse europarlementslid Alessandra Mussolini, die er zich steeds op beroemt dat ze tante mag zeggen tegen La Loren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.