In Schotland was er de opkomst van de Social Hygiene Movement, waarbij seks buiten het huwelijk, door de vrouw, meer en meer werd omschreven als ‘amateur’-prostitutie, als een vorm van ‘seksueel atavisme’ dat de rassen-‘fitheid’ en -evolutie ondermijnde.

Bijgevolg drongen medische functionarissen erop aan gezondheids- en politieautoriteiten te machtigen tot opsluiting van seksuele delinquenten in tehuizen, tot ze medisch gezien genezen waren en weer inzetbaar. En, vermits eugenetische theorieën toen terrein wonnen, werden vrouwen die onder een behandeling wisten uit te komen meer en meer als ‘morele imbecielen’ gestigmatiseerd.
Door toedoen van de Mental Deficiency Act van 1913 werden velen jarenlang opgesloten in Magdalena-gestichten (Magdalene Asylums) en psychiatrische inrichtingen (evenals hun onwettige dochters) om ze van elke erfelijke smet van verdorvenheid te zuiveren. Pas op het einde van de eeuw zouden deze gestichten ontmaskerd worden als oorden van kindermishandeling en kindermisbruik, o.a. in de film “The Magdalene Sisters” (zie foto).
Zoals in andere landen werd de seksueel actieve vrouw voorgesteld als de grootste bron en overbrenger van venerische infecties. In groot contrast daarmee en zeer typerend, werden de mannen voorgesteld als de ‘ontvangers ‘ van de ziekte, en zelfs indien hun schuld werd benadrukt, dan nog bleven de prostituees of het occasionele hoertje het vaste referentiepunt en de wortel van de venerische ziekte (VZ). Gezonde, vrouwelijke seks werd vereenzelvigd met reproductie, en in de VZ-propaganda ging de positieve beeldvorming van vrouwen als seksuele participanten altijd gepaard met referenties naar kinderen en moederschap.
Zoals voorspelbaar werd de krijgswet door de militaire autoriteiten in de periode 1943-’47 op een verpletterende wijze tegen de vrouwen gebruikt. Voor het gerecht werden besmette mannen afgeschilderd als slachtoffers, en hun vrouwelijke ‘partners’ als seksuele roofdieren. De zogezegde ‘promiscuïteit’ van de vrouwelijke beschuldigden werd in de rechtbanken en in de media breed uitgesmeerd.
Toen in de vroege jaren ’60 meer en meer gevallen van druiper gesignaliseerd werden, kwam er voorlichtingsmateriaal dat dan toch beduidend sekse-neutraal was. Maar daarnaast gaf men nog altijd het voorbeeld van het vrouwelijk lichaam als schuldig aan de infectie.
Op 1 mei 1933 werd in Temse het bestuur van de socialistische turnbond geverbaliseerd voor schending van de openbare zeden wegens “zich allen in groep gedeeltelijk naakt op de openbare weg te hebben vertoond“. In werkelijkheid ging het hier over turnbroekjes die als te kort werden beoordeeld. In beroep werd het proces verbaal trouwens ongedaan gemaakt. De foto van de socialistische turnkring in de tijd dat ook mijn moeder ervan deel uitmaakte, is van enkele jaren later.

In 1953 verschijnt “Il diavolo” van de katholieke schrijver Giovanni Papini, waarin deze de stelling weerlegt dat God de Duivel zou hebben geschapen om de mens de kans te geven te kiezen tussen het Goede en het Kwade. Die weerlegging is zelfs vrij eenvoudig: aangezien God alwetend is, wist hij ook reeds op voorhand wat er zou gebeuren als hij de mens die vrijheid gaf. God is dus medeverantwoordelijk.

In 1995 dacht een kerkelijke commissie een einde te maken aan het gezeur door toe te geven dat het traditionele beeld van de hel een puur literair gegeven was om de mensen op het rechte pad te houden. In werkelijkheid moet men de hel nu zien als een niet-zijn. “Maar dat schept het probleem,” aldus Jan De Zutter in De Morgen van 13/3/1997, “dat er in die toestand een vorm van niet-lijden ontstaat, waar het besef niet kan groeien van de gemiste gelukzaligheid van de hemel.”

Niet enkel het christendom zit echter met dit netelige probleem. De Zutter gaat verder: “Rushdie haalde zich de islamitische fatwa op de hals omdat hij refereerde aan een gebeurtenis in het leven van Mohammed. De profeet trok zich terug in de woestijn, waar hem de Koran werd geopenbaard. Daar werd hem verteld dat naast de verering van Allah, ook het aanbidden van drie vrouwelijke godheden werd toegestaan. Het monotheïsme duldt echter geen verering van meer dan één god. Mohammed besefte dat dit visioen hem dus enkel door de duivel kon zijn ingefluisterd en verwijderde de verzen uit de Koran. Maar in De duivelsverzen blijven ze staan. Rushdie verwijst daarmee naar de twijfelende mens, die zowel goed als kwaad in zich draagt. De duivelsverzen bevat daarom ook een felle kritiek op het geloof in de duivel, dat de oorzaak is van haat en onverdraagzaamheid.”

Tegenstanders van de opvatting dat een goede God ook het kwade zou kunnen hebben geschapen, grijpen terug naar de Griekse denker Basilides, die overleed in het jaar 130 en een leerling was van de apostel Mattheus. Hij heeft het over de god Abraxas of Abrasax die zo machtig is dat hij zowel het goede als het kwade in zich heeft (wat dus eigenlijk dicht bij de joods, préchristelijke god uit het Oude Testament komt). Sommige satanisten en santanisten (ontdek de woordspeling!) noemen hun vereniging dan ook naar hem (bijvoorbeeld het clubje in Forchies-la-Marche dat ter gelegenheid van het Dutroux-onderzoek de politie over de vloer kreeg) alhoewel hij op zich eigenlijk geen duivel is. Integendeel zelfs.

Het duurde paradoksaal genoeg tot 31 maart 1965 – op de vooravond dus van de seksuele revolutie – dat bestraffing van homoseksualiteit in de Belgische wetgeving werd opgenomen, en dat nog wel op voorstel van de socialisten. Het was immers ter bescherming van “beïnvloedbare” minderjarigen dat men de leeftijd voor seksueel contact met jongeren van hetzelfde geslacht wilde verbieden tot 21 jaar! Uiteindelijk werd een compromis bereikt op 18 jaar (heteroseksueel contact bleef op 16 jaar gehandhaafd). Nochtans was het precies Paula Semer geweest (later SP-politica) die op 15 december 1964 voor het eerst homoseksualiteit ter sprake had gebracht op televisie t.g.v. een aflevering van het vrouwenprogramma “Penelope”. De uitgenodigde psychiater, Dr.Ballet, sprak erover weliswaar in termen van “perversie”, maar dan wel met een zekere neerbuigende sympathie t.o.v. de “geperverteerde”. Ook Hilda Verboven wijdde er een uitzending voor jongeren aan (“Zo zijn”), die door de TV-pers met een prijs werd bekroond. Het dient dan ook gezegd dat het dankzij Luc Vandenbossche is dat in juni 1985 dit artikel opnieuw werd geschrapt. (Anderzijds was de schorsing van Eliane Morissens op 30/10/1980, op basis van een RTBF-televisieprogramma van twee dagen eerder, eveneens het initiatief van de voornamelijk socialistische Bestendige Deputatie van de provincie Henegouwen.)
Op 22 april 1969 kwamen twee studentes van de universiteit van Frankfurt met blote borsten naar de cursus van Theodor Adorno. Ze vlogen buiten. Uit de les, niet uit de universiteit, als ik me goed herinner. Zo ver waren we toch al gevorderd.
Bettina Röhl is stilaan algemeen bekend als de nagel aan de doodskist van Duits Groen-Links. Dankzij haar fotoarchief moest minister Joschka Fischer zich begin 2001 verantwoorden voor zijn agressief gedrag tijdens betogingen in de jaren zestig en zeventig. Het is bekend dat Bettina de dochter is van Ulrike Meinhof, maar die heeft eigenlijk niet zoveel tijd gehad om zo’n archief aan te leggen. Eigenlijk is dat meer een erfenis van haar vader Klaus Röhl, die de gewezen hoofdredacteur was van zowaar een links seksblad, “Dasda”. Nu blijkt dat in 1976 ene Daniel Cohn-Bendit daarin een artikel heeft gepleegd over zijn belevenissen als oppasser in een peutertuin. Daarbij schrijft hij ook over zijn “voortdurende flirt met alle kinderen”, die “snel erotische trekken” aannam. Zo is het “meermaals voorgekomen dat enkele kinderen mijn gulp openden en me begonnen te strelen.” Uiteraard ontkent Cohn-Bendit, op dit moment groen Europarlementslid, nu alle feiten. “Ik wou enkel provoceren. Als je dit vandaag leest, is het volkomen onaanvaardbaar. Het gaat om zinnen die ik beter nooit geschreven had.” Blijkbaar heeft elk Europees land ondertussen wel zijn Dutroux gehad of zou die van ons over heel Europa bekend zijn? Alleszins is het een feit dat in de jaren vóór Dutroux, met name in die bewuste jaren zeventig, er wel degelijk werd geschreven dat men kinderen “seksueel moest opvoeden”, onder andere door hun geslachtsorganen te strelen.

Selectieve bibliografie
Marilyn Yalom, A history of the breast, New York, ed.Harper Collins, 1997, 331 blz.
Matthieu Rivière, Du monde au balcon: l’anthologie des avantages, Paris, ed.Seuil (pocketreeks Point Virgule), 1997, 352 blz.
Hans Peter Duerr, Der erotische Leib: der Mythos vom Zivilisationsprozess, Frankfurt am Main, ed.Suhrkamp, 1997, 670 blz.
Brenda Lover, Encyclopedia of Unusual Sex Practices, 1992.
Ivan Bloch, Sexual Life in England, 1958.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s