1979 stond in het teken van het jaar van het kind (merk de nuance met « stond vooral in het teken van het kind »). Zoals men kon vrezen bleef het echter vooral bij mooie woorden en bezoekjes bij koningin Fabiola (die er een gouden elpee aan overhield) en tante Rika. Hier en daar werd zelfs een « kind van het jaar » verkozen — of hoe men de dingen op z’n kop zet !
Toch is de balans niet helemaal negatief daar — o.a. door de kinderbrievenbus — af en toe de noden van de kinderen toch écht naar boven kwamen. Het kind was in 1979 niet onmondig omdat het nu kanalen ter beschikking werd gesteld. Hopelijk blijven de overheid en de media op deze golflengte jeugd afgestemd, ook in 1980.
Ter gelegenheid van het jaar van het kind kwamen er uiteraard talloze publicaties op de markt (o.a. ook van de vrouwencommissie van de KBP) en werden er ook spektakels gecreëerd. Het beste uit het aanbod was de kindermusical « Spring » van Eva Bal.

In 1979 was het honderd jaar geleden dat Charles De Coster was overleden. Een gelegenheid die door een aantal organisaties werd aangegrepen om het voorbije jaar tot het Uilenspiegeljaar uit te roepen.
Vooral het Frans Masereelfonds was de motor achter dit gebeuren. Het hoogtepunt van hun actie situeerde zich uiteraard in Damme waar op 25 augustus een reusachtig Ludiek Rebels Feest werd georganiseerd dat uiterst geslaagd mag worden genoemd. Op de foto zien we marionettentheater Taptoe met slaande trom door de feestweide marcheren vooraleer hun stuk « Tijl, een vuist in het hart » op te voeren.
Andere opmerkelijke optredens kwamen van Wannes van de Velde, Viona Westra, Raymond van het Groenewoud en de Steve Turcksin Band, naast natuurlijk de anoniemen die actief deelnarnen aan de wedstrijd « Verzin een Uilenspiegelgrap tegen het establishment ». Het VMT wijdde een uitstekend gelegenheidsnummer aan Tijl Uilenspiegel.
Op theatergebied was het niet enkel het Kaaifestival te Brussel dat hoge ogen gooide, in Gent werd het een waarachtig Franz Xaver Kroetz-jaar met een bezoek van de auteur zelf en de creaties van « Agnes Bernauer » en « Lieve Hemel » (beiden NTG) en in Antwerpen werd « Het Testament van Lenin » van Robert Bolt (KNS) op jubelende kritieken onthaald. Onze aandacht ging echter vooral uit naar de prestatie van een aantal amateurs uit de Westhoek die onder de verzamelnaam « de Elfnovembergroep » (n.a.v. de creatie op 11 november 1978) hun massaspel « Nooit brengt een oorlog vrede » naar alle uithoeken van Vlaanderen brachten.
In het zwartboek van dit jaar schrijven we met grote letters de naam van Louis Paul Boon, die als Plato « scribens mortus est » (al schrijvende is gestorven), niet zonder ons eerst nog een meesterwerk na te laten, « Het Geuzenboek », dat dichter Stefaan Van den Bremt heel terecht heeft vergeleken met « La Légende d’Ulenspiegel » van De Coster.
Ook twee grote namen uit de jazzwereld gingen heen : Charlie Mingus en Stan Kenton, voor communistische jazz-fans zowat twee antipoden zoals bleek uit de respectievelijke in memoriams door Jan Debrouwere.
Noteren we ook nog het heenpaan van striptekenaar Victor Hubinon, de vader van Buck Danny, waaraan Jan Mestdagh met heimwee terugdenkt wat zijn tekenstijl betreft, maar uiteraard niet als het over de ideologische ondergrond van deze « America for the brave » strip gaat.
Op 21 augustus overleed op 56-jarige leeftijd de Belgische (in eigen land al te weinig gewaardeerde) kunstenaar Christian Dotremont, een der stichters van « Cobra ».
Dotremont stichtte deze roemruchte groep in 1948 te Parijs samen met Asger Jorn, Joseph Noiret, Karel Appel, Constant en Corneille. Later zouden zich ook figuren als Pierre Alechinsky, Pol Bury et Hugo Claus aansluiten. Het was ook Dotremont die de naam « Cobra » vond als samentrekking van Copenhague, Brussels and Amsterdam.
Als scheppend kunstenaar was Dotremont zowel in het literaire als in het grafische vlak bezig. Zijn « Logogrammen » werden een heel apart beeld in de grafische kunst, geïnspireerd op een geschreven tekst en uitgevoerd als Chinese kalligrafieën.
Alhoewel de voornaamste tentoonstellingen zich dit jaar te Parijs lieten lokaliseren — denken we maar aan het grote overzicht onder de benaming « Parijs-Moskou » en aan de in dit blad behandelde tentoonstelling van werken van Picasso —, toch waren er (o.a. in het kader van het Millenium) ook in België vele een bezoek overwaard, zoals mag blijken uit een greep titels van onze artikels : recente kunst uit Joegoslavië; rijkdom van Romeinen en barbaren; fauvisten en animisten; Spitzner en Botero; van de Apocalyps tot de Belle Epoque; Amerikaanse kunst in crisistijd; de Munt bijna 200 jaar, en natuurlijk niet te vergeten : de tentoonstelling gewijd aan Somville.
De belangrijke Nederlandse Jan Campertprijs werd dit jaar toegekend aan de Vlaamse dichter Roland Jooris (43) voor zijn « Gedichten 1958-1978 ».
Door de jaren heen is Jooris gekomen tot een extreem uitgepuurde poëzie, die zich beweegt in het spanningsveld tussen woord en werkelijkheid, tussen schrijven en leven. Grote invloed onderging hij van plastische kunstenaars zoals Raveel en De Keyser.
Vier grote figuren uit de inheemse literatuur vierden in 1979 hun vijftigste verjaardag: Hugo Claus, Hugo Raes, Ward Ruyslinck en Kuifje. Waarbij het ons vooral opvalt hoe deze laatste na al die jaren nog de jeugdige frisheid van bepaalde toiletzepen heeft weten te bewaren.
Wijzen wij er ook op dat de viering van de honderdste geboortedag van Herman Teirlinck samenviel met duizend jaar Brussel, zodat dit door de Brusselse Vlamingen met extra luister gevierd werd.
Brussel vierde de afgelopen twaalf maanden inderdaad zijn duizendjarig bestaan onder een Latijnse benaming die alle taalfanaten moest tevreden stellen : het Millenium. Ook in dat kader hadden talloze manifestaties plaats, waarvan sommige eerder grandioos wat de financiële voorbereiding dan wat de eigenlijke artistieke uitwerking betreft. Zo werd het stuk van Johan Boonen dat speciaal door de KVS werd gecreëerd, « De blijde intrede van Kristus in Brussel », niet door iedereen gesmaakt. Wel was men het erover eens dat Janus Stoklosa voor schitterende toneelmuziek had gezorgd.
Het meest geruchtmakend waren de Milleniumconcerten op de Grote Markt. Niet alleen wegens het geluidsvolume dat hierbij vaak werd ontwikkeld en zeker niet wegens het “historische” optreden van Will Tura e.d., wel omdat de feestvreugde brutaal werd verstoord door een bomaanslag, waarvan de daders overigens nog steeds niet zijn gevat.
Het volume in het Groentheater stond zeker niet harder dan op de Grote Markt en daarom namen de talrijke jongeren het niet dan « hun » concerten aldaar werden verboden door burgemeester Van Halteren. Gevolg : af en toe relletjes in de binnenstad, o.a. na afloop van de Mallemuntconcerten die tussen haakjes dit jaar werkelijk van de bovenste plank waren. Hetzelfde gold trouwens voor de speciale aflevering van het Kaaifestival.
Alsof er in Brussel nog niet genoeg te doen was, nestelde de communistische pers zich gedurende twee dagen aan het Noordstation in drie reusachtige tenten. Het Feest van de « rode vaan » werd dit jaar dan ook een topper met o.a. drie podia, voor het eerst een gescheiden Nederlandstalig en Franstalig programma, samengesteld door twee artiesten-gastheren (Johan Verminnen en Paul Louka) en niet minder dan zesduizend bezoekers.
Op het groot podium evolueerden van Vlaamse zijde naast Verminnen : Raymond van het Groenewoud, Bert De Coninck en Fran, Rum, Toots Thielemans en Lin Jaldati, maar ook voor het eerst een visuele attractie in de gedaante van Jack in the Box. Het werd zowaar het hoogtepunt van de hele show.
Ook op onze feeststemming werd echter een domper gezet : een viertal leden van het Front de la Jeunesse, die in de omgeving van onze tent hun hoofdkwartier hebben, overmeesterden een late bezoeker van ons Feest, Bernard H., en hebben hem een hele nacht gefolterd. De verontwaardiging van de hele linkse pers was nodig om het gerechtsapparaat in werking te stellen, dat duidelijk onwillig was om op de treden omdat het fascistisch gespuis een hand boven het hoofd werd gehouden. Dat bleek trouwens toen de eerste (en tot nu toe enige) aanhouding werd verricht.
Tijdens het afgelopen jaar werden er zowat 180 films aan de pers voorgesteld in ons land. De oogst was numeriek niet zo aanzienlijk als in vroeger jaren maar er was wel kwaliteit onder.
Dat bleek goed bij de voorselectie die door de Unie van de Filmkritiek doorgevoerd werd in het vooruitzicht van de toekenning van haar jaarlijkse prijs. Een hele boel prenten streden lange tijd nek aan nek alvorens men de vijf finalisten kende. Zij waren in de orde « Manhattan » van Woody Allen (USA), “Noirs et blancs en couleur„ van Jean-Jacques Annaud (Fr.), « De man van marmer » van Andrzei Wajda (Pol.), « De spiegel » van Andrei Tarkovski (USSR) en « Newsfront » van Philippe Noyce (Austr.). Moeilijk op voorhand daaruit een favoriet te pikken.
Van Belgische zijde werd 1979 gekenmerkt door het internationaal succes van « Een vrouw tussen hond en wolf », de film van André Delvaux die in ons land de Cavens-prijs als beste Belgische productie wegkaapte. Wat niet betekent dat wij er — qua inhoud — kritiekloos zouden tegenover staan…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.