Op 7 en 8 april 1979 hield de Kommunistische Jeugd van België haar zevende nationaal congres te Brussel. Jan Turf werd daar, samen met Daniel Remacle, verkozen tot nationaal voorzitter. Toch een belangrijke functie, dachten we, belangrijk genoeg alleszins orn de jeugdpagina van deze week
te wijden aan een met de kersverse voorzitter.

— Jan, hoe zou je jezelf voorstellen ?
Jan
: Ik ben 23 en oud-redacteur van De Rode Vaan. Op het vorige congres in Brugge ben ik voor het eerst verkozen als lid van het Nationaal Comité van de KJB en later als lid van het Nationaal Bureau. Ik woon in Gent en beroepshalve behoor ik voor het ogenblik tot de gilde der doppers.
– Er waren vóór het congres nogal wat spanningen binnen de KJB. Situeerden deze zich op het regionale of op het ideologische vlak ?
Jan
: Op politiek vlak zijn de spanningen dezelfde als die binnen de partij, maar ook op communautair vlak waren er spanningen omdat het numerieke overwicht van de Franstaligen zich veel te sterk liet voelen. De KJ in Vlaanderen was m.a.w. grotendeels afhankelijk van de beslissingen die genomen werden door de Franstalige kameraden. Dit heeft bijna tot een breuk geleid, breuk die we gelukkig hebben kunnen vermijden en heel die discussie heeft geleid tot de herziening van de nationale structuren in de zin zoals die vorige week in de r.v. zijn verschenen. Wat de politieke problemen betreft : net zoals na het partijcongres heb ik de indruk dat we nu op weg zijn naar een oplossing hiervan. De tegenstellingen zijn vandaag minder groot en de leidinggevende organen weerspiegelen beter de politieke verhoudingen dan ze in het verleden deden.
Ten derde was er ook nog een probleem langs Vlaamse zijde. Dit is minder een kwestie van fundamentele ideologische opties dan wel een probleem dat gegroeid is door een slechte coördinatie tussen de verschillende afdelingen die een zeer geïsoleerd leven hebben geleid, die een zeer onevenwichtige evolutie gekend hebben. Die verschillende evoluties hebben er natuurlijk voor gezorgd dat wat de praktische toepassing van de politieke lijn op de werkelijkheid betreft totaal verschillende ervaringen zijn ontstaan. En vandaar ook totaal verschillende visies. Toch is het noodzakelijk dat zij weer naar elkaar toe groeien omdat dit de enige voorwaarde is om in Vlaanderen tot concrete resultaten te komen. Als we de eenheid in de strijd met verschillende andere strekkingen en ook met niet-georganizeerde jongeren willen bereiken, dan is het belangrijk dat we eerst en vooral de eenheid binnen de eigen beweging bereiken.
Dat is vooral op dit ogenblik erg noodzakelijk omdat overal in het land zich een sterke scholierenstrijd ontwikkelt, die wij zeker moeten stimuleren, die wij moeten proberen te verbinden met de vakbondsstrijd van de leerkrachten en waarvoor een coördinatie over heel Vlaanderen dus uiterst belangrijk is.
– Ook Kritis is daarvan een beetje het slachtoffer geworden ?
Jan
: Dat vind ik persoonlijk zeer zeer spijtig. Ais er één punt is waar we erin geslaagd zijn onze grote politieke opties in praktijk te brengen, met medewerking van alle afdelingen, dan was het Kritis. Kritis heeft een nieuwe start gekend in mei ’77, heeft sindsdien een verzesvoudiging van het aantal abonnementen gekend, werd in alle afdelingen goed gebruikt, zolang de samenwerking tussen alle afdelingen goed verliep. Kwalitatief gezien ben ik zeer tevreden over de afleveringen van Kritis die tot nu toe zijn verschenen, de problemen situeren zich dus enkel op het vlak van het onregelmatig schijnen. De volgende Kritis komt nu zeer binnenkort uit en we zullen al het mogelijke doen om de vijf overige nummers van deze jaargang nog voor 1 januari 1980 te laten verschijnen.
Dit schept enkel maar praktische problemen o.a. omdat wij geen vrijgestelden hebben die daarmee fulltime kunnen bezig zijn. Nu is er wel voor dat soort problemen een uitkomst in het zicht, denk ik. Op een datum die nog moet vastgesteld worden, maar zeker niet lang meer op zich zal laten wachten, zal er een conferentie komen van de Vlaamse Gewestraad van de KPB, waarin zeer veel aandacht zal worden besteed aan de zgn. jeugdpolitiek. Zowel de jeugdpolitiek van de partij zelf als de verhouding met de Pioniers, de KJB en de VKS. Mensen van deze organisaties zullen op die conferentie ook een grote inbreng hebben en ik denk dat dit ook een aantal praktische problemen uit de weg kan helpen, wat kan toelaten misschien meer permanenten aan te trekken. Deze conferentie kan overigens ook een stimulans zijn voor een betere samenwerking tussen de afdelingen.
— Komt er nog een Kritisfestival ?
Jan
: Er zullen nog veel Kritisfestivals komen. Als we er dit jaar geen hebben georganiseerd dan is het hoofdzakelijk om financiële redenen. Vorig jaar is het een zeer zware financiële dobber geweest en we kunnen ons niet permitteren veel geld te pompen in zo’n festival, geld dat we absoluut nodig lebben voor de politieke activiteiten op een ander vlak. Maar voor 1980 spelen we het vast wel klaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s