De rode bioscopen

92 cinema vooruitAlhoewel men in Vlaanderen niet kon bogen (zoals in Nederland b.v.) op filmverenigingen die politiek bewust met het medium film begaan waren, werden toch een reeks belangrijke gebeurtenissen uit het socialistische bewegingsleven door amateurs en sympathiserende professionelen in beeld gebracht.

Enkele tientallen producties getuigen van deze filmbedrijvigheid die echter in een internationale context eerder beperkt genoemd mag worden. Filmdocumenten zoals ‘Vooruit’ (1933), ‘Het Plan van de Arbeid’ (1934), ’50 jaar BWP’ (1950), ‘Le Patron est mort’ (1938), ‘Wilskracht’ (1948), ‘Onze drang naar bevrijding’ (1959), enz. zijn ieder op zich interessante documenten met een aparte realisatie- en vertoningsgeschiedenis, waarbij men zich dient te realiseren het ‘grote’ bioscoopcircuit uiteraard speelfilms op de eerste plaats stelde.
De Socialistische Federatie van Filmclubs
De stichting van de Socialistische Federatie van Filmclubs in 1957 was in de eerste plaats dan ook bedoeld om de werking van de talrijke socialistisch geïnspireerde filmclubs, die door Jef De Ghent, Piet Vermeylen en Louis Major waren gelanceerd, te coördineren. Het was een wanhopige poging om de teleurgang van dergelijke clubs tegen te gaan, aangezien de werking ervan ondermijnd werd door de opkomst van de televisie. Tegen deze “veramerikanisering” van onze cultuur was echter geen kruid gewassen, ook niet de oprichting van zogenaamde televisieclubs, waarbij men in het Volkshuis “begeleid” naar het – toen nog erg – kleine scherm keek.
Het televisietijdperk
De jaren zestig brachten inderdaad een ommekeer in zowel de socialistische bioscoop-formule als in de aanmaak van eigen documentaires. In ’t algemeen ging onder invloed van de nieuwe tv-cultuur het bioscoopbezoek sterk achteruit en de coöperatieven (de belangrijkste organisatoren van filmavonden) hadden het op dat moment dan ook niet onder de markt.
De socialistische filmclubs, verenigd in de Socialistische Federatie van Filmclubs (SFFC), boden nog even weerwerk, maar zagen hun invloed en ledental van enkele duizenden omstreeks 1960 tot enige tientallen getrouwen nu, stilletjes aan afbrokkelen. De registratie van belangrijke gebeurtenissen hoefde niet meer op film, sinds de BRT en de eigen omroepen (SOM en Syndikale Stichting ABVV) hiervoor zorgden.
Opvallend is dat in ’t algemeen de houding van de socialistische beweging tegenover het nieuwe medium televisie parallellen vertoont met de historische visie tegenover film. Andermaal keken vanaf 1960 socialistische militanten massaal naar de buis en bekritiseerden toen enkele ‘vormingswerkers’ van de Centrale voor Socialistisch Cultuurbeleid (CSC) en het ABVV dit kijkgedrag om principiële redenen.
Het (tegen beter weten in?) blijven weren van reclame op televisie werd één van de strijdpunten tot het door feiten (de oprichting van de Vlaamse Televisie Maatschappij, VTM) achterhaald werd. Reden genoeg om even terug te blikken en te onderzoeken hoe de socialistische beweging uit de filmkorf een graantje meepikte, maar er zelden effectief gebruik van maakte.
Toen ook nog de socialistische bioscopen begonnen te verdwijnen, is de werking van de Socialistische Federatie van Filmclubs in de loop der jaren territoriaal beperkt tot het Antwerpse. Daar staat echter tegenover dat men er inhoudelijk sterk is op vooruitgegaan. Die vroegere clubs waren immers soms verre van cinefiel. Nu daarentegen zijn de films die in het zogenaamde Huis van de Filmcultuur worden vertoond van hoogstaande kwaliteit. Naast de “klassieke maandagen” worden er filmreeksen georganiseerd, gewijd aan het beste van wat b.v. de Oostenrijkse, Franse of Japanse filmindustrie hebben voortgebracht. De belangstelling voor wat in eigen land gebeurt heeft daaronder echter niet te lijden. Zo werd (en wordt) ook aandacht besteed aan de Belgische animatiefilm, de kortfilm en ons glorierijke verleden, b.v. met een Henri Storck retrospectieve. Anderzijds kunnen ook amateurfilmers er met hun werk terecht.
Het Huis voor de Filmcultuur is gevestigd in het vroegere politiecommissariaat in de Antwerpse Klappeistraat en omvat naast twee filmzalen ook een documentatiecentrum en een foyer dat tevens als tentoonstellingsruimte fungeert.
Dat de jeugd de toekomst is, beseft men ook in de Huis van de Filmcultuur maar al te goed. Daarom worden de jongeren elke woensdag vergast op een betere jeugdfilm in de kinderclub “Klappei”. Net zoals bij de “volwassen” films wordt dit kwaliteitslabel zowel op inhoudelijke als op vormelijke basis toegekend. De klemtoon ligt weliswaar nog steeds op het sociale standpunt dat een film inneemt, maar de manier waarop dit esthetisch vorm krijgt, wordt daarbij niet verwaarloosd. Na enige onderbreking wordt dit credo nu weer jaarlijks geïllustreerd met de toekenning van de prijs van de Sociale Film.
Een belangrijke rol hierbij speelt het tijdschrift “Film”. Naast een socialistische (maar niet betuttelende) visie op de voornaamste films die in de commerciële bioscopen lopen, wordt de lezer attent gemaakt op recent verschenen kwaliteitsfilms die in dat circuit minder kans maken en wordt er via interviews of correspondenties uit het buitenland verdere informatie verstrekt over wat officieel nog altijd de achtste kunst wordt genoemd, maar wat in onze huidige maatschappij ongetwijfeld de éérste kunst is geworden.
De SFFC selecteert ook films die op verplaatsing worden geprojecteerd voor scholen en verenigingen, ongeacht hun strekking. Gastsprekers worden uitgenodigd om cursussen te geven. Daarnaast staat het Huis van de Filmcultuur ook open voor “eenieder die in intieme kring een aangevraagde film wil bekijken op een zelf vastgesteld tijdstip”. Voor de meer perverse geesten onder onze lezers haasten we ons om te verduidelijken dat het hier gaat over verenigingen die zich bezighouden met autisme of migranten- en buurtwerking b.v. De democratische prijzen die hierbij gehanteerd worden zijn in dat verband een grote troef.
Dat de passie voor de film groot is, wordt bewezen door het feit dat het Huis van de Filmcultuur voornamelijk door vrijwilligers wordt overeind gehouden. Een niet geringe verdienste, zeker als men constateert dat het gebouw ook een rol speelt binnen de kansarme buurt waarin het is gelegen. Sinds geruime tijd werden een aantal jonge enthousiaste medewerkers aangetrokken die zich dan ook uitermate inspannen om het Huis van de Filmcultuur een voorspoedige toekomst te waarborgen (SFFC, Klappeistraat 2, 2060 Antwerpen, tel. en fax 03/272.51.10).
De Socialistische Filmactie
De thuisbasis van de Socialistische Filmactie situeert zich dan weer in Kortrijk. Ook daar legt men het accent op de sociale problematiek en werkt men aan bewustwording via de pellicule. Bij wijze van spreken dan. Want de moderne technologie is niet ongemerkt voorbijgegaan en meer en meer wordt dan ook overgeschakeld op het gebruik van het medium video. Ongetwijfeld ook omwille van het feit dat dit handiger is om mee om te springen. Maar elk rechtgeaard cinefiel koestert nog steeds (en terecht) enig wantrouwen tegenover de huisbioscoop.
Dat geldt uiteraard ook voor de SFA, maar toch staat er ook een “ideologische” argumentatie tegenover. De videomarkt wordt immers – meer nog dan de bioscopen – overspoeld door het onafscheidelijke duo Seks & Geweld. En dat het beeld hoe dan ook een zeer gevaarlijk instrument is, moge duidelijk zijn. Wie niet bewust reageert op wat hem voorgeschoteld wordt, wordt er op een vaak gevaarlijke manier door beïnvloed.
En daarom bestrijdt de SFA de videomanie op haar eigen terrein. Wat niet belet dat ze, net als de SFFC, ook op verplaatsing de goede boodschap gaat uitdragen aan de hand van de goeie ouwe pellicule. Daarbij wordt de vertoning steeds omkaderd door een inleiding en een nabespreking.
Vaak werkt men ook hier met thema’s, die dan hun weerslag vinden in het tweemaandelijkse tijdschrift Sofiak. Zo werd b.v. een speciaal nummer gewijd aan het racisme.
Bij de aanvragers vinden we zowel film- en jeugdclubs terug als scholen en culturele of sociale vormingsorganisaties. Ook hier wordt men echter met het probleem geconfronteerd dat de huur van een (zelfs niet-commerciële) 16mm-film erg duur is en dat men dus reeds noodgedwongen overgeschakeld is op video.
Daarnaast vindt men ook bij de SFA de speciale voorliefde voor de kortfilm terug. En dan uiteraard vooral de Vlaamse kortfilm. Men wil daarmee het genre op zich promoveren, maar tegelijk is het ook een visitekaartje voor jonge cineasten die hierdoor een steuntje in de rug krijgen.
Met wedstrijden rond sociale thema’s (racisme en verdraagzaamheid, de invloed van reclame…) wil de SFA amateurvideasten stimuleren tot het maken van niet-commerciële kortfilms die een of andere maatschappelijke problematiek aansnijden. De beste inzendingen worden dan gecompileerd tot een video met de duur van een langspeelfilm.
Voor de socialistische beweging is vooral de compilatie van documentaire filmpjes uit de jaren twintig en vijftig van belang, die toen in opdracht van de partij werden gedraaid. Deze compilatie kwam tot stand in samenwerking met het AMSAB en het Filmmuseum.
Wat de verhuur van films betreft, werkt men bij de SFA doorgaans met pakketten, b.v. rond de drugsproblematiek, gehandicaptenzorg, animatiefilms, betere films voor de jeugd of voor de gepensioneerden. Dit laatste pakket bestaat dan in hoofdzaak uit de betere Vlaamse ontspanningsfilms. Een combinatie van zowel thema als doelgroep vinden we in het pakket “vrouwenproblematiek”, waarin zaken als emancipatie, gezin en seksualiteit aan bod komen. Zo’n pakket omvat telkens een viertal films, waarvan de vertoning door de organisatoren dus over een heel jaar kan worden gespreid.
Tenslotte beschikt ook de SFA over een documentatiecentrum, dat door iedereen gratis kan worden geraadpleegd (SFA, President Kennedypark 2, 8500 Kortrijk, tel.056/22.67.93, fax 056/22.67.93).
Rode Glamour
Een kleine expositie, een publicatie en een videomontage illustreren de geschiedenis van de rode bioscopen (‘Vooruit’ te Gent en Willebroek, ‘Feestpaleis’ te Ronse en Menen, ‘Voor ons Recht’ te Deinze, enz.) met een knipoog naar het filmbeleven van onze grootvaders en -moeders. Daarnaast wordt de realisatie van de socialistische filmdocumenten in de verf gezet, van het unicum ‘Manifestatie te Charleroi’ (1913) tot de reportage ‘Feestlokaal Vooruit’ (1980). De expositie en videomontage kan men vragen bij AMSAB.
Ook de publicatie ‘Rode Glamour’ van Rik Stallaerts (met bijdragen van Bert Hogenkamp) is verkrijgbaar bij AMSAB, Bagattenstraat 174, 9000 Gent (091/ 24 00 79).
Het geheel is een realisatie van AMSAB in het kader van het Museum van de Vlaamse Sociale Strijd van het Provinciebestuur van Oost-Vlaanderen met medewerking van het Stadsbestuur van Gent.

Referentie
Ronny De Schepper, In de bres voor kwaliteit, Doèn, juli 1996

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.