Wolf Biermann

Wolf Biermann is in november 1936 in Hamburg geboren, in een gezin van overtuigde communisten. Zijn vader, die ook nog de handicap had een jood te zijn, zat als havenarbeider in het verzet tegen Hitler en werd in 1943 in Auschwitz vermoord.

In 1953 verliet Biermann zijn vaderstad om in Oost-Berlijn te gaan wonen. Dat was kort na de dood van Stalin en vlak voor de arbeidersopstand van de zeventiende juni, waar toen al om democratische hervormingen in de DDR werd gevraagd.
Biermann mocht op staatskosten (“in wat ik toen het betere Duitsland achtte was dat zo”) economie studeren en doet nadien nog filosofie en wiskunde aan de gerenommeerde Humboldt-Universität. Maar wat hij de Brechtvirus noemt had hem al te pakken. Biermann werd regie-assistent aan het Berliner Ensemble, het theater van de grote meester, waar hij coryfeeën als Helene Weigel, Ernst Busch, Gisela May en natuurlijk Brecht zelf ontmoette.
Assistent zijn bij een wereldvedette was best goed, maar zelf doen vond Biermann beter. Hij richtte het legendarische b.a.t.-theater in de Prenzlauer Berg op, de wijk die al eeuwen bekend stond om haar rebelse kunstenaars. Maar de Stasi waakte en verbood zijn theater in 1963. Een deel van zijn liederen en gedichten werd eveneens verboden, maar omdat “de Duitse censoren domoren zijn” (Heinrich Heine) zagen ze niet àlle dubbele bodems in zijn teksten. Tot 1965 trad hij met zijn “niet-verboden liederen” op in de DDR en werd een bijtende criticus van het regime.
De Stasi deed onverwacht een geste: in 1964 en 1965 mocht hij bij de klassenvijand in de Bondsrepubliek gaan optreden. Hun stille hoop dat hij daar wel zou blijven, was vergeefs. Biermann kwam braaf terug naar zijn DDR. Daarop sloeg het regime onverbiddelijk toe: vanaf november 1965 kreeg hij een totaal verbod opgelegd om op te treden of te publiceren. Toen “moest” Biermann wel uitwijken natuurlijk. Samen met haar stiefvader werd ook Nina Hagen uit de DDR gezet. Toen ze in de Ancienne Belgique optrad, stond er op haar deur in koeien van letters “I love girls”. Daarom stuurde De Rode Vaan er gelukkig niet mij, maar medewerkster Angie op af. Zonder resultaat echter.
Het duurde tot 1989 voor de protestbeweging het DDR-regime kon dwingen de verjaagde zoon tot een concert toe te laten. Enkele dagen later viel de Berlijnse muur. “Voor Duitsland ben ik niet bang, de eenheid gaat zo haar gang. Heimwee naar vroeger heb ik niet, ook niet naar oude kommernis. Duitsland en Duitsland zijn weer één, alleen ik ben nog verscheurd.”

Ronny De Schepper
(met heel veel dank aan Frank Schlömer, die het grootste deel van de tekst leverde; al moet ik wel zeggen dat ik weet niet meer hoe deze tekst van Frank in mijn bezit is gekomen; aangezien ik Frank niet heb kunnen contacteren, weet ik eigenlijk niet of ik wel de toelating heb deze tekst te publiceren – ik hoop van wel en, indien niet, dan hoor ik het wel zeker, Frank?)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.