De tragikomedie “Schone familie” ging in première in de stadsschouwburg, al was het eigenlijk weer meer iets voor de Minard. Maar als zelfs de Muntschouwburg café La Mort Subite op scène mag nabouwen, dan moet in het NTG een reconstructie van De Grote Avond (foto) natuurlijk ook mogelijk zijn…

Een gewone familie; een moeder, haar twee zonen ‑ Philippe met en Henri zonder succes ‑, en haar alleenstaande rebelse dochter. Ze leven vreedzaam naast elkaar met hun wederzijdse tegemoetkomingen, hun misverstanden, hun rancunes en hun verborgen verdriet. Het niet uitgesprokene is alomtegenwoordig.
De oudste zoon Henri ‘erfde’ de familiebrasserie van zijn vader, hij is een mislukte cafébaas geworden.
De tweede zoon, een gepolijste en succesvolle zakenman, is steeds het lievelingetje van mama gebleven.
En Betty, de jongste dochter, krijgt de volle lading omdat ze nog steeds ongehuwd is op haar dertig.
Elke vrijdagavond komt de familie samen in café en thuishaven “De stille vader”.
Maar deze avond wordt anders, want de vrouw van cafébaas en oudste zoon Henri is weg.
Dit mag het verjaardagsfeest van Yolande, de vrouw van Philippe, echter niet bederven.
Toch, tijdens déze vrijdagavond bijeenkomst laait het geruzie hoog op.
Alleen barman Denis kan de zaak nog nuchter bekijken. Eenzame Denis is sinds jaren de vertrouweling van zijn baas maar hij heeft ook sinds kort een stille affaire met Betty. Vanavond zal hij de katalysator spelen die de familie uit hun rollen schudt. Het etentje wordt een ongegeneerde biecht.
De verlamde hond, niet meer in staat pantoffels te brengen, is de mooie metafoor van de erg herkenbare familie die Jaoui en Bacri schilderen. Het huwelijk met haar geheimen en haar vernederingen, voedt deze komedie. Langzaam, zoals de verlamde hond die traag sterft, knaagt de tijd aan hechte familiebanden. Want men huwt niet alleen met een man of een vrouw, maar ook met een familie. En elke familie heeft zijn geheimen; herinneringen, riten en verboden.
De première van “Un Air de Famille” had plaats op 27 september 1994 in Théâtre de la Renaissance. Cédric Klapisch verfilmde “Un Air de Famille” in 1996. De film won drie Césars: Beste Scenario, Beste Vrouwelijke Bijrol en Beste Mannelijke Bijrol. De auteurs speelden mee in het toneelstuk én in de film.
De pers sprak over “le film le plus drôle de l’année”; de auteurs ‑Jaoui en Bacri ‑ werden kinderen van Freud, Sherlock Holmes en Anouilh genoemd.
Er wordt tijdens familiebijeenkomsten weinig essentieels gezegd.
Hoe groter de bijeenkomsten, hoe oppervlakkiger de gesprekken.
Het lijkt alsof het geklater van hun stemmen belangrijker is dan wat er gezegd wordt. Een soort diplomatie van het geluid die de scherpe kantjes van de grote en kleine familiegeheimen moet afronden. Een geklater dat de innerlijke onrust aanvaardbaar maakt. De familiegeluiden hebben iets herkenbaars waardoor iedereen een zekere veiligheid in acht neemt. Denk maar aan een troep witte ganzen in een park: als je hen voorbij loopt en ze daardoor even werden opgeschrikt, stellen ze elkaar gerust met zacht gekwetter. Maar naarmate de uren verstrijken en het alcoholgehalte de geest beneveld, komen de lippen los. Dan worden familiale zweren open geknepen en gepurgeerd, waarna de rust weerkeert in afwachting van het volgende feest.
Blakend van gezondheid is het eeuwenoude mannenmodel in onze tijd nog maar nauwelijks veranderd.
Twee Amerikaanse academici kregen bekendheid toen ze de vier voorschriften van mannelijkheid in de vorm van populaire slogans opsomden.
In de eerste plaats geldt: no Sissy stuff (niets verwijfds).
Hoewel we nu weten dat mannen dezelfde affectieve behoeften hebben als vrouwen, legt de clichématige mannenrol hun offers en de verminking van een deel van hun menselijkheid op. Aangezien een ‘echte man’ immers vrij is van elke vorm van vrouwelijkheid, wordt van hem verlangd dat hij een heel stuk van zichzelf verwaarloost.
Vervolgens is een echte man the big wheel (een hoge piet, een belangrijk persoon).
Superioriteit ten opzichte van anderen is de eis.
Mannelijkheid wordt gemeten met de maat van succes, macht en bewondering die men geniet.
Het derde voorschrift: the sturdy oak (een stevige eik) benadrukt de noodzaak onafhankelijk te zijn en alleen maar op zichzelf te kunnen rekenen. Nooit je emotie of je genegenheid tonen, dat zijn maar tekenen van vrouwelijke zwakheid.
Laatste voorschrift: give’m hell (geef ze van katoen) legt de nadruk op de verplichting sterker dan de anderen
te zijn, zo nodig door geweld te gebruiken. Een man moet in zijn voorkomen moed en agressiviteit uitstralen.
Hij moet laten merken dat hij klaarstaat om alle mogelijke gevaren te trotseren, ook wanneer zijn verstand en zijn angst hem van het tegendeel proberen te overtuigen.
Een man die zich aan deze vier voorschriften houdt is de superman, van wie hele volkstammen altijd hebben gedroomd. Een uitstekende illustratie hiervan is de afbeelding van de man die de reclame maakt voor het sigarettenmerk Marlboro (The Marlboro man), waarvan de poster overal ter wereld te zien is.
De man is hard, eenzaam omdat hij niemand nodig heeft, onverstoorbaar en buitengewoon mannelijk.
Alle mannen hebben ooit wel eens als deze man willen zijn: vrouwen bespringt hij als een beest, maar hij hecht zich aan geen enkele; zijn mannelijke soortgenoten komt hij alleen maar tegen in wedstrijden, op het sportveld of aan het front. Kortom, een keiharde figuur, ‘een gevoelsinvalide’, eerder bestemd om te sterven dan om te trouwen en een moederrol op zich te nemen.
In de meeste culturen komt dit mannenideaal voor, waarbij elke cultuur zijn eigen model schept, maar Amerika legde, zonder enige culturele rivaal, de hele wereld zijn voorstellingen van mannelijkheid op: van cowboy via Rambo tot en met Terminator, belichaamd door cultfilmsterren (John Wayne, Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger), waren deze helden van het witte doek idolen van een groot publiek, die nog steeds miljoenen mannen het hoofd op hol brengen.
Hoewel deze drie voorstellingen van supermannelijkheid met die vier hierboven genoemde voorschriften overeenkomen, zal het de lezer niet ontgaan zijn dat de helden van vlees en bloed, van de cowboy tot de Terminator, steeds meer op een machine gaan lijken. (Elisabeth Badinter, XY Over mannelijke identiteit, Contact, 1993, blz.80)
Jean‑Pierre Bacri schreef: Tout simplement, Le Grain de Sable (Prix Tristan Bernard de la SACD), Le Timbre, Le Doux visage de l’amour (Prix de la fondation de la vocation), Quand je serai grand (co‑auteur met Sam Karmann), en in samenwerking met Agnès Jaoui : Cuisine et Dépendances. Samen wonnen ze de Molière 1993 van Beste Auteur voor Cuisine et Dépendances en de César 1994 van Beste Scenario voor No Smoking van Alain Resnais. Ze kregen dit jaar de Prix Jeanson van het Beste Scenario voor de film Le Goût des Autres.
Agnès Jaoui: “Ik kies voor het ensemble. Jean‑Pierre en ik zijn acteurs van opleiding en daardoor vermijden we om kleine rollen te schrijven. Wij weten dat er heel wat acteurs mistroost bijlopen omwille van het weinige werk dat ze krijgen! Twee scènes spelen om dan te moeten wachten op je volgende minuscule scène, niets is zo vervelend.” (Le Soir, 9.03.2000)
Cédric Klapisch (regisseur van de film “Un air de famille”): “Ik kende Agnès Jaoui of Jean‑Pierre Bacri helemaal niet. Ik ontmoette hen na de voorstelling. Ik had een uitnodiging gekregen, zo verklaarden ze, om mij te vragen of ik niet geïnteresseerd was om een film te maken van hun stuk. Het klikte en al bij al verliep de samenwerking heel vlot. We gingen akkoord dat alle rollen een diepere dramatisering nodig hadden. De film moest ernstiger en wreder zijn. Het moeilijkste was om de komedie te behouden terwijl we meer emotie toedienden. Net als in Italiaanse komedies moest de lichte toon behouden blijven terwijl het eigenlijk steeds ernstiger wordt. Hoe meer we er aan werkten, hoe meer ik besefte dat de regie van de film op deze paradox gebaseerd moest zijn. De volledige film is opgebouwd rond tegenstellingen: verdriet en geluk, zwakheid en sterkte, verandering en stasis, licht en donker, koude en hitte, mannen en vrouwen.”
Agnès Jaoui: “Maar het is mooi, het is zo mooi, verhalen! Ik hou ervan. De verveling van de Amerikanen, die zo gefixeerd zijn op de Hollywoodfabriek dat ze voortdurend dezelfde verhalen vertellen.” (Le Soir, 9.03.2000)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s