Gangsterfilms

Hoewel in 1912 D.W.Griffith de eerste gangsterfilm maakte met “Musketeers of Pig Alley” zou het tot de intrede van de geluidsfilm duren vooraleer dit genre echt aan bod zou komen. Het geluid is immers zeer belangrijk omdat de scènes aan intensiteit verliezen zonder het horen van revolverschoten, het gieren van banden, de piano in de bars en de hese stemmen van de gangsters zelf.

In 1931 besloot Darryl Zanuck, directeur van Warner Brothers, om meer realistische films te gaan draaien dan de zoete films van die tijd. Hij huurde een aantal journalisten in (Ben Hecht, Robert Riskin, William Burnett e.a.) om scenario’s te schrijven die grote gelijkenissen vertoonden met de voorpagina’s van de kranten uit die tijd. Ogenblikkelijk verdreef de gangsterfilm de western van de boxoffice.
De meeste films waren gebaseerd op Al Capone en zijn gangsterbende. De gangster leefde in nichtclubs en was brutaal tegenover vrouwen, ook tegenover de blonde vamp die steevast aan zijn zijde te zien was.
FILMS NOIRS
Tegen 1941 verdween de traditionele gangsterfilm en kwam de “film noir” in de plaats, die brutaler en cynischer was. Typische “ouderwetse” gangsterfilms zijn “Underworld” van Josef von Sternberg uit 1927 (dus nog vóór de geluidsfilm?!?), “The Public Enemy” van William Wellman uit 1931, “Scarface” van Howard Hawks uit 1932 en “The petrified forest” van A.Mayo uit 1935.
Met “The Maltese Falcon” van John Huston doet in 1941 dus de zogenaamde “film noir” zijn intrede in Hollywood. Alhoewel de benaming afkomstig is van de “série noire”, de Franse reeks waarin de vertalingen van Dashiel Hammett, Raymond Chandler of James Cain verschenen, slaat ze toch ook op het sombere klimaat, waarin deze films baden. En zoals de Amerikanen voor deze films een Franse term gebruiken, spreekt men in het Frans van een “polar” (refererend aan de koude sfeer). De drie klassieke componenten worden als “mystère, atmosphère, caractères” omschreven. Opvallend is ook nog dat de gangster in Europese gangsterfilms menselijker werd voorgesteld dan in de Amerikaanse.
Eigenlijk zijn de films noirs nog een product van de crisisjaren dertig, waarin de misdaad welig tierde. Het morele en maatschappelijke verval weerspiegelt zich ook in de personages die – in tegenstelling tot de pellicule – helemaal niet wit-zwart zijn. De privé-detective, die door het genre werd geïntroduceerd, loopt vaak zelf op het randje van de illegaliteit, de gangster tracht een schijn van respectabiliteit op te houden, de “femme fatale” kan zowel de ene als de andere ten val brengen. De moraliteit van “crime does not pay” wil wel dat deze laatste dualiteit op het einde van de film “opgelost” wordt: de gangster komt inderdaad ten val, de detective “gets the girl”. Buiten het kader van de film blijft de ambiguïteit echter bestaan, d.w.z. als men maar even nadenkt over “what will happen next”, dan ziet men in dat deze nieuwe relatie eveneens tot de ondergang is gedoemd.
In “The Maltese Falcon” (1941) raakt een hardgekookte privé‑detective (Humphrey Bogart als Sam Spade, foto) in opdracht van een femme fatale (Gladys George als Iva Archer) verwikkeld in een geheimzinnige geschiedenis. Op de hielen gezeten door de politie tracht hij het mysterie op te lossen. Scenarist John Huston leverde met zijn regiedebuut een klassieker af. Huston tekende later nog voor andere noir classics (“Key Largo” en “The Asphalt Jungle”) maar bewees ondermeer met “The Misfits” (western) en “Prizzi’s Honor” (cynische humor met dochter Anjelica Huston) een veel ruimer palet te hebben.
De auteur van “The Maltese Falcon” is Dashiell Hammett. Zijn beste werk is echter “The Glass Key” dat in 1942 werd verfilmd door Stuart Heisler, maar dat ook de inspiratie vormde voor Akira Kurosawa’s “Yojimbo”. Ook in “The Glass Key” krijgen we een blonde femme fatale te zien die ondanks haar haarkleur toch wel degelijk zo dodelijk als wat is, namelijk Veronica Lake!
The New York Times noemde “Double Indemnity” van Billy Wilder (eveneens gebaseerd op een boek van James M.Cain) in 1944 ‘a tough melodrama’, nu is het een klassieker van de film noir. Wilders film bevat alle thematische en stilistische film noir‑ingredienten: een koele, zij het blonde(*), femme fatale (Barbara Stanwyck als Phyllis Dietrichson), een protagonist (Fred MacMurray als Walter Neff) die door zijn eigen morele ambiguiteit en passie voor een vrouw ten onder gaat, L.A. als broeierige grootstad, snelle dialogen, een labyrinthische plot en een contrastrijke belichting met scherpe schaduwen. De onderkoelde Phyllis Dietrichson overtuigt verzekeringsagent Walter Neff om haar man te vermoorden teneinde de verzekeringspolis te innen. De twee sleuren mekaar mee in een poel van verderf die ook hun ondergang zal betekenen. De film was baanbrekend niet alleen door het gewaagde thema van een koelbloedig geplande moord, maar ook door de voice‑over vertelling in flash back. Dit werd later de narratieve structuur in talloze film noirs.
In “Double indemnity” stond Edward G.Robinson nog aan de kant van de wet, maar in “Woman in the window” wordt hij ongegeneerd in de wind gezet door Joan Bennett, die hem in “Scarlet street” (Fritz Lang, 1945) nogmaals te grazen neemt. “Scarlet street” is eigenlijk een remake van “La Chienne” (Jean Renoir, 1931), waarin het hoofdpersonage (bij Renoir heet ze Lulu en wordt ze gespeeld door Janie Marèze) echter aanzienlijk jonger was. Een Lolita eigenlijk. Dat betekent dat Michel Simon hier nog meer op eieren moet lopen dan Robinson!
LA BELLE DAME SANS MERCI
Deze Shakespeariaanse uitdrukking wordt enigszins enigmatisch gekoppeld aan de omschrijving “ménages à trois ou quatre”, maar dat maakt het mij wel wat makkelijker om hier een paar films onder te brengen, want anders is de nuance met b.v. een vamp of een sirene toch wel heel subtiel.
In “Born to kill” (Robert Wise, 1947) trouwt zware jongen Lawrence Tierney (de opdrachtgever in “Reservoir Dogs”) met de neurotische Audrey Long, maar hij kan zijn handen niet afhouden van haar gescheiden zuster (Claire Trevor). Moord brengt eens te meer soelaas in het zelfs voor de film noir erg amorele universum van deze cultfilm.
Ook “The Grifters” (Stephen Frears, 1990) toont een ménage à trois, maar dan wel van een heel bijzondere soort: een kleine oplichter (John Cusack) met zijn blonde liefje (Annette Bening) en zijn even blonde moeder (Anjelica Huston). Men kan zich afvragen wie hier de femme fatale is. Misschien weet Oedipoes het antwoord wel…
Een andere “afwijkende” ménage à trois is die uit “Les Diaboliques” (Henri-Georges Clouzot, 1954). Simone Signoret en Vera Clouzot nemen hier samen de maat van Paul Meurisse (alhoewel). De remake met Sharon Stone en Isabelle Adjani is reeds voldoende verketterd, maar dat belet niet dat mooie Isabelle toch een typisch voorbeeld is van de femme fatale, zij het dan meer in “L’été meurtrier” dan in “Diabolique”.
En nu weet ik ook wel dat Nicole Kidman in “To die for” (Gus Van Sant, 1995) letterlijk over lijken gaat om van Sabine Haghedoorn op te klimmen tot Christina von Wackerbarth, maar toch kan ik haar met haar Marina Wally-look moeilijk tot een femme fatale rekenen. Als je dan toch per se een film met een scenario van Buck Henry hier wil binnensluizen, dan lijkt de Mrs.Robinson van Ann Bancroft uit “The graduate” mij hier veel meer op haar plaats.
“Black widow” is dan weer de moderne invulling van “Gun crazy” (Joseph H.Lewis, 1949), waarvan de ondertitel, namelijk “deadly is the female”, reeds aangeeft dat we hier te maken hebben met een gevaarlijke bidsprinkhaan die haar mannetjes oppeuzelt. De 23-jarige kermisscherpschutter Annie Laurie (Peggy Cummins) is zeker geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, maar haar eveneens schietgrage vriendje Bart Tare (John Dall) is zo mogelijk nog erger. Hun ‘amour fou’ (op de tonen van Victor Youngs “Mad about you”) is dan ook gebaseerd op gelijkheid in liefde en in lust, maar ook in misdaad en waanzin. Een rollercoaster-versie van Bonnie & Clyde kortom.
“Bonnie and Clyde” (Arthur Penn, 1967) zelf is gesitueerd in de Verenigde Staten in 1931, een land ontwricht door de economische crisis. Het is ook een periode waarin het gangsterisme hoogtij viert. De jonge en knappe Bonnie Parker (Faye Dunaway) ziet vanuit haar raam hoe Clyde Barrow (Warren Beatty), een eveneens knappe, maar zeer impulsieve jongeman die al in de gevangenis heeft gezeten wegens een gewapende overval, probeert de wagen van haar ouders te kraken. Belust op avontuur besluit Bonnie met Clyde weg te trekken.
Eerst willen zowel de liefde (“Your publicity is phantastic, but you’ve got nothing to offer”) als de overvallen niet vlotten, maar naderhand groeien ze zowat uit tot een legende. Ze zijn zelfs aan “uitbreiding” toe en op die manier komt een jonge garagist bij hen “in dienst” (gespeeld door Michael J.Pollard), die erg sympathiek oogt, maar hen uiteindelijk toch zal verraden.
Het is vooral door de bloedige eindsequentie dat deze film als “typisch Arthur Penn” de geschiedenis is ingegaan. Ook de “verheerlijking” van het amorele leventje van de twee (let b.v. op de luchtige titelsong gezongen door Georgie Fame) zorgde voor wat opschudding bij het uitbrengen van de film, maar de sterke acteerprestaties zorgden ervoor dat het toch een groot succes werd.
En inderdaad, Faye Dunaway zal uitgroeien tot een mega-ster, Warren Beatty wordt een cultfiguur en Gene Hackman speelt hier reeds een politiecommissaris zoals hij dat later nog zal doen in “The French Connection” of “Mississippi burning”. Alleen van Michael Pollard werd later eigenaardig genoeg bijna niets meer vernomen…

Ronny De Schepper

(*) On viewing the film’s rushes, production head Buddy G.DeSylva remarked of Barbara Stanwyck’s blonde wig: “We hired Barbara Stanwyck, and here we get George Washington”. The blonde wig that Barbara Stanwyck is wearing throughout the movie was the idea of Billy Wilder. A month into shooting Wilder suddenly realized how bad it looked, but by then it was too late to re-shoot the earlier scenes. To rationalize this mistake, in later interviews Wilder claimed that the bad-looking wig was intentional. (IMDb)

2 gedachtes over “Gangsterfilms

  1. Get your facts straight: Arthur Penn’s Bonnie & Clyde did NOT have George Fame’s song as its title music. The opening of the movie was silent as still photos were shown with captures on Bonnie & Clyde’s backgrounds. Secondly: Gene Hackman played Clyde Barrow’s older brother, Buck Barrow, another member of the Barrow Gang. No way did he play a cop in Bonnie & Clyde!!!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.