In de tijd dat ik voor de Socialistische Zelfstandigen werkte (eerste helft van de jaren negentig) was één van mijn jaarlijkse (prettige) opdrachten een Oostenrijkse delegatie in Brussel rond te leiden (o.a. in het Brusselse stadhuis, zoals men op bovenstaande foto kan zien), maar vandaag is de Giro te gast in Oostenrijk, waar ons zoals gewoonlijk een majestueus decor wacht. Ook de supporters zijn nog altijd trouw op post, al heeft Oostenrijk meer dan enig ander land (tenzij misschien grote buur Duitsland) te lijden onder de dopingplaag…

Wanneer we de Oostenrijkse wielersport nader bekijken in het verleden dan zien we dat de Wiener Bicycle Club al werd opgericht in 1882. Wenen is immers het centrum geweest van een multinationaal Keizerrijk van enorme grootte, doch ook met veel politieke strubbelingen tussen de verschillende etnische groepen en talen. Ook in de wielersport van toen zijn die terug te vinden. Maar om daarin een inzicht te krijgen, is een grondige kennis nodig van de Midden-Europese culturele en politieke situatie van het eind van de negentiende eeuw.
In 1898 werden op de 500m baan van het Praterstadion de wereldkampioenschappen gehouden. Deze werden ingericht op 4, 8 en 11 september door de International Cyclist Association (I.C.A.) en de leidingnemende Duitstalige Wielerbond. Omdat zij weinig mochten inbrengen, maakten de andere nationalistische groepen veel ruzie. Er moest dus een grotere organisatie komen die wat de wielersport betreft al het andere dat toen bestond overkoepelde. Dat werd de Union Cycliste Internationale (U.C.I.). Het is dus eigenlijk in het vroegere Oostenrijk dat de vraag naar een U.C.I. Begon.
De klassieker Wenen-Berlijn (582km) was reeds ingericht in 1893 en de Ferenc Gerger, een Oostenrijk-Hongaar uit Graz had als amateur Bordeaux-Parijs 1895 gewonnen. Dat betekende dat de wielersport ook reeds op de weg belangrijk werd. De tijden veranderden echter. Door grote bouwplannen verdwenen op korte tijd plots de twee Weense velodrooms, de Margarethmerbahn en de Juhutkabahn (Prater). De teloorgang van de Radsport volgde. De koersen op de weg over lange afstand met start en aankomst te Wenen waren sportief goed, maar omdat de toeschouwers er maar weinig aan hadden, gingen snel supporters en entreegelden verloren. Het openbaar vervoer kon de vele sportmannen niet snel genoeg verplaatsen om hen toe te laten de renners nader te volgen.
De oorlog 14-18 betekende het einde van een groot Oostenrijk. Alles moest opnieuw worden opgebouwd, ook de wielersport. Toen deze weer goed liep, stroomden de soldaten van Hitler het landje binnen en werd Oostenrijk een deel van Duitsland. Ondertussen was tijdens het interbellum het nieuwe Oostenrijk wel lid geweest van de U.C.I. (1918-1938), kwam er weer een velodroom (1931) en hadden de wielerkampioenen Max Bulla en Franz Dusika de Oostenrijkse kleuren goed verdedigd in het buitenland. Max Bulla was in 1931 zelfs de eerste (en tot nu toe enige) geletruidrager in de Tour (zij het maar voor één dag). Door de Anschluss van 1938 verdween de Oostenrijkse wielerbond. Geen enkele schilling en geen enkel papiertje was er nog toen na 1945 de wielerfanaten opnieuw startten met de organisatie van wielerkoersen. Na Ferenc Gerger, Max Bulla, Franz Dusika en Walter en Otto Cap, was het nu de beurt aan Adolf Christian, Rudi Valenta en Kurt Schneider om het mooie weer te maken. Daarna volgden Wolfgang Steinmayer en Helmut Wechselberger en nog later Gerhard Zadrobilek, Gerhard Schönbacher, Harald Maier, Peter Luttenberger, Gerrit Glomser, Georg Totschnig, Peter Wrolich, René Haselbacher, Bernhard Eisel, tot en met Bernhard Kohl, de eerste Oostenrijkse winnaar van de bolletjestrui in de Tour.
Bernhard Kohl, de ogenschijnlijk sympathieke (met zijn bolle wangen had hij als bijnaam “de hamster”) Oostenrijkse bergkampioen in de voorbije Tour, is dus – net als zovele anderen – een vuile bedrieger. Dankzij hem was de Tour nochtans voor het eerst live te zien in Oostenrijk. Ondanks fraaie prestaties van Oostenrijkers in het verleden (met als hoogtepunt de derde plaats van Adolf Christian in de Tour van 1957) waren tot nu toe immers enkel maar samenvattingen te zien. Gelukkig was het niet enkel aan de prestaties van Kohl te danken dat wielrennen populairder wordt in zijn thuisland. Van de voorbije Ronde van Oostenrijk kwamen immers eveneens twee ritten rechtstreeks op het scherm. Twee prachtige bergritten overigens, want zoals we uit de Ronde van Zwitserland (die geregeld de grens met Oostenrijk oversteekt) reeds weten, kan men prachtige bergetappes uittekenen in dit land. Hopelijk wordt na Kohl nu niet de klok teruggedraaid. Hij is alvast begonnen met mea culpa te slaan en heeft (in tegenstelling tot de andere betrapten) toegegeven dat hij éénmalig aan het spul heeft gezeten. “Ik zal het nooit meer doen,” beloofde hij op zijn eerstecommuniezieltje. Niet lang daarna werden echter ook de Oostenrijkse kampioen Christian Pfannberger en een nobele onbekende (die evenwel als dealer dienst deed) Christoph Kerschbaum betrapt. Bleek namelijk dat er in Wenen een centrum van bloeddoping was, georganiseerd door de voormalige afstandsloper Stefan Matschiner. Want, oh ja, buiten wielrenners zijn er uiteraard ook andere sporters bij betrokken. Maar dààrover hoor je natuurlijk zoals gewoonlijk weer niets!

Ronny De Schepper
(met heel veel dank aan Wilfried Journée)

(Zeer) selectieve bibliografie
Franz Dusika, Der erfolgreiche Radrennfahrer (1951)
Franz Dusika, Das Radsporthandbüch (1952)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s