Tussen 1932 en 1937 zat de Gentse kunstenaar Jules De Bruycker vaak op het terras van brasserie Wilson (waar nu de McDonalds is) om de Sint-Niklaaskerk te tekenen. Dat was de periode dat de huisjes eromheen grotendeels waren weggehaald en de kerk er troosteloos bijstond. Vandaar dat men kan zeggen dat De Bruycker met zijn tekeningen de restauratie van de kerk heeft op gang gebracht. De vrienden van de Sint-Niklaaskerk ontstonden inderdaad in 1936 en zorgden in 2008 voor een tentoonstelling in de Sint-Niklaaskerk zelf, waar men de tekeningen van de kerk gemaakt door Jules De Bruycker kon gaan bekijken.

De vermaarde Gentse kunstenaar Jules De Bruycker geniet vooral vermaardheid als een virtuoos tekenaar met een geweldig oog voor detail. Daarnaast was hij een belangrijke etser. Gent en de mensen van Gent waren zijn belangrijkste onderwerp. Karel Van Keymeulen getuigt in De Gentenaar van 18/10/2008: “Jules De Bruycker zocht nooit het platteland op, zoals veel kunstenaars van toen, maar bleef zijn geboortestad trouw. Hij was een man van de stad. Hij tekende in de kroeg, in de engelenbak van de schouwburg, in de wachtzaal van het station, op markten of vanop terrassen. Hij was gefascineerd door monumenten en nog meer door ruïnes en versleten gebouwen. Maar hij leefde ook mee met de sukkelaars. Zijn sociale betrokkenheid was groot.”
Aangezien de etsen van Jules De Bruycker in Gent erg gegeerd zijn, ging ik destijds eens praten met galeriehouder Jean-Pierre Van Langenhove en zijn zoon, die zowat gespecialiseerd zijn in de materie sedert ze tot tweemaal toe de hand konden leggen op de volledige collectie van De Bruycker en er tot in Los Angeles tentoonstellingen mee organiseerden. “Los Angeles, dat was een belevenis,” zucht vader Van Langenhove, terugdenkend aan de filmvedetten die in 1991 de expositie bezochten, maar ik wilde eigenlijk weten of ook de gewone man in de straat zich een De Bruycker kan veroorloven. “Waarom niet? Hij heeft meer dan 200 etsen gemaakt, waarvan er gemiddeld 40 tot 120 afdrukken werden gemaakt, al naargelang van het feit of het om droge naald- of diepdruk-techniek gaat. Echt zeldzaam is het werk dus niet en dat drukt de prijs.” Buitenstaanders kunnen ook soms een goede zaak doen omdat een échte grafiekliefhebber “ne vieze” is, zoals Van Langenhove het plastisch uitdrukt. “Die zijn erg secuur wat de staat van de ets aangaat. Indien op karton geplakt of een beetje afgesneden, dan moet-ie het al niet meer hebben.” Voor “nen echte” moet een ets uit een map komen, zodat hij nog schoon wit is en de passe-partout (rand van de ets) zich nog niet heeft afgetekend. Maar “gewone mensen”, zoals u en ik zijn al veel rapper tevreden en dat scheelt dus in de prijs…
Zowel “gewone mensen” als “vieze grafiekliefhebbers” konden vanaf zaterdag 28 oktober 1995 terecht in het Museum voor Schone Kunsten in het Citadelpark voor een retrospectieve van het grafisch werk van de Gentenaar Jules de Bruycker (1870-1945) en zijn tijdgenoot Edgard Tytgat (1879-1957).
Van deze twee grootmeesters van de prentkunst werden niet enkel hun eigen artistieke producten getoond, maar ook boeken die ze hebben geïllustreerd en voorbereidende studies, meestal afkomstig uit privé–verzamelingen. Een buitenkans !
De aanleiding was uiteraard de vijftigste verjaardag van het overlijden van de Bruycker, wat in Gent niet onopgemerkt voorbij mocht gaan. De Bruycker is immers ontzettend populair bij het Gentse publiek omwille van zijn houtsneden met schilderachtige plekjes van de Arteveldestad als onderwerp. Daarbij heeft hij vooral oog voor de mens. Dat kan variëren van mededogen (zijn anti-oorlogsprenten in Londen tijdens de Eerste Wereldoorlog) tot satire (zijn illustraties bij « Tyl Uylenspieghel » van Charles De Coster).
Tegenover de Bruycker wordt dus Edgard Tytgat geplaatst, die meer vanuit zijn fantasie vertrok, zoals blijkt uit zijn aquarellen voor « Roodkapje », waarmee hij duidelijk aanknoopt bij de traditie van de volksprenten. Dankzij het feit dat Edgard Tytgat zeer zorgvuldig omsprong met zijn werk, is men erin geslaagd het hele wordingsproces te reproduceren, zodat de bezoeker in staat is de toegepaste techniek stap voor stap te volgen. Nadien verhuisde de tentoonstelling naar het Spencer Museum of Art van de University of Kansas.

Referenties
Ronny De Schepper, Grafisch werk van de Bruycker en Tytgat, Het Laatste Nieuws 27 oktober 1995.
Ronny De Schepper, Een ets van De Bruycker is nog betaalbaar, Het Laatste Nieuws 12 januari 1996.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.