Het moest ervan komen: nadat de Duitse televisie al had bekend gemaakt dat ze volgend jaar geen rechtstreekse uitzending van de Tour de France meer zou verzorgen, heeft de Duitse wielerbond nu ook beslist om in 2009 geen Ronde van Duitsland meer te organiseren. Een tijdje geleden vond ik dergelijke reacties overtrokken, maar als men ziet dat men er maar niet in slaagt de ketting Jan Ullrich – Patrick Sinkewitz – Stefan Schumacher te doorbreken, dan heb ik daar stilaan wel begrip voor.

Bij het ontstaan van de wielersport was Duitsland er als de kippen bij om belangrijke wedstrijden te organiseren. Reeds in 1829 had in München een “Draisinenwedstrijd” plaats (een draisine is een loopfiets uitgevonden door Baron van Drais in 1818). De winnaar werd slechts met initialen aangeduid (V.N.) maar zijn werkgever (fietsenbouwer Semmier) werd voluit vermeld! De beroepswielersport was dus eigenlijk reeds geboren.
De eerste echte wielerwedstrijd (waarbij men dus trapte i.p.v. te lopen) had in Parijs plaats in 1868, maar reeds in 1869 werden er in Duitsland (Altona) wedstrijden gehouden over 750, 1.000 en 1.500 meter. In 1883 hadden zelfs reeds de eerste kampioenschappen van Duitsland plaats. Deze waren “open” (zoals dit nu nog bij tennis gebeurt) zodat de eerste “Duitse” kampioen de Engelsman Wyndham was. In 1884 had in Leipzig echter reeds het eerste “echte” kamioenschap plaats (uitsluitend voor Duitsers) en winnaar werd Julius Huber.
Rond 1886 telde men al 10.000 renners in Duitsland, weliswaar niet gegroepeerd in één verbond (zoals de BWB), maar verspreid over talrijke “verzuilde” bondjes (zoals de arbeiderswielerbond “Solidariteit” en de katholieke bond “Concordia”). Ook binnen de UCI waren de Duitsers buitenbeentjes: zo wilden zij het onderscheid amateurs-profs afschaffen wat heel wat heibel meebracht (deklasseringen, startverboden, annuleringen van wedstrijden enz.).
De eerste “Deutschland-Rundfahrt”, uiteraard in navolging van de “Tour de France”, kwam er in 1911. In 6 ritten werden 1.414 kilometer afgelegd en Hans Ludwig (bovenstaande foto) werd de eerste laureaat. Nadien werd de wedstrijd zeer onregelmatig betwist (1922, 1927, 1930-31, 1937-39, 1947-52, 1955, 1960-62, 1979 en 1999-2008). De voornaamste oorzaak hiervan was dat de Ronde niet gesponsord werd door een krant, zoals in Frankrijk b.v.
De enige Belgische winnaars waren Romain Gyselinck in 1950 en Isidoor De Rijck in 1952. Een opmerkelijke ronde was die van 1927 (winnaar Rudolf Wolke) toen er 15 ritten dienden te worden gereden gespreid van april tot oktober.
Vanaf 1937 moesten de Duitse renners met een hakenkruis op de trui rond rijden. De meesten deden dit echter niet in het buitenland, omdat andere renners dan niet tegen hen wilden uitkomen. In de Ronde van Frankrijk gebeurde het echter wel! Bovendien slaagden in 1937 en 1938 twee Duitsers erin (resp.Bautz en Oberbeck) een rit te winnen en de gele trui te nemen. Of er dan ook een hakenkruis op de gele trui stond, weet ik niet, maar in een documentaire van de Duitse televisie over honderd jaar Tour de France werden de truien alvast opvallend buiten beeld gehouden…
Helemaal uitgesloten is het trouwens niet, want het is bekend dat tijdens de Tweede Wereldoorlog Tourdirecteur Jacques Goddet lustig collaboreerde met de Duitsers (editorialen waarin gefusilleerde weerstanders als misdadigers werden afgedaan, grote nazi-bijeenkomsten in de Vel’d’hiv die eigendom was van L’Auto, enz.), vandaar trouwens dat L’Auto in 1944 moest ophouden met te verschijnen, al zou het later als L’Equipe herrijzen. Wat Goddet echter niet wou doen, is een Ronde van Frankrijk organiseren onder Duitse auspiciën. Dan deed Jean Leuillot (de organisator van Parijs-Nice) het maar, onder de benaming “Circuit de France”!
In de Ronde van Duitsland 1939 (winnaar Georg Umbenhauer) werden in 20 ritten 5.006 km. afgelegd: ter vergelijking de Tour van dat jaar liep over 4.224 km. In 1939 heette ze trouwens “De Ronde van Groot-Duitsland”. Inderdaad, net zoals in het voetbal was deze grootheidswaanzin van de nazi’s ook in het wielrennen doorgesijpeld. Na de “Anschluss” van Oostenrijk in 1938 had de Duitse voetbalploeg ook al het Oostenrijkse team “ingelijfd” (nochtans zonder succes: ze werden uit de wereldbeker geknikkerd door Zwitserland met 1-1 en 4-2). De reden dat de Groot-Duitse voetbalploeg niet zo “groot” was als ze zelf wel had gewild kwam o.m. omdat de Oostenrijkse sterspeler Matthias Sindelar weigerde voor de nazi’s te spelen. Hij heeft het wel met zijn leven moeten bekopen. Officieel zijn hij en zijn minnares weliswaar om het leven gekomen door koolmonoxidevergiftiging, maar alles wijst erop dat de Gestapo hier de hand in had. Ook de wielersport is niet van die waanzin gespaard gebleven. Als schrijnend bewijs is er de moord op Albert Richter (zie elders op deze blog), terwijl zijn collega Toni Merkens sneuvelde aan het Oostfront.
HEINZ MÜLLER
Wie ook aan het Russisch front zat, was Heinz Müller, in 1952 de eerste Duitse wereldkampioen op de weg. Hij was afkomstig uit het Zwarte Woud waar hij geboren werd te Schwenningen op 16 september 1924. Hij bouwde een merkwaardige loopbaan uit. Hij was een gepassionneerd skiër maar werd door zijn vader, een ex‑renner, op vijftienjarige leeftijd in het zadel geduwd. Een paar maanden later (in 1940) werd Heinz echter naar het front in Rusland gestuurd. Daar raakte hij door een ontploffing van een granaat zwaar gewond aan de rug en werd later door de Engelsen krijgsgevangen gemaakt.
Zo begon de wielerloopbaan van Heinz Muller pas na de oorlog in 1946. Hij had met Eugeen Demeyer een Belgische verzorger maar reed bijna uitsluitend in Duitsland. Het was dan ook een complete verrassing toen hij in een massaspurt in Luxemburg in 1952 wereldkampioen op weg werd. Erg veel overwinningen heeft Heinz Müller in zijn loopbaan niet gehaald. Hij werd wel nog kampioen van Duitsland in 1953 en won ook een achttal ritten in de Ronde van Duitsland. Buiten Duitsland, won hij een rit in Ronde van Zwitserland in 1957.
Na zijn loopbaan werkte hij als mecanicien voor een fabriek die onderdelen van fietsen maakte. Heinz Müller overleed op 25 september 1975, op 51-jarige leeftijd aan leukemie.
VREDESKOERS
Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland opgedeeld in vier bezettingszones. Zo ontstond de facto Oost- en West-Duitsland (Oost: de zone bezet door de Russen, West: die bezet door Amerikanen, Engelsen en Fransen). Dat waren echter “populaire” benamingen, die geen echte “rechtsgrond” hadden, zeker wat het wielrennen betreft (vergelijk in ons eigen land: ondanks alle federaliseringsmaatregelen is er bij mijn weten officieel nog nooit een “Vlaamse” en/of “Waalse” ploeg ergens aan de start van een wedstrijd verschenen).
Als stichtingsdatum van de DDR wordt 7 oktober 1949 vermeld. In de eerste jaren zijn er dan ook geen Duitse ploegen aan de start van de Vredeskoers. De DDR stond voor het eerst aan de start in 1950 met Busse, Gaede, Gragner, Hey, Meister en Plitt. Bron : Het boek over de Vredeskoers van Daniel Marszalek (“Wyscig Pokoju 1948-2001” van Bogdan Tuszynski en Daniel Marszalek). In 1951 staat opnieuw een ploeg van de DDR aan de start (Dinter, Fensl, Gaede, Lothar Meister, Treflich, Weber). De DDR is er voortaan alle jaren bij. In 1956 en 1958 start er ook een ploeg van de BRD (met o.a. Brinkmann in 1956 en Fischerkeller in 1958). Deze informatie heeft mij bereikt via Stephen Flockheart en hij voegt eraan toe: “Wat de truien betreft, heb ik enkel het volgende kunnen deducteren voor de Oost-Duitse ploeg. In 1954 was het wit met zwart – rood – gele band, in 1955 idem maar soms ook rood met zwart – rood – gele band. In 1956 opnieuw wit met zwart – rood – gele band, terwijl West-Duitsland een blauwe trui droeg met zwart – rood – gele mouwen (Nederland was toen aanwezig met een Magneet-ploeg).
SAARLAND
Een speciaal geval is ook nog het Saarland. Van 1920 tot 1935 werd dit bestuurd door de Verenigde Naties, zoals gestipuleerd in het Verdrag van Versailles. Onder Hitler werd het dan opnieuw een onderdeel van het Duitse rijk, waardoor het na de oorlog deel ging uitmaken van het bezette Duitsland. Rond 1947/48 werd Saarland dan een onafhankelijke staat. Dat zou duren tot eind ’56. Als dusdanig namen een aantal renners (de bekendste is Lothar Friedrich) in die periode deel aan het wereldkampioenschap als vertegenwoordigers van Saarland. Op de Olympische Spelen van Melbourne traden zij echter al aan in Duitse kleuren, vooruitlopend op de politieke realiteit die inging op 1 januari 1957.
Een weerslag van al deze verwikkelingen vindt men terug in het boek van Uwe Johnson, “Het derde boek over Achim” (in 1968 verschenen bij de D.A.P. Reinaert Uitgaven, Brussel, 248 pagina’s, als 184ste deel in de Reinaert romanreeks; heruitgegeven in 1991 bij Meulenhoff, Amsterdam, 299 pagina’s, vertaling door Carlien Brouwer). De oorspronkelijke uitgave verscheen in 1961 onder de titel ‘Das dritte Buch über Achim’ in Frankfurt a.M. bij Suhrkamp Verlag. Alhoewel als non‑fictie aangekondigd is het toch een denkbeeldige confrontatie tussen een Oost-Duitse en een West-Duitse wielrenner. De Oost-Duitse wielrenner is Gustav Adolf Schur, de vader van Jan Schur.
Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in het plaatsje Kammin (Kamien Pomorski). Ging in 1940 naar school en wisselde in 1944 naar een Duitse “Heimschule”. In februari 1945 verliet hij deze school, omdat zijn familie vluchtte naar Mecklenburg. Ze verhuizen in 1946 naar Güstrow. Johnsons vader is in 1945 naar de Oekraïne gedeporteerd en 1948 als dood opgegeven. Van 1948‑1952 bezoekt Uwe Johnson de John‑Brinckman‑Oberschule te Güstrow. Van 1952‑1954 studeerde hij Germanistiek in Rostock. Op 13 maart 1984 is Uwe Johnson dood in zijn huis gevonden te Sheerness.
DIETER THURAU
Op 6 augustus 1979 startte na een onderbreking van niet minder dan 17 jaar opnieuw een Ronde van Duitsland (bedoeld wordt uiteraard de Bondsrepubliek, want het betrof hier een wedstrijd voor beroepsrenners). Zo kwam het dat de laatste winnaar, de man die dus normaal met het nummer één zou moeten starten, weliswaar meereed maar dan… in de volgwagen van de Raleigh-ploeg.
Rudi AltigInderdaad in 1962 was Peter Post de beste renner op de Duitse wegen vóór de Belgen Lode Troonbeeckx en Roger Baens. Geen Duitser in de erelijst dus, al waren toen Hennes Junkermann, Rolf Wolfshohl en vooral Rudi Altig nog actief. Toen deze renners er echter het bijltje bij neerlegden, begon de vlam van de Duitse wielersport op een laag pitje te branden.
Deze kleinschaligheid werd a.h.w. geïllustreerd door de beste Duitser uit die periode, Karl-Heinz Kunde, die op een fietsje reed met afmetingen die aan een kinderfiets deden denken en voor wie men – toen hij eens “per ongeluk” in het geel kwam tijdens de Ronde van Frankrijk – een speciale trui moest laten overkomen.
De belangstelling voor het wielrennen nam zienderogen af tot evenwel Dietrich Thurau op het toneel verscheen. De Duitser wist zich door zijn prestaties en zijn gedrag (hij kreeg de onderscheiding van de vriendelijkste renner in de Tour 1977 en in 1979 werd hij uitgeroepen tot de elegantste) uitzonderlijk populair te maken. Zijn buitensporige financiële eisen konden zijn populariteit zelfs nauwelijks schaden evenmin als zijn liefdeshistories die hem in de schandaalpers even grote koppen opleverde als Rod Stewart en Britt Ekland of Liz Taylor en Richard Burton.
Gelukkig kwam er ook een sportieve revanche met renners die het niet zo maar namen dat “Didi” als een slokop alles naar zich wilde toetrekken. Vooral Gregor Braun en in mindere mate ook Klaus-Peter Thaler legden hem in eigen land het vuur aan de schenen. Dit alles droeg ertoe bij dat men uiteindelijk toch de Ronde van Duitsland nieuw leven heeft ingeblazen. Toen Thurau deze eerste editie ook nog wón, ging men in de typisch megalomane Duitse stijl verder. Vier jaar later keek men echter tegen een deficit van zes miljoen aan en voor de vijfde keer werd het initiatief begraven.
DE VAL VAN DE MUUR
Op 2 oktober 1990 werd Duitsland weer herenigd, maar Jacques Rogge staat niet te jubelen bij het vallen van al die regimes…
Dr.Rogge: Let op, de Oostbloklanden waren geen linkse regimes, dat waren in feite rechtse dictaturen, een plutocratie, een kleine nomenclatura van ingewijden die de macht deelden. Als je weet hoe de Russische nomenclatura in luxe en weelde leefde, terwijl het volk honger had, dan zou ik dat geen links bewind noemen! De boodschap was links, maar de middelen waren extreem-rechts. Maar dat is weer iets anders. Voor de gewone Rus betekende de ‘bevrijding’ echter in de eerste plaats het verlies van zijn sociale zekerheid, al stelde die in onze ogen misschien niet zoveel voor. Maar in de plaats van die zekerheid is de struggle for life gekomen, en dat is voor vele mensen een achteruitgang. Bovendien is het zeker waar dat niet minder dan vijftig procent van al de medailles op de zomer- en winterspelen samen behaald werden door acht landen uit het oostblok. De 162 andere landen moesten de andere vijftig procent delen, inclusief de Verenigde Staten! Je kunt je dus voorstellen wat voor enorme resultaten dat waren. Een aantal daarvan werden afgedwongen door laakbare praktijken met doping, dat is waar, maar toch mag men zeggen dat zij gestalte hebben gegeven aan de moderne sport. Moderne detectietechnieken, moderne begeleidingstechnieken. Dat mag dan nog in het kader van een politieke exploitatie zijn geweest. Nu hebben ze nog één generatie die gevormd werd onder die regimes en die zal nog wel goede resultaten behalen in Barcelona en Albertville, maar het probleem is dat door de ineenstorting van dat economische bestel er geen geld meer is om te investeren in de jeugd. Ik vrees dat er dus in Atlanta al een enorme terugval zal zijn en dat de sport in haar geheel kwalitatief naar beneden zal gaan. Er zal wel een verschuiving zijn van de medailles naar de westerse wereld, maar het peil van de prestaties zal dalen en dat is toch voor het geheel van de sport een spijtige zaak. Als voorzitter van de Europese Olympische Comités kan ik u zeggen dat wij heel veel energie investeren in het helpen van die nieuwe Olympische Comités in die Oostbloklanden. Wij hebben hen financiële middelen gegeven en we zorgen voor de opleiding van hun mensen in die gebieden waar ze helemaal onwetend waren, namelijk op het gebied van marketing, van sponsors en van juridische problemen b.v. Zij moeten zich nu immers ook wapenen op het gebied van contracten e.d. Zij moeten ook een nieuwe structuur opbouwen. Er moeten federaties worden gesticht, clubs met nieuwe statuten, want dat ging vroeger allemaal uit van het ministerie van de sport en dat bestaat nu niet meer. Ik heb bemiddeld bij Samaranch opdat er veel financiële middelen naar die landen zouden gaan en dat is gelukt.
Die steun is blijkbaar efficiënt, want samen met het feit dat de “middenkaders”, zoals hij dat noemt, niet zijn verdwenen, heeft hij in een interview met Humo in september 1993 zijn mening herzien en verwacht hij dat tegen het jaar 2000 Oost-Europa opnieuw aan de top zal staan.
Daarnaast worden die landen nu ook geconfronteerd met het nationaliteitenvraagstuk, vroeg ik hem destijds in zijn artsenpraktijk op de Vandekerkhovelaan in Gent…
Dr.Rogge: “Een land dat door de internationale gemeenschap als zijnde een soevereine staat wordt erkend, krijgt een Olympisch Comité. Als morgen Joegoslavië uiteenvalt, dan gaan Slovenië, Kroatië en Servië waarschijnlijk elk hun eigen comité krijgen. Als ze beslissen van weer samen te komen, wat ik persoonlijk betwijfel, dan blijft dat één comité. Ik moet trouwens vaststellen dat er een merkwaardig proces op gang is gebracht. Van zodra een volk onafhankelijkheid wil, creëert men twee zaken: een regering en tegelijk ook een Olympisch Comité! Heel merkwaardig. En dat Olympisch Comité vraagt onmiddellijk erkenning bij het I.O.C., omdat ze heel goed weten dat de sport waarschijnlijk het beste propagandamiddel is voor hun soevereiniteit. De D.D.R. heeft dat destijds b.v. zeer goed aangewend.”
OLAF LUDWIG
De D.D.R. gebruikte topsporters als Olaf Ludwig, Heike Drechsler en Katarina Witt inderdaad als uithangsbord. Vaak werden die dan ook aangewreven voor de Stasi te hebben gewerkt. Toen na de hereniging de boeken van de Stasi echter opengingen, bleek dat zijzelf goed in het oog werden gehouden. Beroemd is de passage uit het dossier van Katarina Witt, waarin wordt vermeld dat ze “van 22u tot 22.07u” seks had. Misschien was dat om haar conditie niet te ondermijnen dat het zo vlug moest gaan? Anderzijds hebben voornoemde sporters nooit de D.D.R. met de vinger willen wijzen. En terecht.
Wat het wielrennen betreft: Olaf Ludwig was SED-lid (Gustav Adolf Schur werd zelfs in 1998 nog verkozen in de Duitse Bundestag, voor wat ondertussen de PDS heette).
Er was natuurlijk ook de zelfmoord van ex-wereldkampioen achtervolging Detlef Macha op 35-jarige leeftijd maar dat kwam voornamelijk omdat hij zich niet aan “de vrije markt” kon aanpassen…
Het geval Gerd Audehm is haast even triest. Die kreeg na zijn carrière een hartstilstand, waarbij zijn hersenen werden beschadigd. Hij herinnert zich zo goed als niks meer. In een documentaire van 2004 (“De wielrenner zonder verleden”) denkt hij nog dat hij in de DDR leeft en de enige die hij herkent is Bernd Drogan, zijn leermeester in Cottbus. Zijn vrouw Dana, die hij overigens op die sportschool heeft leren kennen, is ondertussen van hem gescheiden en zijn dochtertje herkent hij enkel op foto.
In het eengemaakte Duitsland werden de trainers en clubleiders, die in opdracht van de Stasi hun atleten (w.o. ook wielrenners) verplichtten tot dopinggebruik, uit hun ambt ontzet. Anderzijds was de Duitse zwemster Franziska von Almsick pas 17 toen ze in 1995 ophef veroorzaakte door te verklaren dat de politicus waar ze het meeste naar opkeek niemand minder dan Adolf Hitler was…
Toch is het racisme in Duitsland niet langer van aard om er grapjes over te maken. Zelfs topsporters als Gullit (die een lucratief contract bij Bayern München om die reden weigerde) en Boris Becker hebben daarmee te maken. Becker, die op een bepaald moment de zwarte mannequin Barbara Feltus als vriendin had, is dus niet enkel om belastingredenen naar Monaco geëmigreerd. Tegenover hem op het tenniscourt staat Michael Stich die o.m. in een interview met de Duitse Playboy prat gaat op extreem-rechtse sympathieën.
Uwe Ampler was dan weer – ondanks het feit dat zijn vader een DDR-coach was – een “dissident”. Ampler mislukte en stak de schuld op Telekom, waarvan sportdirecteur Walter Godefroot destijds in De Rode Vaan (naar verluidt was hij een abonné) nog naar een job als sportdirecteur bij de DDR-wielerploeg had gehengeld. Daar slaagde hij niet in, maar na de eenmaking kon hij als sportdirecteur in extremis toch nog zijn droom waarmaken en met kleppers als Ludwig, Zabel en Ullrich grote successen scoren. Ludwig was samen met Jens Heppner (ook iemand die nog steeds met alle lof over zijn opleiding in de sportschool van Gera spreekt) eerst aan de slag bij Peter Post, maar publicitair rendeerde ook hij het best bij Telekom.
JAN ULLRICH
Heppner van zijn kant nam het op zich de jonge Jan Ullrich te begeleiden. Ook deze heeft er geen moeite mee zijn successen toe te schrijven aan de opleiding op de strenge sportschool van Berlijn, waar hij reeds op 13-jarige leeftijd, ver van zijn woonplaats Rostock “intern” was. Zijn moeder mocht hem maar vier keer per jaar bezoeken. Toch was hij er gelukkig. Dat màg natuurlijk niet in westerse ogen en daarom gaat men dan maar op zoek naar psychologiserende verklaringen. Kleine Jan zou namelijk nooit hebben kunnen verwerken dat zijn vader ervandoor is gegaan toen hij (Jan dan) nog heel jong was.
Zijn trainer Peter Becker heeft in Knack van 15/7/1998 een betere verklaring: “Zonder het zelf te beseffen, stonden wij in zekere zin aan de zonnige kant van het leven. Er was geen armoede, geen werkloosheid, geen uitzichtloosheid, geen maatschappij die naar excessen leidde. En bijna iedereen kreeg dezelfde rechten: één huis, één stuk grond, één auto. De jacht op luxe en geld die me hier zo frappeert, die trof je niet aan. Dat betekent dat de mensen daar op een heel andere manier met elkaar omgingen. Veel menselijker, veel natuurlijker, er was geen nijd, geen afgunst. Het ontbrak ons alleen aan vrijheid. Maar ik zeg altijd: vrijheid, dat kan je niet eten. (…) In de DDR waren er veel renners die de top wilden halen omdat ze dan tal van privileges kregen en veel buitenlandse reizen mochten maken. Dat was hun bron van motivatie. Voor Jan Ullrich telden dat soort dingen niet. Hij wilde als wielrenner een prestatie neerzetten. De rest was voor hem totaal onbelangrijk. En in wezen is dat vandaag nog altijd niet veranderd. Jan bedrijft de wielersport nog altijd met hetzelfde uitgangspunt als vroeger: hij zoekt der Kampf, de confrontatie met anderen. Dat er daaraan eventueel ook materiële dingen verbonden zijn, dat interesseert hem absoluut niet.”
In Knack van 27 juni 2001 laat Jacques Sys Mark Van Lombeek zonder tegenspraak raaskallen: “Ik herinner me Ullrich toen hij in Oslo wereldkampioen werd, als DDR-renner, hij moest achteraf nog een eindeloze reeks wedstrijden rijden, in bevriende naties, hij werd vooruitgejaagd en leefde in een strak keurslijf.”
Het is al erg genoeg dat men het falen van Jan Ullrich steevast op rekening van de DDR wil schrijven (men zou zich beter afvragen of hij “überhaupt” wel wielrenner zou geworden zijn indien hij NIET in de DDR was opgegroeid), dat men om dit te argumenteren ook zijn toevlucht moet nemen tot klinkklare onzin, om niet te zeggen pure leugens.
Jan Ullrich is met andere woorden in Oslo wel degelijk wereldkampioen geworden voor het “herenigde” Duitsland. Het was immers al 11 september 1993. Wie dus die “bevriende naties” waren, waar de arme jongen werd “vooruitgejaagd” is me dan ook een raadsel.
Tenzij het Oostenrijk was natuurlijk…
Met Jan Ullrich (en ook wel in minder mate Erik Zabel) werd de draad van de Ronde van Duitsland in 1999 natuurlijk opnieuw opgenomen. Alhoewel Ullrich tegen zijn zin startte (de Ronde paste niet in het schema voor zijn voorbereiding op de Tour), kon hij natuurlijk niet ontbreken. Bijna liep het mis, want Ullrich kwam zwaar ten val. Hij verdween uit de wedstrijd, maar uiteindelijk viel het toch allemaal nog mee. Dit in tegenstelling tot Michele Bartoli, op dat moment de nummer één op de FICP-ranglijst, die zijn knieschijf brak en zijn langverwachte Tourdebuut vaarwel kon zeggen.
Alhoewel Erik Zabel vier maal tereke werd verslagen door de jonge Fransman Jimmy Casper, was de eindzege toch voor een andere Telekom-renner, namelijk… Jens Heppner, zodat de toekomst van de Ronde van Duitsland opnieuw verzekerd was.
Op 14/10/2000 nam een ander Telekom-renner Udo Bölts deel aan de Iron Man Triathlon in Hawai. Hij deed het niet eens zo slecht, al was het meest opvallende feit wellicht dat hij niet de beste tijd had bij het wielrennen. Zijn ploegmaat Kai Hundertmark volgde later zijn voorbeeld, maar de beste ex-wielrenner die triatleet werd is wellicht de Fransman Laurent Jalabert.
Nog een renner uit die ploeg (ondertussen omgedoopt tot T-Mobile), namelijk Steffen Wesemann verklaarde in Het Nieuwsblad van 22/2/2005 dat hij de Zwitserse nationaliteit wilde aannemen: “Het land waar ik geboren ben bestaat niet meer. Het Duitsland van nu is te weinig mijn land om er thuis te zijn. Ik werd geboren in Magdeburg en woonde daarna in Frankfurt-aan-de-Oder, Göttingen en zes jaar Aachen. Zoals je ziet: altijd maar meer naar het westen. Om Duitsland uiteindelijk helemaal achter mij te laten. Het was geen beslissing van vandaag op morgen, maar een lang proces. Een gevoel dat ik in de loop der jaren ontwikkelde. Ik wilde weg, zoveel stond vast. Alleen wist ik niet waarheen. Het werd Zwitserland, omdat ik daar mijn nieuwe partner vond. Puur toeval. Het had ook Vlaanderen kunnen zijn. Vroeger, toen de DDR nog bestond, hadden de mensen geen geld, maar leefden ze samen. Nu is er geld maar tegelijk is ook de nijd binnengeslopen. De val van de Berlijnse Muur zorgde ervoor dat ik prof kon worden, maar alles veranderde zodanig dat ik me een vreemde voel in mijn eigen land. Pas op, er zijn veel mensen die het ervaren als ik. De kameraadschap is gesneuveld samen met de Muur. Ik zal niet beweren dat veel Duitsers liever de Muur terug hadden, maar ze zijn ontgoocheld. Teleurgesteld omdat er zo weinig terecht kwam van de hoop die werd gewekt en van de beloftes van de politici. De naïviteit van het oosten werd uitgebuit. Het vertrouwen is weg. Daarom lopen nog veel mensen rond met een Muur in hun kop.”

Ronny De Schepper

Echte wielerliefhebbers kunnen verder terecht in “Geschichte des Fahrrades und des Radsports” geschreven door Wolfgang Gronen en Walter Lemke en uitgegeven in België bij Edition Doepgen Verslag, Gospertstrasse 7, Postfach 140, 4700 Eupen, 545 fr. Alhoewel in het Duits geschreven en vooral over de Duitse wielersport handelend, is dit toch een gemakkelijk en aangenaam leesbaar werk van 344 blz., prachtig uitgegeven met recto de tekst en verso mooie historische foto’s.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s