Op vrijdag 12 en zaterdag 13 september kan men om 20 uur terecht in Kinepolis voor de vertoning van “Aan de oevers van de Leie”, een feuilleton dat Peter De Kemel destijds draaide voor de gewestelijke televisiezender AVS en dat men nu dus uitzonderlijk als langspeelfilm kan gaan bekijken. Een deel van de plot speelt zich af in Parijs (de Leie heeft blijkbaar vertakkingen tot in de Seine), maar dat hoeft niemand af te schrikken want de buitenscènes daarvoor werden gedraaid hier in het Prinsenhof en voor binnen werd het restaurant House of Elliott in de Jan Breydelstraat gebruikt. “Aan de oevers van de Leie” is eigenlijk een soort van vervolg op De Kemels eerste serie, “Ten huize Goetgebuer”, die op dit moment op AVS wordt heruitgezonden. Beide films liggen volgens De Kemel in het verlengde van de Cyriel Buysse-traditie. Of dit ook het geval is met zijn derde film, “Moatje”, die in oktober in première gaat, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat Peter De Kemel op dit moment bezig is met de casting voor de opnames van zijn vierde film “De paringsdans van een kat”. Wie belangstelling heeft, zowel om in deze film op te treden als om de film in Kinepolis te gaan bekijken, kan hem bereiken op het nummer 0496-52.77.60. Zelf heb ik De Kemel eens geïnterviewd voor Het Laatste Nieuws in het begin van het jaar 2000 toen het Echt Gents Theater werd opgericht…

Hiervan maakte onder andere ook Yvonne Delcour, de weduwe van Romain Deconinck, deel uit, die daarmee aan haar eerste stuk toe was sedert het overlijden van haar man. Zij heeft altijd geweigerd in de nieuwe Minard te spelen en ze wilde dat ook niet doen in de Gentse Feesten 2001, al was leider Peter De Kemel (°Deinze, 1966) erin geslaagd de tempel van het volkstheater te claimen met “’t Loopt in ’t honderd”.
Delcour is wel vol lof over hem, als schrijver, maar ook als regisseur. “Hij heeft een bijzonder gevoel voor timing en intonatie. En net als Romain introduceert hij ook oude Gentse woorden in zijn stukken. En hij is nog tamelijk jong. En dat is wat het volkstheater vooral nodig heeft: jonge mensen die een aangepaste versie brengen van het genre. Je moet niet proberen om Romain gewoon te imiteren, dat kan toch niet. De tijden zijn immers te zeer veranderd. Als men nu een beetje te hard lacht op café, wordt men daarop al aangekeken! Maar het moet wel volks blijven met mensen van vlees en bloed, met hun eigenschappen en gebreken.”
Peter De Kemel heeft het met hun eerste productie “Mijn Marie is partie” helemaal volgens het boekje gedaan. Eenheid van plaats, tijd en handeling en ook de klassieke vijf bedrijven met een pauze na het derde bedrijf. Maar dààr is hij in de fout gegaan. De climax of peripetie ligt bij hem niet in het derde maar in het vierde bedrijf en daardoor moet hij zijn intrige ook veel te vlug afhaspelen, zodanig dat het stuk toneelmatig na de pauze totaal op zijn gat valt.
Over de inhoud wil ik het natuurlijk niet hebben. Zoals gewoonlijk gaat het over seks, seks en nog eens seks, maar op het einde vraagt Marie aan haar Marcel: “En? Heb je ‘het’ gedaan met Rietje?” En wat denk je? Nee, natuurlijk. Waarop hij aan haar de vraag stelt of ze dan iets met Kees heeft gehad. Al evenmin, uiteraard. Het enige verschil met vroeger is dat ik me nu afvroeg of de zo overduidelijke “leugen” in hun beider antwoord ook door het publiek niet als dusdanig wordt geaccepteerd. Omdat Jan met de Pet en Marie met de Schort in het werkelijke leven ook bij hoog en bij laag zullen beweren dat er niets is gebeurd. Maar toch willen ze die leugen op het toneel als waarheid bevestigd zien. Dat is natuurlijk allemaal wel heel dubbelgelaagd natuurlijk, maar toch denk ik dat het zo is. Al zal De Kemel daarover wellicht niet zo hebben liggen “sjieken”…
Het EGT hoopt vijf voorstellingen per jaar te brengen: in oktober, in december, februari, april en tijdens de Gentse Feesten, voor drie daarvan zal De Kemel zelf instaan. Voor de continuïteit van de werking hoopt hij hoe dan ook wel op een eigen zaal.
Anderzijds ziet De Kemel, die door politieke strubbelingen uit Deinze is weggetrokken waar hij tot 250 voorstellingen per jaar bracht en wiens “Gekke Bompa’s” in totaal reeds 1.400 keer is opgevoerd, wel allerlei problemen als de Minard terug aan het volkstheater wordt toegewezen. Zelfs indien de gezelschappen van Lajoie, Verbeke en hemzelf alle hens aan dek roepen dan komt men nog maar tot een vijftiental producties per jaar. “En zelfs als die veel succes zouden hebben, dan is dat nog veel te weinig om de schouwburg een heel jaar draaiende te houden,” aldus De Kemel. Maar zover is het dus nooit gekomen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s