“Een stukje Gentse sportieve geschiedenis”

Onder deze titel kan men in het Huis van Alijn nog tot 22 juni een interessante tentoonstelling gaan bekijken.

Op maandag 9 juli 2007 kwam de Tour voor de derde keer naar Gent. In 1951 werd de Luxemburger Bim Diederich de eerste winnaar van een Tourrit in Gent. Maar het is vooral de zege van André Darrigade op 26 juni 1958 aan de Watersportbaan die nog vers in het geheugen ligt. Vooral dan van de winnaar zelf die op 9 juli eregast zal zijn bij de aankomst aan de Charles De Kerchovelaan. Ex-wielrenner Tony Landuyt, nu al jarenlang wielerjournalist eerst bij “De Volksgazet” en nadien bij “De Morgen” ging voor “Gent-Info” met de man praten: “Met Hoevenaars, Planckaert en een Fransman waarvan de naam me ontsnapt, was ik voorop geraakt. De Fransman kreeg een lekke band en dus stond ik er alleen voor tegen die twee Belgen.”
Darrigade mag zich dan niet meer herinneren wie zijn landgenoot was, een Gentse ooggetuige weet het nog wél, Paul Van der Haegen namelijk: “Ik was net 10 jaar geworden – op 23 juni 1958 namelijk – toen de Tour door Zwijnaarde trok , op enkele kilometers van de aankomst in Gent. Wij stonden in de Hutsepotstraat met grote ogen naar de voorbijrazende wielergoden te kijken. Uitgerekend daar reed de vrij onbekende Fransman Pierre Polo, die in het gezelschap van Darrigade, Hoevenaars en Planckaert ontsnapt was, lek. Het vervolg van het verhaal ken je…”
Inderdaad, en dat laten we dan opnieuw verder vertellen door André Darrigade: “Ik besefte dat ik de snelste was, maar je wist maar nooit wat die twee ploegmaats in het schild voerden. Jef Planckaert probeerde me klein te krijgen door herhaaldelijk in de aanval te gaan, maar telkens was ik bij de pinken om zijn demarrage te beantwoorden. Ook Jos Hoevenaars haalde op een laatste kasseistrook in de stad nog eens hard uit, maar ook die aanval overleefde ik. Ik voelde me meteen zegezeker. Planckaert probeerde me bij het inzetten van de spurt te verschalken maar ik had zijn manoeuvre direct doorzien. Ik ging meteen fors door en werd niet meer bedreigd voor ritwinst.”
Polo eindigde nog zesde op één minuut twintig van Darrigade (hij werd nog voorafgegaan door Graczyk en Brenioli).
Met zijn sterke eindjump was Darrigade in de jaren vijftig en zestig inderdaad een van de grootste rittenkapers uit de geschiedenis van de Tour de France. Hij kreeg dan ook de bijnaam “le Basque bondissant”, “de Vliegende Bask”. Hij won 22 ritten, waarvan vijf in 1958, stond twee keer in het groen op het podium in Parijs en droeg negentien keer de gele trui. Dat laatste was vooral te wijten aan het feit dat Darrigade de specialist was van de openingsrit in een tijd dat een proloog nog niet bestond. In 1956, ‘57, ‘58, ‘59 en ‘61 won hij steeds de eerste etappe en dat leverde dus toen automatisch geel op.
Tony Landuyt is dan ook terecht verwonderd dat iemand met zo’n indrukwekkend palmares zich toch nog zo goed die ritoverwinning in Gent herinnert.
André Darrigade: “Gent was in mijn tijd dé Vlaamse wielerstad. Ik stond er vier keer aan de start van de Ronde van Vlaanderen en reed nog vaker Gent-Wevelgem. Maar het beste ken ik eigenlijk de velodroom. De Gentse Zesdaagse is een klassieker in het circuit.”
Deze opmerking is redelijk merkwaardig, aangezien bij mijn weten André Darrigade slechts tweemaal heeft deelgenomen aan de Gentse Zesdaagse. In datzelfde jaar 1958 kreeg hij met Jacques Anquetil op de kleine piste, die veel behendigheid vergde, nog elf ronden aangesmeerd en eindigde hij pas achtste (op tien ploegen). Een jaar later nam hij echter al revanche. Gekoppeld aan de Nederlandse superpistier Gerrit Schulte eindigde hij tweede op één ronde van Van Steenbergen-De Bruyne.
Dit jaar zal de Tour dus vlakbij het Kuipke aankomen. Iedereen maakt zich op voor een koninklijke sprint. Zo ook André Darrigade: “De vlakke rit naar Gent wordt ongetwijfeld een kluif voor topspurters zoals Tom Boonen en Robbie McEwen. Boonen maakt wel een mooie kans om uit mijn schaduw te komen en het verdriet van België in 1958 te doen vergeten,” laat Tony Landuyt André Darrigade lachend besluiten, maar het is natuurlijk erg twijfelachtig dat deze voormalige spurtbom weet heeft van het bestaan van het meesterwerk van Hugo Claus. Goed geprobeerd, Tony!
SPORT IN GENT
Zoals men uit het voorgaande kan afleiden, heeft Gent dus alvast op wielergebied een heel belangrijke rol gespeeld. Maar ook in andere sporttakken is Gent vaak toonaangevend geweest. Zo is er de legendarische Société Gymnastique la Gantoise die op 1 januari 1864 door de Gentenaars G. Descamps en Karel Marinx werd gesticht. Het doel van deze vereniging was het populair maken van gymnastiek bij de arbeiders die door een gebrek aan vrije tijd en vooral centen ontstoken bleven van deze vorm van ontspanning. Wie lid wou worden van deze vereniging diende jaarlijks 24 frank te betalen. Een modale arbeider verdiende in die periode gemiddeld 16,70 frank per week in de vlas- en katoenindustrie die toen een belangrijke werkgever was van de Gentenaars.
Onder het motto “Hebt vertrouwen in u zelven” koos deze groep jonge mensen blauw en wit als clubkleuren en probeerden ze onder leiding van voorzitter De Krijger en ondervoorzitter Marinx in hun opzet te slagen door het huren van een zaal, het aanstellen van een conciërge en twee trainers, nl. één voor turnen en één voor schermen. Getraind werd aan de Agneessenstraat (Lindelei) in een zaal van 800 m2 waarvan de bodem bestond uit een plankenvloer en zaagsel. Wel waren alle moderne turntoestellen aanwezig. De club was ook de grondlegger van de nationale gymnastiekbond die in augustus 1865 te Luik werd opgericht.
Hoewel de organisatie heel wat succes kende, trokken leden weg om nieuwe turnkringen op te richten. Zo werden er iedere zondag openbare cursussen gegeven en hierdoor ontstond de Gymnastische Volksmaatschappij. Aanvankelijk werkten zij samen en stelde de Société Gymnastique la Gantoise de zaal en materiaal gratis ter beschikking. Maar zoals vaak ontstond er ruzie en trokken mensen uit de Gymnastische Volksmaatschappij en startten deze mensen met de Club Gymnastique. Ook bij Société Gymnastique la Gantoise kwam er verdeeldheid zodat er in 1874 een afscheuring zich voordeed en een nieuwe club het licht zag: de Cercle Gymnastique. Naast deze vier clubs was er toen ook nog de Turnafdeling der Vrijheidsliefde.
Toch bleef men niet lang op oorlogsvoet leven zodat het vijfentwintigjarige bestaan werd met een immens groot feest gevierd op het Sint-Pietersplein in 1889. Een half jaar later op 12 januari 1890 werd de Association Athlétique opgericht, een samensmelting van “Racing Club” (1884), “Running Club” (1886), “Red Star” en nog enkele andere, kleinere clubs. Door deze fusie was er niet alleen een schaalvergroting, tevens kwamen nieuwe sporten aan bod: schermen (1900), boksen (1902), worstelen (1902), cricket (1902), zwemmen en waterpolo (1903) tennis, lopen, wielrennen (1891) en heel af en toe kon men voetballen.
Lopen was een nieuwe sport die vanuit Engeland kwam. De lopers waren gekleed als jockeys en droegen een pet met een lange klep terwijl de voorzitters op wedstrijddagen uniformen met gouden tressen aantrokken. Het lopen gebeurde in het Citadelpark te Gent of op het Sint-Denijsplein (Sint-Denijs-Westrem) op een oefenveld dat ooit door Nederlanders werd aangelegd. Later werd het een vliegveld en daarna kwamen er de gebouwen van Flanders Expo.
De fusie tussen Société Gymnastique La Gantoise en Association Athlétique vond plaats op 10 september 1891 waardoor de nieuwe vereniging nu door het leven ging als Association Athlétique la Gantoise. Het samengaan werd gevierd met een banket voor 100 genodigden. De nieuwe club kende 200 aangesloten leden en bood plaats voor atletiek, wielrennen, tennis, toestelturnen en voetbal. De turnzaal aan de Lindelei bleef behouden. Het lopen gebeurde dan in de Zoo (Muinkpark te Gent). Als clublokaal werd gekozen voor café Gambrinus in de Vlaanderenstraat.
De nieuwe club oogstte heel wat successen in kampioenschappen binnen de Fédération Belge des Sociétés de Courses à Pied et des Sports Athlétiques maar omdat er moeilijkheden waren qua samenwerking met de belangrijkste atletiekvereniging Athletic and Running Club Bruxelles (wellicht ging het over het betalen van contributies: de Gentenaars waren van oordeel dat zij niet moesten betalen voor leden die andere sporten dan atletiek beoefenden) richtte de club op 19 december 1893 samen met nog een aantal andere clubs een nieuwe federatie op: de Ligue Pédestre Belge. Deze situatie duurde tot 1896 toen alles weer samensmolt in de Union Belge des Sociétés des Sports Athlétiques wat later zou leiden tot de Union Belge des Sociétés de Football Association.
WATERSPORT IN GENT
Ook wat watersport betreft heeft Gent altijd een belangrijke rol gespeeld, vroeger vooral met waterpolo, nu met de Watersportbaan. En er waren legendarische basket- en boksmatchen in het Coliseum op de Kuiperskaai. Een tijdlang heeft men zelfs zowaar kunnen skiën in Gent (op de Blaarmeersen)!
Niet te verwonderen dus dat het Tijdschrift voor Industriële Cultuur ook een nummer heeft gewijd aan “de mondelinge geschiedenis van de Gentse sportscène”. De titel luidt “Er wordt gebokst te Gent”, al staat er op de voorpagina een kopduel uit de voetbalcompetitie afgedrukt (met Freddy Chaves en Honoré Martens). Op die manier weten we wel meteen naar welke sporten de meeste belangstelling uitgaat van auteur Alexis De Clercq. Toch besteedt hij nog aandacht aan zwemmen, basketball en wielrennen, de geliefde sport van ondergetekende en dus ook het terrein waarop ik het beste de kwaliteiten van deze publicatie kan natrekken.
Het deed me alvast plezier te vernemen dat Oscar Daemers ooit nog de uitbater is geweest van dancing De Koornbloem in de Ekkergemstraat, waar nu het lokaal van Sport Na Arbeid is gevestigd, de wielertoeristenclub waarvan ik nog deel heb uitgemaakt. Daarna, van 1941 tot 1976, ging Oscar Daemers in het Casino wonen, omdat hij door het stadsbestuur was aangesteld als directeur van het daar aanpalende Sportpaleis.
Opvallend is ook dat Daemers in 1964 een aanbod van één miljoen frank van de Indische regering naast zich neer zou hebben gelegd om de Indische renners klaar te stomen voor de Olympische Spelen van Tokio. Daemers weigerde dit omdat Indië niets voorstelt op wielergebied en dat is natuurlijk waar, maar misschien had de samensteller er toch wel bij kunnen vermelden dat desondanks Indië nogal wat beroepsrenners telt, die in die jaren trouwens de beginronden van elk wereldkampioenschap zouden opfleuren.
Want we moeten eerlijk zijn, we treffen toch ook wel storende fouten aan. Er wordt bijvoorbeeld wel gesproken over de mobiele piste, die vanaf 1922 in het Floraliapaleis werd opgesteld, maar niet over wanneer precies het “Kuipke” werd aangelegd (gelukkig wordt wel de brand van 1962 en de heropening in 1971 vermeld).
Er wordt ook gezegd dat Daemers in Leipzig, “het toenmalige Oost-Duitsland”, ging rijden, terwijl aan de carrière van Daemers door een zware val reeds een einde was gekomen in 1928, dus lang vóór het ontstaan van de DDR.
Maar het strafste is allicht dat wordt gezegd dat Rik Van Steenbergen in 1936 125.000 frank mocht incasseren voor deelname aan een zesdaagse. Een hele som! Zeker als men weet dat Van Steenbergen toen amper twaalf jaar was…
De interviews die werden afgenomen dateren reeds van het begin van de jaren tachtig, maar aangezien we een duik nemen in het verleden is dit natuurlijk niet erg. Integendeel zelfs, ik zou het destijds toch wel gewaagd gevonden hebben om een vrouw van “amper” 58 jaar te interviewen (basketster Maggie Van Geert) om ook een vrouwelijke vertegenwoordiger te hebben, daar waar de gemiddelde leeftijd rond 71 jaar schommelde. De meeste geïnterviewden zijn ondertussen dan ook al overleden: basketter Gustaaf Arschodt, waterpolospeler Louis Anteunis, de boksers Etienne Goublomme en Henry Van Geertruy en de wielrenners Oscar Daemers en Fred Hamerlinck. Van deze laatste staat dit weliswaar niet in het tijdschrift vermeld, al kan men dat zeer eenvoudig opzoeken op het internet (“Mémoire du Cyclisme”). Hoe dan ook, het nut van dergelijke onderneming wordt door deze overlijdens ten overvloede onderlijnt.
Opvallend is ook dat de meeste sporters uit de arbeidersklasse afkomstig waren. Toch kan men niet zeggen dat ze het deden om hun sociale status te verbeteren. Integendeel, zoals Etienne Goublomme terecht stelt: “Had ik elke dag twee uur overgewerkt (i.p.v. aan sport te doen, RDS), dan had ik nu enkele huizen staan.
ZWEMMEN IN GENT
Wat het zwemmen betreft, het Spanjaardkasteel in de wijk Sint-Macharius was tot zijn ontmanteling omgeven door brede, rustige en vijverachtige verdedigingsgrachten die tot zwemmen uitnodigden. Het vrij baden in Gentse waterlopen werd in 1840 echter verboden omdat de Gentse wateren al zo vervuild waren. Het stadsbestuur wees de bevolking plaatsen aan waar het wèl mocht: de Zwaenenhoeck buiten de Koepoort (aan de Bijlokevest), buiten het Scheiersgat (het Eilandeken) op Ekkergem, de Overzet aan de Leiearm van het eiland Malem, en ook nog achter het Spanjaardkasteel.
In waterlopen en vestinggrachten kon natuurlijk iedereen sinds de middeleeuwen terecht, zelfs in adamskostuum, vooral dan in de Rietgracht, maar dat moest dan wel in alle clandestiniteit gebeuren.. Vanaf het begin van de 19e eeuw dreef dat zomervertier vele Gentenaars naar de rand van de stad. In de jaren dertig van die eeuw legde de exploitant van de guingette het Motje te Rooigem een zwembad aan. Het was met palen afgezet en op de bodem werd een net uitgespreid dat kon worden opgetrokken bij een ongeval. Het was in 1855 dat Constant Dossche, beter bekend als Pruuke Dossche, de leider van de arbeidersopstand in september 1839 (Deseyn, p.209), als eerste, kort na 1850, aan de overzet van het eiland Malem een “professioneel” openluchtzwembad opende, in 1855 gevolgd door de eerste Gentse zwemschool. Pruuke was een imposante verschijning: hij stond model voor de figuur die de Schelde verbeeldt op de poort van de Vismijn aan het Veerlepleintje.
Op 1 augustus 1886 opende het Van Eyck Zwembad, uitgebaat door de n.v. “S.A. des Bains et Lavoirs Publics de Gand” zijn deuren als eerste openbare bad- en wasinstelling voor arbeiders. In 1897 werd het bad gekocht door de stad Gent. “We hebben lang genoeg in slecht en vuil water gezwommen,” zei Eedje Anseele in de gemeenteraad. “En moet het nu wat meer kosten om in proper water te kunnen zwemmen, eh wel, dan geef ik gaarne 170.000 frank.”
In zwembad Van Eyck verbeterde Gentenaar Louis Van Parijs in 1925 het wereldrecord 400m schoolslag. Nochtans was na 1918 het openluchtzwembad Tolhuisbad het enige in België waar officiële Olympische records konden worden erkend.
De Gentse roeiers van hun kant wonnen drie jaar na elkaar de Great Challenge Cup in Henley (GB). De populariteit van deze sport leidde tientallen jaren later tot de aanleg van de Watersportbaan.
De Reep werd pas in 1960 gedempt. Naast de behoefte aan par­keerplaats, speelde ook de verontreiniging daarbij een rol. Dankzij Aquafin is die hinderlijke geur nu niet enkel verdwe­nen, schepen Sas Van Rouveroij maakt zich ook sterk dat men binnenkort weer zal kunnen vissen aan de Graslei.

Ronny DE SCHEPPER

Een los nummer van het Tijdschrift voor Industriële Cultuur kost 5 euro. Voor een abonnement van vier nummers betaalt men 2O euro (Nederland: 25 euro). Storten op rekeningnummer 001-0951892-10 van de Vereniging voor Industriële Archeologie & Textiel, Oudevest 18, 9000 Gent.
Het stadsmagazine Gent-Info wordt gratis bezorgd in elke Gentse brievenbus, maar hoe andere mensen eraan kunnen geraken, weet ik niet. Dat kan men vragen op 09/210.10.20 of gentinfo@gent.be of http://www.gent.be/gentinfo.

2 gedachtes over ““Een stukje Gentse sportieve geschiedenis”

  1. hallo ronny,

    van andré dhondt, je wel bekend, kreeg ik een briefje in mijn handen gestopt van de openingsmeeting kuipke gent op 2 maart 1941

    er zou daar ook om 14.15 uur cyclobal gespeeld zijn, met daarna koersen voor juniores, achtervolging individueel en per ploeg (romain en sylveer maes tegen kint-defoor)
    en daarna afvalling en 2 uur ploegkoers

    heb je enig idee waar we meer info over het cyclobalgedeelte kunnen vinden ???

    van de oorlogsperiode hebben noch andré dhondt, noch ikke (rudy bondue) iets van informatie,

    of bestaat er ergens een soort van geschiedenissite,

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s