Vandaag is het exact veertig jaar geleden dat het legendarische Beatle-album “Sgt.Pepper’s lonely heartsclub band” werd uitgebracht. Net zoals twintig jaar geleden werd die dag een nieuwe versie van het album uitgebracht, met deze keer de huidige hitgroepen als uitvoerders. Zo hebben onder meer Oasis, Travis en Razorlight hun medewerking toegezegd. Maar wij besteden uiteraard liever nog eens aandacht aan het origineel…

The Beatles bepaalden het muzikale aanzien van 1967. In het begin van het jaar was hun beste single (en misschien wel dé beste single ooit) verschenen: “Penny Lane” van Paul McCartney, gekoppeld aan “Strawberry Fields Forever” van John Lennon. En op 1 juni was het de beurt aan “Sgt.Pepper’s lonely heartsclub band”, zonder enige discussie de meest besproken elpee uit de popgeschiedenis. Zelfs de eerbiedwaardige professor Etienne Vermeersch verklaart in Humo van 17/8/2004: “Van The Beatles heb ik zelfs ooit een plaat gekocht, ‘Sergeant Pepper’s lonely heartsclub band’, omdat ik dat een historisch monument vond.”
Maar alles begon dus met “Strawberry Fields Forever” van John Lennon. Zoals gewoonlijk zorgde de concurrentie tussen John en Paul er immers voor, dat Paul ook zijn visie op het Liverpool van zijn jeugd wou geven. En al even typisch: achteraf bekloeg John zich dat “Strawberry fields” niet echt klonk zoals hij het wilde, “terwijl er voor composities van Paul wél steeds tijd was om nog wat schoonheidsfoutjes weg te werken“.
Producer George Martin ontkent dit ten stelligste: “Als er iemand reden tot klagen had, dan was het George Harrison. Maar ik geef toe dat Paul beter zijn huiswerk deed.”
De onvrede van John kwam dan ook voort uit het feit dat hij, in tegenstelling tot Paul, zich niet veel van studiotechniek aantrok. Hij zei b.v.: “Voor deze song wil ik een oranje geluid” en dan kon George Martin het maar uitzoeken!
Maar goed, “Penny Lane” en “Strawberry Fields” waren pareltjes en zij waren eigenlijk voor een elpee bestemd, die later als “Sgt.Pepper’s Lonely Hearts Club Band” zou worden uitgebracht. Maar aangezien de opnamen aansleepten en de pers een beetje vervelend begon te doen (“The Beatles zijn leeg geschreven“) drong Brian Epstein erop aan om een sterke single uit te brengen. “En in die tijd vonden we het volksverlakkerij om een single nadien nog eens op een elpee te zetten,” zucht George Martin, “de stomste fout die ik ooit in mijn leven heb begaan.”
Dat zal allicht ook Robert Stigwood gezegd hebben, die de winst die hij had gemaakt met “Saturday night fever” en “Grease” in rook zag opgaan toen hij in 1977 met een remake van “Sgt.Pepper” uitpakte door The Beegees, Peter Frampton en andere idolen van dat moment. En zoals dat gewoonlijk het geval was bij een Stigwood-project, bleef het niet bij een (dubbel)elpee, maar werd alles ook nog eens op pellicule vastgelegd door Michael Schultz. Wie deze film echter ooit volledig heeft uitgezeten, mag de vinger opsteken.
KLEERMAKERSZIT
Jean Blaute (in “Humo”): “Sgt.Pepper’s was de eerste elpee die wereldwijd op dezelfde dag werd uitgebracht. Mijn moeder had de hele etalage volgehangen met de hoezen. Dat deed ze alleen voor mij. Ik ben echt wel een moederskindje. Tenminste een uur ben ik voor de etalage blijven staan. Daarna ben ik naar binnen gegaan en heb ik die plaat van vijf uur in de namiddag tot elf uur ’s avonds gedraaid. En ondertussen de teksten van buiten geleerd. De volgende ochtend ben ik om zes uur opgestaan en begon ik opnieuw die plaat te draaien. Toen ik op school aankwam, was het alsof ik Sgt.Pepper’s zelf geschreven, gespeeld, ingezongen en opgenomen had.”
Wij hadden thuis geen platenwinkel en mijn moeder zou voor mij zeker niet de hele etalage met The Beatles hebben volgehangen, àls we er al één hadden, maar voor de rest is dit een verhaal waar ik me zeer goed kan vinden. (Al moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat het nog méér van toepassing is op de een half jaar eerder verschenen elpee “Voor de overlevenden” van Boudewijn De Groot. Dat was trouwens het geval voor àl mijn klasgenoten.)
Maar wat maakte de originele “Sgt.Pepper” nu zo uniek? Zo uniek dat de bijna even fenomenale “Pet Sounds”-elpee van The Beach Boys totaal in de schaduw bleef (*)? Dat de “aartsvijanden” The Rolling Stones er niet beter op vonden dan ze na te apen op “Their Satanic Majesties’ Request”, een plaat die – zoals alle imitaties – maar best kan worden vergeten? Dat Leonard Bernstein Lennon & McCartney vergeleek met Schumann? Ja, dat zelfs The Beatles zelf het moeilijk hadden om ze op te volgen. Gingen “The Magical Mystery Tour” en de dubbele witte (**) immers niet voor een groot deel de mist in?
Om heel eerlijk te zijn… ik weet het niet. Ik herinner me wél nog heel goed dat het de enige plaat was die ik ooit heb gekocht zonder ze vooraf te hebben gehoord. Dat ik ze – aangezien het zomer was – door open deuren en ramen liet weergalmen, zodat mijn vader vanuit de tuin riep dat ik “dat lawaai” moest afzetten. Dat ik er ’s avonds in kleermakerszit naar luisterde, terwijl een wierookstokje brandde, wat dan een (gelukkig onschuldige) illusie van een LSD-trip moest oproepen. Dat we er in de “poëzieclub” (onder de bezielende leiding van Anton van Wilderode, jawel) besprekingen aan wijdden, enzovoort.
Maar nù zou ik niet meer kunnen zeggen wat “Sgt.Pepper” zo speciaal maakte. Ondanks de bewering van Mike Stoller in Humo (“Ik heb Dylan nooit zo bijzonder of origineel gevonden, maar The Beatles vond ik opwindend, zij waren iets nieuws, tenminste: toen ze onzin als I wanna hold your hand eenmaal achter de rug hadden. Vanaf Rubber Soul waren ze groots, Revolver was uniek, Sgt.Pepper’s was dé elpee van de jaren zestig“) hou ik nu zelfs meer van de eerste Beatle-elpees. Een aantal zogezegd “revolutionaire” vondsten op “Sgt.Pepper” zijn trouwens eigenlijk reeds op hun voorgaande elpee “Revolver” te vinden. Vergelijk bijvoorbeeld de collage-techniek van John Lennon in “For the benefit of Mr.Kite” met “Tomorrow never knows” of het vioolarrangement van Mike Leander (zie ook “As tears go by“) voor “She’s leaving home” met “Eleanor Rigby”.
Maar tegelijk bewijst paradoxaal genoeg deze onmacht om te specifiëren de kracht van “Sgt.Pepper”. Het is namelijk géén optelsom van de waarde van de verschillende nummers, het is méér, het is één geheel. Een geheel waarin zowel de “drug-songs” (“Lucy in the Sky with Diamonds”, “Within you without you”, “A day in the life”, “Fixing a hole”) als de (overigens niet overdreven) rockers (“Getting better”, “Good morning” en “Sgt.Pepper” zelf) als de typische Paul McCartney-nummers (“She’s leaving home”, “When I’m 64”, “Lovely Rita”) harmonieus in elkaar vloeien. Alleen met Ringo’s “With a little help from my friends” heb ik het wat moeilijk (***), maar dat zou de versie van Joe Cocker een jaar later ruimschoots goedmaken.
Maar als we het dan toch over Jean Blaute hebben, nog deze leuke anekdote. Toen ik mij “Sgt.Pepper” ging aanschaffen, vroeg de winkelierster (Feremans in de Akkerstraat in Temse) of ik de mono- of de stereo-versie moest hebben. Ik had toen een eenvoudig draagbaar pickupje en koos dus voor de monoversie, niet vooruitziend naar de stereo-installatie die ik niet veel later zou krijgen.
Kort daarna kocht ik ook “Beatles’ Greatest”, een goedkope verzamelelpee met het vroege werk van The Beatles dat ik me destijds niet had mogen aanschaffen van mijn ouders. Deze keer vroeg de verkoopster me niet meer welke versie ik wilde. Platen waren nu de facto stereo. Voilà. En dus hoorde ik op mijn pickupje slechts één kanaal, zijnde dat met de instrumenten, want dit was “artificially enhanced stereo” en dus had men gewoon de zang naar één kanaal gedirigeerd en de instrumenten naar een ander. En mijn mono-pickupje pikte dus het “verkeerde” kanaal op. (Het was wel goed als voorloper van karaoke-toestanden: ik kon daarmee goed mijn nog net niet gebroken stem oefenen.)
Maar goed, wat verklaart Jean Blaute nu in Humo? “Op de eerste stereoplaat van The Beatles had je links de zang en rechts de instrumenten. Zo simpel was het toen. Wel, vanaf de tweede beluistering luisterde ik alleen nog naar het rechterkanaal.”
01JACQUES RAYMOND
Ter gelegenheid van de 20ste verjaardag op 1 juni 1987 van deze legendarische elpee, verscheen “De Rode Vaan” met een nep-Pepper-cover van Jo Clauwaert en de dubbelzinnige titel “Zo’n monument verdient een abonnement”, overigens bedacht door ene Wim Schamp, maar dit geheel terzijde. Persoonlijk gaf ik uiteraard de voorkeur aan de titel in “Humo”: “1967, een topjaar voor De Schepper: Sgt.Pepper!”. In “Knack” daarentegen verscheen een verschrikkelijk zeikerig stuk van Rik Van Cauwelaert, waarin “Sgt.Pepper” “de definitieve doorbraak van de middelmaat” wordt genoemd.
Toen ik n.a.v. 20 jaar “Sgt.Pepper” er “De Rode Vaan” van 1967 op navlooide, bleek dat het uitbrengen van deze monumentale elpee de redactie totaal ontgaan was. In de plaats treffen we Jacques Raymond, Hugo Dellas, Rina Pia, Lize Marke en andere Ronny Temmers aan. Hoe was dat mogelijk? Ik stelde toen ook deze vraag aan wijlen Vic Van Saarloos, die weliswaar niet de leider van de cultuurrubriek was (dat was Maarten Thijs, maar die had alleen aandacht voor literatuur en plastische kunst), maar die in zijn hoedanigheid van cursiefjesschrijver het later bijvoorbeeld toch over Miek en Roel zou hebben…
Vic Van Saarloos: Och, wij hadden daar hoegenaamd geen belangstelling voor. Maar dat was in feite al een vooruitgang, want in de jaren vijftig hebben we werkelijk nog vurige pamfletten geschreven tegen Elvis Presley en zo. Dat is bij mijn weten in het geval van The Beatles nooit gebeurd. Meer zelfs, op een bepaald Feest van de Rode Vaan was er een wedstrijd in het herkennen van Beatle-nummers. Dat waren dan 45-toerenplaatjes die op 78 toeren werden afgedraaid. Ik herinner me nog dat dit een formidabel succes was. Alle jongeren daar aanwezig kenden al die liedjes, hé! Maar daaruit mag je nu ook weer niet afleiden dat we Beatles-supporters zouden geweest zijn. Zeker niet. Ferre Grignard, ja, die kon er toen nog net door.”
Wie zich in die tijd wellicht erg goed kon thuisvoelen in de muziekrubriek van de Rode Vaan, dat was eveneens wijlen Jan Theys, die in 1967 op de radio het programma “Hit hit hoera” presenteerde.
Jan Theys: The Beatles waren in die tijd werkelijk het van het. Ook voor mijzelf. Ik vond eerder intuïtief dat dit muziek was die de tijden zou trotseren en dat blijkt dus inderdaad het geval geweest te zijn. In zoverre zelfs dat ik ze nu (in 1987 dus, RDS) ook reeds af en toe in “De Tijd van Toen” programmeer. Dat gaat dan wel eerder om nummers zoals “Yesterday” of “Michelle”, maar toch…
48-JARIGE WERKLOZE
De Brusselse auteur Roger van Ransbeek schreef in 1983 het stuk “Beatles for ever” dat zelfs in Duitsland werd opgevoerd. Het gaat over een arbeider die op 48-jarige leeftijd werkloos wordt en op de muziek van The Beatles wegdroomt naar de tijd van the golden sixties toen alles nog mogelijk was…
We vergissen ons dan ook niet als we veronderstellen dat van Ransbeek zelf een Beatle-fan was: “Ik herinner me nog heel goed de eerste Beatle-platen en hoe revolutionair die wel waren. Het was zelfs zo dat ik eerder over hen had horen spréken dan dat ik ze zelf had gehoord. En toen ik dan voor het eerst een plaat van hen hoorde, wist ik: dat zijn ze! Na wat ik over hen gehoord en gelezen heb, kàn dat niet anders. Het was natuurlijk ook een fantastische periode, al had ik het gevoel dat ik zo’n tien jaar te oud was om die euforie echt mee te maken. In 1963 was ik 26, dat is toch heel iets anders dan 16, nietwaar? En vandaar ook dat die oudste Beatle-platen op mij eigenlijk meer indruk hebben gemaakt dan Sgt.Pepper. Tenslotte was ik toen reeds 31. Wat anderzijds dan ook weer niet wil zeggen dat ik het geen mooie plaat zou vinden. Integendeel!”
1967 was natuurlijk ook hét flower power-jaar bij uitstek. Het was dat jaar dat Humo ter ondersteuning van het Bilzen-festival met een naar rozen geurende kaft uitpakte (en dat er brieven binnenkwamen van lezers die beweerden ze te hebben opgegeten en er visioenen van gekregen te hebben). Maar hoe crazy het er in die tijd allemaal wel aan toe ging, moge blijken uit de programmatie van Bilzen dat jaar, waarop naast Procol Harum, Boudewijn De Groot, Armand en Ferre Grignard ook Wannes van de Velde voorkwam. Een paar jaar later zou hij in een lied nochtans stellen: “Er zijn geen Beatles en geen Stones en ook geen plaatjes van Tom Jones op mijn mansarde.” Gooide hij The Beatles (en dus ook “Sgt.Pepper”) dan op één hoop met Tom Jones en zijn “Delilah”?
Wannes van de Velde: Ik heb toen Beatles en Stones gebruikt als symbolen voor een cultuur die zo maar wordt aangenomen. Het is bijna een metafoor, snapt ge? Want de Beatles is een toffe groep natuurlijk. Maar het was een heilig huisje en juist daarom heb ik het gebruikt. Wat niet belet dat ik Sgt.Pepper een mooie plaat vind. Uiteraard.
TLIEDBOEK
Het toonaangevende muziektijdschrift in Vlaanderen in die tijd was “Tliedboek”. Eén van de initiatiefnemers, Johan Thielemans, kan zich evenwel niet herinneren of zij destijds over “Sgt.Pepper” hebben geschreven.
Johan Thielemans: Maar we hadden het wel moeten doen. In Tliedboek besteedden we namelijk nogal wat aandacht aan de teksten en op dat gebied is Sgt.Pepper zeker interessant. Ik heb mij die elpee trouwens persoonlijk aangeschaft, wat voor mij uitzonderlijk is voor dat soort muziek. Al moet ik er wel onmiddellijk aan toevoegen dat mijn zoon, die toen nog heel klein was, een kind eigenlijk nog, een geweldige Beatle-fan was. Ikzelf onthou van die elpee vooral A day in the life, When I’m 64 en Lovely Rita. Dat staat allemaal nu nog goed overeind, vind ik. Ik zou trouwens ook op de invloed van producer George Martin willen wijzen. Die probeerde het popidioom te verbreden zonder dat het pompeus werd of met valse pretentie. Dit dan in tegenstelling tot de symfonische pop die daarop zou volgen. Wat mij echter het meeste aansprak, dat was de hoes. Die was ontworpen door Peter Blake en sloot helemaal aan bij wat er op dat ogenblik cultureel in Engeland leefde, namelijk de zogenaamde pop-art. Ook belangrijk vind ik nog de vaststelling dat die elpee toen de top tien haalde, dat ze niet in het alternatieve circuit terechtkwam zoals dat dan heet. Als je dat dan vergelijkt met wat er nù in de hitparade staat…
JEZUS OP DE THEE
Nog ter gelegenheid van de twintigste verjaardag liet New Musical Express voor een goed doel (Childline) de elpee eens naspelen door een aantal jonge groepen zoals The Christians, The Triffids, Wet Wet Wet, Michelle Shocked en Billy Bragg onder de titel “Sgt.Pepper knew my father”. En ter gelegenheid van de 25ste verjaardag heeft de groep Big Daddy, die we reeds kenden van hilarische versies van bekende nummers zoals “Dancing in the dark” van Bruce Springsteen op de manier zoals Pat Boone het zou hebben gebracht of “Hotel California” van The Eagles op de wijze van “Runaway” van Del Shannon, een remake uitgebracht, waarbij alle nummers ook weer op een andere manier worden vertolkt. Zo bijvoorbeeld “Fixing a hole” op de manier van “The Wande­rer” van Dion, “Lovely Rita” als “His latest flame” van Elvis, “When I’m 64” als “Sixty minute man” van The Dominoes en “She’s leaving home” als Paul Anka’s “Diana’s leaving home”, wat in de zomer van 1992 nog wààr was ook…
Over “Fixing a hole” gesproken, Paul McCartney vertelt daarover dat hij in die tijd op een vrijgezellenappartement leefde waar iedereen in en uit liep. Op een bepaald moment wordt er op de deur geklopt en er staat een totaal onbekende voor hem. Op de vraag wie hij wel mag zijn, antwoordt deze: “Ik ben Jezus.” Paul, die toen ook in zijn drug- en Maharishi-periode was, denkt: ik zal maar het zekere boven het onzekere nemen en hij vraagt hem binnen voor een kop thee. Als hij nadien naar de opnamestudio moet vertrekken, vraagt hij of “Jezus” soms zin heeft om mee te gaan. Dat zou zelfs de zoon van God voor geen geld willen missen. En zo belandt hij in de studio voor de opname van “Fixing a hole”. Met de nodige omzichtigheid legt Paul aan de andere Beatles uit “dat hij beweert dat hij Jezus is en dat je het toch maar nooit zeker weet.” De anderen zijn wellicht even stoned of denken er het hunne van, hoe dan ook na die opname heeft Paul nooit meer iets gehoord of gezien van die “Jezus”…
Van “Sgt.Pepper’s” zelf werden geen singles uitgebracht (wel door andere artiesten, o.a. het reeds geciteerde “With a little help from my friends” door Joe Cocker). De verschuiving van singlepop naar elpeepop werd dus ook alweer door The Beatles ingezet. Men begon in dat verband te spreken van “progressieve” pop. Dat hield bijvoorbeeld in dat vele nummers zich niet langer tot de traditionele drie minuten dienden te beper­ken, denken we maar aan “A day in the life”. Zo’n ellenlange nummers brachten uiteraard ook veel maatwisselingen met zich mee, zodat je niet langer van dansmuziek kon spreken, wat pop in de oorsprong toch was. “Sgt.Pepper’s lonely heartsclub band” is verder ook de eerste conceptelpee, tenzij dan voor die enkele die-hards die “Freak Out” van Frank Zappa en zijn Mothers of Invention het jaar daarvóór reeds in huis hadden gehaald. En, last but not least, “Sgt.Pepper” is alleszins de eerste pop­plaat om verworvenheden uit de hedendaagse “ernstige” muziek aan te wenden, zoals het gebruik van “concrete muziek” (de verwerking van alledaagse geluiden), evenals van oosterse muziek, wat zeker op het conto van George Harrison mag worden geschreven.
GIRLS
Maar terug naar 1987, toen ik al politiek correct wilde zijn en dus op de valreep ook nog een paar vrouwen aan het woord wou laten. Vielen de “girls” immers destijds niet bij bosjes in zwijm voor The Beatles? En dan laat ik meer expliciete beschrijvingen zelfs nog achterwege. Blijkbaar klopte ik echter aan op de verkeerde adressen. Moniek Darge van de experimentele muziekgroep Logos moest bekennen dat “Sgt.Pepper” aan haar grotendeels was voorbijgegaan.
Moniek Darge: Ik kan me zelfs niet herinneren welke melodieën daarop staan.
Toch was Darge niet specifiek met klassieke muziek grootgebracht, wat wél het geval was met toenmalige radiojournaliste Liesbeth Walckiers. Vandaar wellicht dat ook zij nu niet meteen gillend de straat op stormde om zich de elpee aan te schaffen.
Liesbeth Walckiers: Ik had daar trouwens ook geen geld voor. In de zomer van 1967 had ik wel reeds een jaar les gegeven, maar in het onderwijs was het toen een geplogenheid dat men zo maar eventjes een jaar op zijn wedde moest wachten. Later heb ik ze me wél aangeschaft, ook omdat ik dan al wat meer openstond voor andere dan klassieke muziek of jazz en in dat proces heeft Sgt.Pepper juist een belangrijke rol gespeeld. Omdat dit muzikaal toch wel een schitterende elpee is, in tegenstelling tot een aantal clichés waarin – naar mijn mening althans – de popmuziek tot dan toe gevangen zat.
Toch moeten we eerlijkheidshalve ook eindigen met professor Vermeersch, aangezien we ook met hem begonnen zijn. En wat zegt de brave man? “Je moet popmuziek zeker niet gaan vergelijken met de werken van Bach of Beethoven. Strikt muzikaal gezien betekenen The Beatles mijns inziens weinig: de kans dat men er over honderd jaar nog naar luistert, is gering.”
Gelukkig staat daar de mening van musicoloog Konrad Boehmer tegenover: “De Beatles vormen een unieke schakel tussen de eenzijdig melodische muziek uit de jaren vijftig en de puur zinnelijke klankmuziek uit de late jaren zeventig. Zij sloten aan bij een oude Engelse traditie van madrigalen en folksongs en hebben in een Engelse geest zeer aristocratische muziek gecomponeerd. Ze hebben zich nooit geconformeerd aan een burgerlijke gedragscode, integendeel, ze hebben die gedragscode altijd belachelijk gemaakt. Als ze wilden zeggen: erudiet, dan gebruikten ze een strijkkwartet; wilden ze zeggen: slijm, dan gebruikten ze een groot slijmerig strijkorkest. Maar altijd met een dubbele bodem. En die dubbele bodem in het gebruik van traditionele middelen is nu juist het enige dat interessant is aan dat gebruik. Het actualiseren van historisch gefixeerde betekenissen, daarin waren de Beatles door en door modern en stijgt hun muzikale betekenis ver uit boven alle seriële maaksels uit de jaren zestig.”

Referenties
Ronny De Schepper, 20 jaar Sgt.Pepper: zo’n LP verdient een CD, De Rode Vaan nr.18 van 30 april 1987
Kory Grow, Keith Richards: The Beatles’ Sgt.Pepper’s was rubbish, Rolling Stone 5 augustus 2015

(*) The Beatles trachtten met “Pepper’s” de elpee van The Beach Boys, die zij de beste popelpee ever vonden, te overtreffen, maar het grappige was dat “Pet sounds” zelf al tot stand was gekomen omdat Brian Wilson er “Rubber soul” mee wou overtreffen! “It inspired me to do my own thing, and so the next morning I went to the piano and wrote God Only Knows with Tony Asher.” (The Times Guide to the Beatles, 12/9/2009, p.23)
(**) Zelfs de benaming en de hoes van het zogenaamde “White Album” worden altijd afgedaan als zijnde een “minimalistisch” antwoord op de “overdadige” Pepper-elpee. Dat is echter niet waar. De “dubbele witte” had wel degelijk een titel: “A Doll’s House” met een verwijzing naar het stuk van Henryk Ibsen. Maar een paar maanden eerder had de groep Family reeds “Music in a Doll’s House” uitgebracht en bovendien werd John Lennons hoesontwerp met aan stukken gesneden babypoppen (zie hiernaast) afgekeurd. Vandaar het voorstel van ontwerper Richard Hamilton om met een witte, naamloze hoes uit te pakken. De eerste twee miljoen exemplaren werden wel genummerd. En het nummer één was weggelegd voor – wie dacht je? – John Lennon uiteraard.
(***) Arme Ringo. Als je dan ook nog weet dat hij er voor de rest grotendeels werkloos bij zat… (“It’s a fine album, but I learned to play chess on it.”)

4 gedachtes over “1967, een topjaar voor De Schepper: Sgt.Pepper!

  1. Ks ks, toch wel erg dat Beatle-fans ook na 40 jaar blijven volhouden dat ‘Their Satanic Majesties’ Request’ van de Rolling Stones een slechte kopie is van ‘Sgt. Pepper’s’. De feiten echter zijn dat het grootste deel van TSMR opgenomen is voor SPLHCB verscheen, nl. in de lente van ’67 en nog wat extra’s in de herfst. Ze kan nauwelijk de beste van de RS genoemd worden, net zoals de vorige, ‘Between the Buttons’, en zelfs ‘Aftermath’ dat zijn, al is het best een degelijk werkstuk met enkele goede dingen op. De heisa rond SPLHCB heb ik nooit goed begrepen: het enige echt revolutionaire zit in de nieuwe opnametechnieken, en het productiewerk van George Martin, muzikaal vind ik het nog altijd een stap terug tegenover ‘Revolver’, en vergelijk dan ‘Revolver’ ‘ns met ‘Aftermath’ om te horen waar eerst nieuwe zaken aan bod kwamen. Laat ons het er maar op houden dat er veel in de lucht hing in 1966, zoals Zappa’s ‘Freak Out’ en het werk van de Beach Boys, en vermoedelijk ook nog wat vastere substanties, waar iedereen zijn inspiratie heeft kunnen in vinden.

    Liked by 1 persoon

  2. Revolver prefereer ik boven Peppers , de dubbele witte en Abbey Road. Revolver is voor mij even goed als Rubber Soul en waren voor mij dan ook de hoogtepunten van hun lp’s. Deze waren dan ook écht vernieuwend voor het muziekspectrum. Peppers had wel de naam van vernieuwend te zijn, maar daar was ik het totaal niet mee eens, ook omdat Peppers bijna volledig een McCartney werkstuk was. Bij Lennon zat er toen al de klad in.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s