De sopraan Qilian Chen werd geboren in Dalian, China, in 1957. Ze kwam naar België in het kader van ECOV 1985. Ze bleef studeren op het muziekconservatorium van Brussel bij Jules Bastin en kreeg een contract bij het koor van de Munt.

Ze werd 8ste in de Elisabethwedstrijd 1987, waarin ze “Ach ich füll’s” (Pamina in de Zauberflöte) met grote ernst en maîtrise had gezongen. “Jauchzet Gott” (cantate BWV 51) werd er een beetje te snel doorgejaagd, vooral door de schuld van de pianiste Paule Van den Driessche. De “Aria” van Van Rossum vertoonde enkele foutjes. Bij “Immer leiser wird mein Schlummer” (Brahms) had ze problemen met de uitspraak, maar ze zong zeer expressief. “Höre Israel” uit Elias van Mendelssohn was zeer ontroerend. “Ebben?” (La Wally) viel zozeer in mijn smaak dat ik haar reeds als een “magnifieke Butterfly” zag. Ook “Gretchen am Spinnrad” (Schubert) was zeer overtuigend. Over “Montparnasse” (Poulenc) heb ik niet veel te zeggen, evenals over “Zueignung” (Richard Strauss). Bij “Depuis le jour” uit Louise van Charpentier werd duidelijk dat haar opera-interpretaties bij de critici meer geliefd zijn dan haar liederen, maar toch merkt men ook hier een vibreren op in haar stem. Bij “Tu, che di gel sei cinta” (uit Turandot) merkt Gerard Mortier op dat ze dit geen hele opera volhoudt en dat is misschien wel waar. Op 15 oktober 1993 zong ze het kader van het Filmfestival van Vlaanderen “O mio babbino caro” uit “Gianni Schicchi” en “Un bel di vedremo” uit “Madama Butterfly”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.