Audio-Visuele Media
In 1864 toonde de Engelse mathematicus Clerk‑Maxwell theoretisch het bestaan aan van electromagnetische golven.
Een kwarteeuw later (1888) slaagt de Duitse geleerde, Herz, er in de theorie van Clerk‑Maxwell proefondervindelijk te toetsen. Aan communicatie door middel van electromagnetische stralingen twijfelt hij, toch zou zijn naam verbonden blijven aan de eenheid van radiogolven.
In 1892 komt de Fransman Eduard Branly met een middel om electromagnetische golven op te vangen en hij slaagt er in over een afstand van 150 meter signalen draadloos over te brengen. In hetzelfde jaar schijnt de mogelijkheid voor radiocommunicatie voor het eerst te zijn opgekomen bij de Brit Crookes.
In 1895 bouwt de Rus Popov een gevoelige ontvangstantenne terwijl op hetzelfde tijdstip de jonge Italiaan, Marconi, de beslissende stoot geeft om de draadloze telegrafie tot snelle ontwikkeling te brengen. Het lukt hem signalen over een afstand van twee kilometer over te seinen. De Italiaanse Post en Telegraaf heeft echter geen belangstelling voor zijn uitvinding. Daarom reist de familie Marconi naar Engeland waar Sir William Peerce, hoofdingenieur van de Britse posterijen, hem alle faciliteiten verleent om zijn experimenten voort te zetten.
In 1896 overbrugt hij een afstand van 16 km met morsetekens.
In 1899 brengt hij de draadloze verbinding tussen Groot‑Brittannië en Frankrijk tot stand.
Op 14 november 1900 was er het eerste scheepsradiostation in De Panne. Toch ging het hier steeds om draadloze telegrafie of telefonie, communicatie dus van één punt naar een ander punt. Voor radio‑omroep, dit is de mogelijkheid vanuit één punt velen draadloos, namelijk via de ether of de lucht, te bereiken met boodschappen in gesproken woord of muziek had Marconi geen belangstelling.
In 1901 verwezenlijkt Marconi een transatlantische verbinding die meer dan 3.000 km lang is. Door aankoop van octrooien van andere uitvinders, zoals Oliver Lodge, weet hij de draadloze telegrafie en ook telefonie aanzienlijk te verbeteren. Zijn onderneming “Marconi’s Wireless Telegraph Company” zou spoedig tot een wereldconcern uitgroeien.
On January 18, 1903, President Theodore Roosevelt sends a radio message to King Edward VII: the first transatlantic radio transmission originating in the United States.
De beslissende technische stap om van draadloze telegrafie naar radio‑omroep over te gaan werd gezet door de Engelse professor Fleming die in 1904 de grondslag legde voor de “radiolamp”.
Die uitvinding zou in 1906 verbeterd worden door de Amerikaan Lee de Forest, die zo de eerste buisversterker vervaardigde. Tenslotte was het de Canadees Fessenden die met de koolmicrofoon de grondslag legde voor een behoorlijke werking van de radiotelefonie, voortaan zouden niet alleen morse‑ of codetekens maar ook de menselijke stem en muziek overgebracht kunnen worden.
Omstreeks 1910 waren alle grondslagen gelegd om een radio‑omroep in het leven te roepen, de visie ontbrak echter om dit in werkelijkheid om te zetten.
In België vond de eerste muziekuitzending plaats op 28 maart 1914. Vanuit het Koninklijk Paleis te Laken werd een muziekconcert, opgedragen aan Koningin Elisabeth, rechtstreeks uitgezonden. Het experiment, ontstaan onder impuls van Koning Albert, was een groot succes en er werd besloten iedere zaterdag om 20.30 u. een muziekconcert uit te zenden dat tot op een afstand van 60 á 70 kilometer beluisterd kon worden. Lang zouden deze uitzendingen niet duren. Toen op 20 augustus 1914 Duitse troepen Brussel binnenvielen gaf Koning Albert bevel de zender op te blazen. Het uitbreken van de eerste wereldoorlog maakte trouwens in het algemeen een einde aan de experimenten. De draadloze telegrafie zou voorlopig uitsluitend voor militaire doeleinden worden aangewend, wat gepaard ging met intense industriële inspanningen om de vooroorlogse technische apparatuur te vervolmaken.
Uiteindelijk zou in 1916 de jonge Amerikaan David Sarnoff de voor de hand liggende stap van draadloze telegrafie naar omroep zetten. Hij beschreef het toekomstige radiotoestel als een eenvoudige “Radio Music Box” en voorspelde dat een breed publiek gelijktijdig, vanuit één enkel zendcentrum, een grote waaier van programma’s zou ontvangen. Toen al besefte de Brit Burrows dat dit niet louter een technische aangelegenheid was, maar dat ook politieke en sociale factoren een rol zouden spelen. Hij stelde vast dat er ogenschijnlijk geen bezwaren waren om binnen een paar jaar er voor te zorgen dat de toespraken in het Britse parlement draadloos in de redactiezaal van elke krant in Groot‑Brittannië beluisterd zouden kunnen worden.
Gewoonlijk wordt aangenomen dat het eerste radiostation, die naam waardig, in Pittsburgh stond: de zender K.D.K.A. van de Westinghouse Company. Maar een Canadees station (initially XWA, then CFCF and CIQC) actually started in 1919 and went to a regular schedule six months before KDKA.
In juni 1920 wordt een concert door Nellie Melba uitgezonden in Groot-Brittannië.
In april 1921 is er de eerste rechtstreekse sportuitzending: een bokswedstrijd in de Verenigde Staten.
Op 15 november 1922 start het persagentschap Reuter in Londen met dagelijkse nieuwsberichten.
De eigenlijke radiogeschiedenis in België begint met de inwijding van « Radio‑Belgique » op 24 november 1923. “Radio‑Belgique” werd gesticht op initiatief van SBR, de Société Belge Radio Electrique, het eerste bedrijf dat zich in ons land specialiseerde in het vervaardigen van radio‑ontvangsttoestellen. SBR kreeg machtiging over de Belgische ether en mocht zendtijd verkopen voor publicitaire doeleinden. De uitzendingen gebeurden vanuit de “Union Coloniale” in de Stassartstraat te Brussel, nabij de Naamse Poort. Deze lokalen zouden door het toekomstige N.I.R. nog gebruikt worden tot in 1938. Aanvankelijk werd vooral muziek uitgezonden, maar dagelijks werd toch ook een kwartier uitgetrokken voor persberichten en spreekbeurten, «Radio‑Belgique» verkocht zendtijd aan firma’s en aan politieke en godsdienstige verenigingen. De schrijver‑journalist, Theo Fleischman, die nu algemeen wordt beschouwd als de vader van het radionieuws zoals we dat nu kennen, startte bij Radio‑Belgique met een echt radiojournaal van een half uur, bondig en levendig gepresenteerd. Radio Belgique was een uitsluitend Franstalige aangelegenheid. Een Vlaamse kon niet uitblijven.
In 1925 waren in de Verenigde Staten al 5,5 miljoen radiotoestellen in gebruik, bijna de helft van alle toestellen ter wereld.
Op 26 januari 1926 stelt John Logie Baird “true television” voor, d.w.z. dat hij ook verschillende tinten grijs toevoegde aan wat vroeger enkel zwart en wit was. Op minder dan twee jaar tijd heeft hij – puur wetenschappelijk – ook kleurentelevisie, 3D, infrarood en video gedemonstreerd. Op 4 december 1926 gaat de privé-zender Radio-Antwerpen (in de volksmond Radio Kerkske) voor het eerst in de ether.
Ze worden gevolgd, zij het zonder zendvergunning door Etienne Vergote van de West-Vlaamsche Radio-Omroep (Kortrijk) sedert 1927. On January 22, 1927, the first live radio commentary of a football match anywhere in the world was broadcasted. The game was between Arsenal F.C. and Sheffield United at Highbury.
In 1928 wordt in Antwerpen de neutrale «Vlaamse Radio‑Vereniging» (VRV) opgericht, die vanuit de Dierentuin, via een relais van Radio Belgique, de eerste Vlaamse radioconcerten verzorgde. Haar doel was alle Vlaamse luisteraars te groeperen. Dit initiatief kwam evenwel te laat, want naar het voorbeeld van Nederland, streefden ook in België de katholieken en socialisten naar eigen omroepverenigingen. In de Verenigde Staten wordt voor het eerst een sportwedstrijd op televisie uitgezonden (een tennismatch). Maar eigenlijk kan men dit enkel als een vroeg experiment bestempelen. Over het algemeen wordt aangenomen dat de eerste echte tv-beelden van een sportmanifestatie er pas tijdens de Spelen van Berlijn in 1936 komen.
Op 6 oktober 1929 koopt de N.V.Radio, opgericht door katholieke verenigingen als de Boerenbond, de Christelijke Middenstand en het Davidsfonds, eveneens zendtijd bij Radio Belgique onder de roepnaam KVRO (Katholieke Vlaamse Radio-Omroep). Zo ontstonden in 1929 de «Katholieke Vlaamse Radio‑Omroep» (K.V.R.O.), die uitzond via de kort voordien opgerichte eigen Vlaamse zender te Veltem, geëxploiteerd door de N.V.Radio, en de “Socialistische Arbeiders Radio‑Omroep voor Vlaanderen” (SAROV) die eerst programma’s uitzond via de VARA, maar later kopen zij zendtijd op de golflengte van «Radio‑Belgique», nog later op die van de “N.V.Radio”. Kort daarna volgden ook LIBRADO (de Liberale Radio-Omroep) en VLANARA (de Vlaams Nationale Radio-Vereniging).
Op 14 mei 1930 (volgens Knack op 18 juni) wordt (ondanks de tegenstand van SAROV en KVRO, die worden gepaaid met zendtijd, wat zo zal blijven tot de Tweede Wereldoorlog) het overkoepelende Nationaal Instituut voor Radio (NIR) opgericht (en meteen ook het bijhorend jazzorkest, geleid door Stan Brenders), op 22 juli van datzelfde jaar gevolgd door een wet ter beperking van de privé-radio’s. Deze radiostations haalden hun inkomen uit publiciteit, dat in tegenstelling tot het NIR dat als dotatie toen reeds 90% van het luistergeld toegewezen kreeg.. De eenheidsstructuur was, zoals men kan vermoeden, hoofdzakelijk Franstalig getint. De directeur van de Vlaamse afdeling was Gust de Muynck.
De eerste uitzending van het NIR had plaats op 1 februari 1931 en liep van 17 tot 22 uur met een “gesproken dagblad” om 19.30 uur en 22 uur. De schrijvende pers was hiervan zo’n tegenstander dat het nieuws van Belga niet per telex maar per drager diende te worden bezorgd. Bovendien waren deze “loopjongens” eigenlijk gepensioneerden die een tramvergoeding kregen. Om deze uit te sparen gingen ze echter te voet. Radiojournalisten werden door de persbond niet erkend.
Op 9 mei 1931 verzorgt Gust de Muynck vanop het dak van de tribune de eerste rechtstreekse uitzending van een voetbalwedstrijd (België-Nederland in Antwerpen). Datzelfde jaar volgen ook nog rechtstreekse verslagen van de Boeteprocessie in Veurne, de IJzerbedevaart in Diksmuide, de Belgische Dag in Hasselt en de viering van het tienjarige bestaan van het Algemeen Christelijk Werkersverbond in Brussel. De teksten dienden wel te worden voorgelegd aan de minister van PTT, de wallingant François Bovesse, die met name een aantal fragmenten uit de IJzerbedevaart verbood. De technicus moest dan op aangeven van reporter Mon de Goeyse telkens de microfoon even afsluiten.
De Amerikaanse radio zond voor het eerst rechtstreeks uit vanuit het buitenland in 1932. En dan nog wel vanuit het door de Japanners bezette Mantsjoerije.
Op 23 mei 1934 starten de dagelijkse uitzendingen bestemd voor Belgisch Kongo via de kortegolfzender van de RTT in Ruiselede.
Op 4 januari 1936 publiceert het tijdschrift “Billboard” in New York de allereerste hitparade op basis van verkoopcijfers. Er waren aparte lijsten voor de tien best verkochte platen van de drie belangrijkste platenmaatschappijen (deze werkwijze duidt erop dat de gegevens van de firma’s zelf afkomstig waren). Bij Columbia voerde “Stop, look and listen” van het orkest van Joe Venuti de lijst aan. Bij Brunswick was dit “Quicker than you can say” van het orkest van Ozzie Nelson en bij RCA-Victor “The music goes round”, eveneens van een orkest, deze keer dat van Tommy Dorsey. Later in dat jaar vonden de Olympische Spelen van Berlijn plaats en dat werd de eerste tv-live-uitzending allertijden.
Op 17 oktober 1936 krijgt het NIR, als gevolg van parlementsverkiezingen die in het teken stonden van de culturele autonomie, een nieuwe structuur, met name het NIR en het INR krijgen elk een eigen directeur-generaal. Voor het NIR was dat Theo de Ronde. Het NIR stond in de jaren dertig in voor 7000 uren uitzending per jaar, waarvan er 5000 door de muziekdienst werden verzorgd. Er waren 132 personeelsleden met daarbovenop ook nog eens 112 muzikanten, verdeeld over drie orkesten: het Symfonisch Orkest, het Radio-orkest en het Genre-orkest.
Op 2 november 1936 zendt de BBC voor het eerst twintig minuten televisiebeelden uit, waaronder de zangeres Adele Dixon met het nummer “Here’s looking at you”. De uitzending werd eerst volgens het Baird-systeem uitgezonden en daarna herhaald volgens het EMI-systeem, dat een jaar later als algemeen geldend zal worden aangenomen. Deze uitzending had echter enkel een “novelty” aspect. Op dat moment waren er immers ongeveer 400 ontvangers. Aangezien de aanschaf van een toestel heel duur was, konden enkel de betere standen zich dit veroorloven, maar deze keken snobistisch tegen het medium aan. Men kan bijgevolg zeggen dat enkel het dienstpersoneel naar televisie keek, b.v. naar de kroning van George VI.
In 1938 werd het omroepgebouw aan het Flageyplein in gebruik genomen.
Na het plotse overlijden van Theo de Ronde in 1939 werd hij opgevolgd door de hoofdredacteur van De Standaard, Jan Boon.
Op 1 september 1939 werden door de oorlogsomstandigheden de Britse televisieuitzendingen opgeschort middenin een tekenfilmpje van Mickey Mouse.
Op 28 mei 1940 gaat de door de Duitsers gecontroleerde Zender Brussel in de lucht. Vanaf de zomer van 1940 legde het Duits Militair Bestuur en haar Propaganda‑Abteilung alle bioscopen de verplichting op elke langspeelfilm door een filmjournaal te laten voorafgaan. Deze filmjournaals werden geproduceerd in Brussel (in de lokalen waar vandaag de filmschool RITCS gehuisvest is) onder leiding van een Duitse hoofdredacteur.
De benaming NIR wordt in Londen gewijzigd in BNRO (Belgische Nationale Radio Omroep), die op 13 oktober 1942 begon uit te zenden onder het gezag van de Belgische regering in ballingschap. Daarnaast werd er op een golflengte van de BBC dagelijks een half uur uitgezonden, netjes verdeeld over de twee landstalen. De twee bekendste namen waren daarbij die van Victor de Laveleye (de man die het beroemde V-teken uitvond) en Jan Moedwil (eigenlijk Nand Geersens), die legendarisch werd met zijn slogan “we doen ons best, zonder erop te boffen, toch krijgen we ze wel, de moffen!” Er waren ook afdelingen in New York en Leopoldstad. Hier startte men op 16 mei 1943 met achttien uren uitzending per dag in niet minder dan negen talen.
Op 4 september 1944 wordt de benaming NIR opnieuw ingevoerd n.a.v. de eerste uitzendingen vanop Belgische bodem.
In 1945 wordt de Wereldomroep opgericht. Nog in 1945 neemt het NIR alle functies van zendgemachtigden over, zodat de regionale commerciële zenders worden afgeschaft, maar in de praktijk omgevormd tot regionale openbare omroepen.
Alhoewel de BBC reeds op 7 juni 1946 haar televisie-uitzendingen had hervat (met datzelfde Mickey Mouse-filmpje), bleef dit een marginaal medium, enkel in stand gehouden om de producenten van TV-toestellen te plezieren.
In 1947 worden de gewestelijke omroepen Antwerpen, Kortrijk, Gent en Hasselt opgericht.
La Esterella is op 27 september 1948 de eerste Belgische artieste om voor de BBC-televisie op te treden, nadat ze in Dublin Benjamino Gigli (!) had vervangen als travestierol in Pagliacci. Datzelfde jaar was er ook de eerste rechtstreekse Tour-uitzending, zij het dat het enkel de aankomst in het Parijse Prinsenpark betrof.
In 1951 heeft de eerste officiële Nederlandse televisieuitzending plaats. Wat Vlaanderen betreft, hier werden drie mensen die bij de radio werkten (Bert Janssens, Nic Bal en Rik van den Abeele) naar de BBC gestuurd om het vak te leren.
Op 14 november 1952 publiceert het Engelse muziektijdschrift “New Musical Express” de eerste hitparade buiten de VS. Deze eerste “top tien” wordt aangevoerd door Al Martino met “Here in my heart”, vóór Jo Stafford met “You belong to my heart” en Nat King Cole met “Somewhere along the way”.
Als in 1953 de kroning van koningin Elisabeth live wordt uitgezonden (en voor één keer eens zonder de problemen, die in die tijd schering en inslag waren, denk aan het liedje van Jef Burm: “Even geduld, er zwemt een leading lady in het aquarium”), ontstaat er plotseling een massale toeloop in de winkels en was de populariteit van het medium gevestigd (alhoewel er slechts 350.000 toestellen waren op dat moment, werd de uitzending toch door 20 miljoen mensen bekeken). De conservatieve regering van Winston Churchill had nochtans getracht de uitzending te verhinderen omdat ze een diep geworteld wantrouwen had tegenover de onafhankelijke positie van de BBC.
Op 31 oktober 1953 was er ook de eerste televisie-uitzending van het NIR. Men opent met een “TV-week in Temse”. De eerste trekkers kwamen uit de kringen van radio, geschreven pers, film, toneel en literatuur. Ze waren gedreven door een onweerstaanbaar enthousiasme om de mogelijkheden van een nieuw medium te verkennen en uit te bouwen. Bert Leysen, één van de bezielers en aangesteld tot directeur, schrijft in het jaarverslag van 1953: “Dat het er was, ons programma stipt elke avond, blijft een mysterie en een klein mirakel, waarover wijzelf verbaasd hebben gestaan.”
Ook toen al zaten de BRT (toen nog NIR) en De Rode Vaan op dezelfde lijn, want ook op de BRT was er geen rock te horen. Het dichtste bij kwam nog “Klanken van heden voor mensen van vandaag” van Jan Torfs (op de foto met Elvis Presley), maar de muziek was al even vreselijk als de titel. Dé rock’n'roll-radio in die tijd was Radio Luxemburg, maar zelfs onze gloednieuwe Blaupunkt had de grootste moeite om deze verre klanken op te vangen. Vanuit Gent konden we in 1954 wel voor het eerst luisteren naar een mop uit “De Peperbus” van Romain Deconinck.
De eerste kwismaster van het NIR was Sus Van den Eynde. Hij presenteerde in 1954 de “kwis van de humor” als onderdeel van het gevarieerd programma “Kijkkast”. Daarna volgden nog “Wat ‘n stiel”, “Ik ken een lied”, “Wie ben ik” en “Knal, wie vangt de bal”, het eerste spelprogramma van de openbare omroep. Toch strekt de carrière van Van den Eynde zich slechts uit over anderhalf jaar.
Op 6 juni 1954 wordt de Eurovisie opgericht. De eerste Eurovisie-uitzending van het NIR is een reportage van Nic Bal over de Brusselse Ommegang. Op dat moment waren er ongeveer 15.000 toestellen in België. Twee jaar later zijn er dat reeds 72.000! In Frankrijk komt onder impuls van de gaullisten de private radiozender Europe 1 tot stand. Tekstschrijver Pierre Delanoë (1918-2006), zelf een overtuigd gaullist, zal er tot 1960 de programmadirecteur van zijn.
In de VS gaf de film “Lassie come home” met de elfjarige Elizabeth Taylor uit 1943 in 1955 aanleiding tot de zeemzoete televisieserie met meer dan 600 afleveringen. Zelfs ik bootste op de duur de roep van Porky na als ik op het binnenhof van Ronny Vercauteren arriveerde (waar tevens mijn grootmoeder woonde). Alles gaat terug op een kortverhaal van Eric Knight in The Washington Post van 1938.
Op 12 maart 1955 ging Bob Davidse voor het eerst op antenne, beter gekend als Nonkel Bob. Nonkel Bob (in De Rode Vaan nr.31 van 1985): “Het is natuurlijk wel zo dat bij mijn debuut de televisie nog een wonder was. En zo gebeurde het vaak dat ik op bezoek kwam bij zieke kinderen en dat die verwonderd waren me via de deur te zien buitengaan. Die vroegen aan hun moeder: moet hij nu niet terug in onze kast kruipen?”
Ondanks het feit dat “Schipper naast Mathilde” (10/5/1955) een legendarische serie was (185 afleveringen op negen jaar!), was het toch niet de eerste serie op de Vlaamse televisie, dat was wel “De familie Bluts” uit 1954, die vroegtijdig werd afgevoerd omdat prille TV-kijkers, die normaal gesproken al content waren dat er iets bewoog, zelfs hierin hun gading niet meer konden vinden. Zoals de meeste TV-uitzendingen uit de pioniersperiode werden de afleveringen live uitgezonden zodat er haast geen beeldmateriaal meer van bestaat.
In Groot-Brittannië wilde het koningshuis de conservatieven maar al te graag tegemoet komen, maar een perscampagne belette dit. Daarom kwamen de conservatieven dan maar met een tegenzet op de proppen: een commercieel station als concurrentie. Op 22 september 1955 ging dit van start en net zoals dat later met VTM het geval was, begon men meteen met alle goede elementen over te kopen (b.v.”The Goon Show” van Richard Lester met Peter Sellers en Spike Milligan). Bovendien geholpen door de uiterst conservatieve reflexen van de BBC-top, ging op de kortste keren de commerciële zender met de kijkcijfers aan de haal.
Op 3 november 1957 wordt het hondje Laïka met een Sputnik meegestuurd. Het stierf naar verluidt reeds van stress bij de lancering, maar het zou hoe dan ook bij de terugkeer in de atmosfeer samen met de Sputnik zijn opgebrand. Om het wereldwijde protest van dierenvrienden wat te kalmeren, werd echter een filmpje gedraaid, waarbij twee mannen en een vrouw die er als een verpleegster uitziet een vrolijk springend hondje uit een ruimtecapsule bevrijden.
In 1957 presenteerden Paula Semer, John Bultynck en Cyriel Van Gent “Koken met Archibald”. Cyriel Van Gent werd op aanraden van zijn leraar Frans Primo enkel omwille van zijn figuur gekozen als Archibald en moest voor elke uitzending (die live ging!) vlug het gerecht inoefenen bij een Gentse dame. Cyriel Van Gent heet eigenlijk Cyriel Verbrugghen en het pseudoniem is afkomstig uit de tijd dat hij een bediendenbestaan leidde en zich telkens ziek meldde om ergens te gaan optreden. “Eigenlijk woon ik al mijn hele leven in Sint-Amandsberg. Van dit dorp hou ik nog veel meer dan van Gent, maar ik kon mezelf moeilijk Cyriel Van Sint-Amandsberg noemen! Met zo’n naam raakt een acteur niet heelhuids door het leven!” (TV-Story)
In 1958 was er “100.000 of niets”, achtereenvolgens gepresenteerd door Pros Verbruggen, Bob Van Bael (1925-2002) en Toni Corsari. Jeugdfeuilletons hebben (terecht) altijd op een speciale belangstelling kunnen rekenen in de Vlaamse televisie. Als auteur werd bijna steeds Louis De Groof (1914-1996) aangesproken. Het begon in 1958 met “Professor Kwit”! De expo van 1958 was overigens de aanleiding om de televisieloze maandag en de zomervakantie af te schaffen, zodat er voortaan alle dagen werd uitgezonden. Dat jaar komen ook de eerste videorecorders in gebruik. Aangezien ze zowat een halve huiskamer in beslag nemen, zijn het enkel professionelen die er gebruik van maken. Maar vanaf nu kunnen televisieprogramma’s dus vooraf opgenomen worden.
1 januari 1959 Eerste tv-uitzending van het nieuwjaarsconcert vanuit Wenen. In 1959 startte op de televisie de Bonanza-reeks die tot 1973 zal lopen. Van het oorspronkelijke viertal (Lorne Greene als Ben Cartwright en Pernell Roberts, Dan Blocker en Michael Landon als zijn zonen Adam, Hoss en Little Joe) is niemand nog in leven. Op 17 september 1959 komt de eerste programmadirecteur van de Vlaamse televisie, Bert Leysen, om het leven door een auto-ongeluk. Hij wordt in januari opgevolgd door Paul Vandenbussche. Deze volgt ook administrateur-generaal Jan Boon op, als die op het eind van 1960 overlijdt. ‘t Klinkt een beetje cynisch, maar in 1959 was er op televisie ook “Blijf jong” met… John Lundström.
De jeugdfeuilletons werden vooral een succes vanaf 1960 toen ook gedeeltes op film werden opgenomen. Dat was in “Het geheim van Killary Harbour” met Wies Andersen en Cyriel Van Gent, nadat men vroeger gewoon rechtstreeks in de studio acteerde (“Manko Kapak” b.v.). Wies Andersen was op dat moment overigens de echtgenoot van Dora Van der Groen, iets wat enkele tientallen jaren later eerder ongelooflijk lijkt. Hun zoon Brick De Bois (Andersen heet eigenlijk De Bois) is na veel omzwervingen uiteindelijk ook in het theater terechtgekomen. Luce Premer wordt aangeworven als presentatrice.
Datzelfde jaar werd Renaat Van Elslande adjunct-minister van Nationale Opvoeding en zo de facto de eerste minister van Nederlandse Cultuur. Als jong (46) minister wou hij iets doen en hij drukte de Omroepwet erdoor, waardoor de BRT en de RTB ontstonden i.p.v. NIR/INR. Dat was vooral het werk van Paul Vandenbussche die werkzaam was op zijn kabinet. Ook oprichting van BRT 3.
Het zou nog tot in 1960 duren vooraleer BRT 1 dankzij de ironische basstem en de spitse commentaren van de toen pas 18-jarige Guy Mortier een volwaardig “teenagerprogramma”, zoals dit toen werd genoemd, ging uitzenden, met name “Schudden voor gebruik”.
In 1961 was “Tijl Uilenspiegel” het eerste jeugdfeuilleton dat helemààl werd opgenomen. Jef Cassiers creëert “Het Manneke”, een jaar nadat hij met zijn broer “Patati Patata” had gebracht (o.a. op tekst van Jan Christiaens). En er was “Echo”.
Op 5 juni 1962 zendt de BBC de eerste aflevering uit van “Steptoe and Son” met Wilfrid Brambell als Alfred Steptoe en Harry H.Corbett (1925-1982) als zijn zoon (de “H.” heeft hij ertussen gevoegd omdat er een andere zeer populaire acteur was die Harry Corbett heette en die leefde van 1918 tot 1989 en vooral bekend is geworden met de sprekende pop Sooty). Corbett was een ontdekking van Joan Littlewood’s Theatre Workshop en die was er dan ook het hart van in dat hij de rol had aanvaard: “It broke my heart. You should have seen him as Richard II.” (The Sunday Times, 27/3/1994). Datzelfde jaar was er in de VS “The Addams Family” en bij ons “‘t Is maar een woord” en “Canzonissima”. Het miljoenste televisietoestel in België gaat de deur uit. Start van de BRT-Schooltelevisie. De geschiedenis van Radio 3 gaat terug tot in het najaar van 1962 (het jaar dat een wet de medewerking aan radiopiraten verbiedt) toen bij het toenmalige NIR Karel Aerts en Georgette De Rijcke de opdracht kregen enkele uren per week “ernstige” programma’s uit te werken. “De vrouw is woord geworden en de man een melomaan,” aldus het latere nethoofd Pieter Andriessen.
“De dood van Kennedy (22 november 1963) was de definitieve doorbraak van de televisie; bij de moord op hem en bij zijn begrafenis maakten wij het begin mee van de dominerende positie van de televisie in onze cultuur – want de televisie dient het indrukwekkendst zijn eigenbelang en fascineert het meest met beelden van de te vroege dood der uitverkorenen en succesvollen. Als getuige bij het afslachten van helden in hun bloei – en van alle zo te zien heilige onschuldigen – bereikt de televisie zijn abominabele hoogtepunt.” (John Irving, Owen Meany, p.450-451)
In 1963 wordt de eerste live-uitzending van een wielerwedstrijd verzorgd (de Omloop Het Volk), in datzelfde jaar nog gevolgd door de Ronde van Frankrijk en natuurlijk ook het wereldkampioenschap in Ronse. Het jaarlijkse jeugdfeuilleton van Louis De Groof is “Zanzibar” en op 5 oktober is er de eerste uitzending van “Een tegen allen”.
In september 1964 gaat “Hier spreekt men Nederlands” van start. Nog in 1964 kreeg het zogenaamde “Derde Programma” ‘s avonds en gedurende het weekend ook een eigen FM-frequentie, los van het Eerste Programma. Nog tien jaar later werd het als BRT 3 een volledig zelfstandig net. Dat liep niet van een leien dakje, want gedurende een tijd werden b.v. de voormiddagprogramma’s zelfs geschrapt uit bezuiniging. Nog in 1964 is er “Kapitein Zeppos” met Senne Rouffaer in de hoofdrol en Raymond Bossaerts als zijn jonge vriend Ben. Cyriel Van Gent speelt de domme postbode Gust. Op de set van Zeppos leert Senne Rouffaer Vera Veroft kennen, met wie hij echter pas twintig jaar later zal gaan samenwonen. Hij zal overigens nooit scheiden van zijn vrouw José Dolhain, met wie hij vier kinderen had: acteur Peter, regisseur Vincent, zakenman Bruno en Bart, die op zijn twintigste overleed in een verkeersongeluk. Nog in 1964 komt Maurits Balfoort als regisseur bij de BRT, nadat hij (na een loopbaan van 23 jaar als regisseur bij de KNS) in aanvaring was gekomen met de nieuwe KNS-directeur Van Kerkhove. Op dat moment liep het feuilleton “De kat op de koord” (geschreven door Aster Berkhof en met o.a. Walter Moeremans, Denise De Weerdt en Dora Van der Groen) ten einde (ze had geen succes omdat de gemiddelde Vlaming zich niet herkende in dit kleinburgerlijke gezin) en vroeg men hem om “Jeroom en Benzamien” op te starten naar een atypisch boek van Ernest Claes, die het immers als weddingschap met Herman Teirlinck in diens stijl als stadsroman had geschreven. Het was zo’n succes dat Balfoort nadien startte met “Wij, Heren van Zichem”, gebaseerd op twintig romans en novellen van Claes die hij had samengevoegd. Ook dat was weer een enorm succes, maar de opvolger, “De vorstinnen van Brugge”, was een tegenvaller. Balfoort (die van socialistische komaf was) trachtte hierin sociale geschiedenis te schrijven en dat pikten de kijkers blijkbaar niet.
Op 15 december 1964 brengt Paula Semer voor het eerst homoseksualiteit ter sprake op televisie t.g.v. een aflevering van het vrouwenprogramma “Penelope”. De uitgenodigde psychiater, Dr.Ballet, sprak erover weliswaar in termen van “perversie”, maar dan wel met een zekere neerbuigende sympathie t.o.v. de “geperverteerde”. Ook Hilda Verboven wijdde er een uitzending voor jongeren aan (“Zo zijn”), die door de TV-pers met een prijs werd bekroond.
In 1965 was er het succesvolle jeugdfeuilleton “Johan en de Alverman” met Frank Aendenboom als Johan, Jef Cassiers als de Alverman, Cyriel Van Gent als Don Cristobal en Rosemarie Berghmans als zijn dochter Isabel.
In 1966 volgde “Axel Nort” met Nand Buyl in de titelrol. Jef Cassiers regisseerde dat jaar twee praatprogramma’s. Eerst “Van de hak op de tak” (met Ivonne Lex) en nadien “Zien naar Jozefien” (met Jo Leemans).
Op 1 januari 1967 gaat Omroep Brabant van start. Op 25 juni is er de eerste Mundovisie-uitzending (o.a. met “All you need is love”). Op 14 augustus wordt in Groot-Brittannië de “Marine Offences Act” van kracht en verdwijnen bijgevolg de piratenzenders uit de ether. Nog in 1967 was Jef Cassiers nog eens als acteur te zien in het jeugdfeuilleton “Midas” met Rik Andries. Radiojournalist Jan Van Rompaey gaat bij “Echo” werken.
“Binnen en Buiten” (presentatie Mike Verdrengh; regie Jef Cassiers) wint de prijs van de kijker in 1968 en de TV-oscar in 1969.
In september ’69 start Nand Baert met “Wachtwoord”.
Drie jaar later dan in de buurlanden steekt bij ons de kleurentelevisie op 1 januari 1971 van wal. Dit wil zeggen: men vertoont kleurenproducties uit het buitenland, want voor eigen producties zou het nog duren tot in juni met “de Gouden Zeezwaluw in Knokke”. Daarom is in het jeugdfeuilleton “Het Zwaard van Ardoewaen” Mike Verdrengh nog altijd te zien in zwart-wit, maar ook in een allerschattigst minijurkje (of was dat in “Keromar”?). Daarvóór had hij ook nog in een popgroepje gezeten, The Ypsilon Boys. 1971 is ook het jaar van de kabeltelevisie. Op dat moment zijn er nog slechts 120.000 kabelkijkers, maar dat aantal zou weldra spectaculair stijgen (750.000 in 1976). De concurrentie van Nederland wordt nu echt groot.
In 1972 begonnen Gaston Berghmans en Leo Martin officieel als “Gaston & Leo” te werken, nadat ze dat in het verleden reeds vaker hadden gedaan, maar dan op toevallige basis. Dat jaar gaf Leo Martin echter zijn orkest op om zich uitsluitend op het werken met Gaston toe te leggen. Het duo zou dan ook doorgaan tot 1993, het jaar waarin Leo Martin overleed. Anderzijds was het dat jaar uit met het rijk van Louis De Groof: “De Kat” (met Rik Andries) was zijn laatste feuilleton. “Skandalon” naar een scenario van René Kalisky werd door de BRT uitgezonden op 3 juli met Leo Madder (Giancarlo Volpi, eigenlijk Fausto Coppi), Kris Lomval (Silvana Paggin, de tweede echtgenote, geïnspireerd op “la dame blanche”, die wil dat hij met wielrennen zou stoppen), Gerard Vermeersch (Bassa, zijn blinde verzorger) en verder Gastone Pitti, zijn sponsor, Felice Riario, zijn sportdirecteur, en Bernardo Chiari, zijn ongure manager. Dat jaar krijgt Jef Cassiers de persprijs in Montreux voor “Baratzeartea” met Liesbeth List tussen schilderijen van Magritte en de Belgische Persprijs voor zijn hele oeuvre.
Ondertussen dringen co-producties met Nederland zich op. Eén van de eerste is “Een mens van goede wil” naar Gerard Walschap (1973). “Terloops” vervangt “Echo”.
In 1974 ontvangt Jef Cassiers de Bert Leysen-prijs voor “Irreversibel” (Hildegarde Knef, deze keer tussen schilderijen van Felix Labisse). “De paradijsvogels” werd gemaakt naar een scenario van Marc De Bie naar Gaston Martens. Met Anton Peters (Bolle), Jef Burm (Rietje Rans), Piet Balfoort (Staf Verhelle), Alex Willequet (Hippoliet), Luc De Smet (Polleke), Gerda Marchand (Manse Lapp), Polly Geerts (Flavie), Marijn Devalck (Brozie), Linda Lepomme (Rozeke) en Luc Perceval. In het jaarverslag van de BRT van 1974 klaagt men de belemmeringen aan waarmee de Dienst Jeugd ‘nog steeds’ te kampen heeft: te klein budget, onvoldoende studioruimte, captatie‑ en repetitiemogelijkheden, onvoldoende technische faciliteiten, tekort aan vast personeel, tekort aan regisseurs en regie‑assistenten in vaste dienst, wat het programmabudget aanzienlijk verzwaart. Na de ondertekening van het Verdrag van Straatsburg dat radio- en televisieuitzendingen verbiedt buiten nationaal grondgebied, moet Veronica op 31 augustus de boeken sluiten. Nog geen twee jaar later keert de piraat als officiële omroep weer om binnen de kortste tijd de populairste zuil te worden. Als in 1995 de ontzuiling verder gaat, neemt Veronica de kans te baat om opnieuw als privé-station te starten.
In 1975 wordt in het kader van de “zenderkleuring” (Hilversum 1 actualiteiten, Hilversum 2 familiale zender, Hilversum 3 popzender) Hilversum 4 opgericht. Ondanks het feit dat deze klassieke zender ook muzikaal behang uitzendt (zodanig zelfs dat midden de jaren tachtig Hilversum 5 “voor kleine doelgroepen” wordt opgericht) luistert slechts een marginaal aantal mensen ernaar. In Vlaanderen: start van de Instructieve Omroep. De omroepgebouwen verhuizen naar de Reyerslaan.
In 1976 komt Peter Simons bij de BRT werken. Hij regisseert meteen “Ik zag Cecilia komen”, naar Felix Timmermans. Belangrijker is dat het VHS-systeem van JVC de Betamax-video’s van Sony wegconcurreert, zodat video nu ook een “huishoudelijk” product wordt. Ondertussen kunnen we op televisie kennismaken met een ander drietal vrouwen die hun mannetje kunnen staan: “Charlie’s Angels”. Dit feuilleton zal vooral succes kennen met zijn zogenaamde “jiggle-shots”, wat twintig jaar later tot in de treure zal worden gekopieerd in beach-series als “Pacific Blue” en “Baywatch”. Jiggle betekent namelijk schommelen en je mag één keer raden wat er “al schommelend” in beeld werd gebracht… Over jiggle-shots gesproken: nog in 1976 wordt in Italië het monopolie van de RAI (specialist in grote blonde vrouwen met enorme… hersenen, die ook uitgebreid in beeld komen) doorbroken, een jaar later gevolgd door Fil Bleu (van de jonge Giscardiens), de eerste vrije radio in Frankrijk. Guido Cassiman wordt het hoofd van Omroep Brabant.
Op 26 april 1977 gaat het tweede BRT-net van start: eerst twee avonden per week, in oktober zijn er dat reeds vier. Na de “Wies Andersen Show” en “Het Rad der Fortuin” start ook “Noord-Zuid” met Johan Anthierens en Mies Bouwman. Vanaf 1978 is er ook geen plaats meer voor klassieke muziek op BRT 2.
Op 13 september 1978 wordt op de BRT de eerste aflevering van “Holocaust” uitgezonden. En ook de RTBF pakt rond die tijd met iets nieuws uit. Op het eerste net werd de zeer bezienswaardige film “Network” van Sidney Lumet in Franse versie uitgezonden en op het tweede net de oorspronkelijke Amerikaanse versie met zowaar tweetalige onderschriften. De Nederlandse tekst was voor het grootste gedeelte van de tijd zo goed als onleesbaar, maar kom, we mogen niet mopperen. De echte filmliefhebber was wellicht al tevreden dat hij Faye Dunaway, William Holden en Peter Finch zélf hoorde praten en niet een paar “illustres inconnus”…
Eind 1978, begin 1979 was op de BRT en de AVRO de verfilming te zien van “Maria Speermalie” van Herman Teirlinck met Tessy Moerenhout in de titelrol en Luk De Koninck als Ruige. De tekst van Herman Teirlinck werd hiervoor bewerkt door Johan Boonen.
Op 8 mei 1979 worden de eerste vrije radio’s in ons land (meer bepaald in Wallonië) in beslag genomen. Maar toch is er van dan af geen houden meer aan. Peter Simons krijgt de Bert Leysenprijs voor “Het koperen schip” (naar Libera Carlier, 1926-2007).
In 1980 is er de invoering van Teletekst. De schorsing van Eliane Morissens op 30/10/1980 gebeurde op basis van een RTBF-televisieprogramma van twee dagen eerder.
In 1982 regisseert Jef Cassiers de TV-opera “De ballade van de soldaat Johan” en in 1983 zijn eerste jeugdfeuilleton, “Xenon”. In dat jaar is er ook de reeks “Transport” (met o.a. scenario’s van Jan Christiaens). Er was in het begin van dat jaar ook een vracht aan onaangenaam nieuws over het medium televisie als dusdanig te vernemen. De regering stond namelijk een directe straalverbinding tussen Brussel en Luxemburg toe om het Belgisch nieuws vlugger in het Hertogdom te doen geraken bij de commerciële zender aldaar waardoor deze in zekere zin het BRT-monopolie zal ondergraven. Diezelfde groep landsbestuurders (?) overweegt ook een definitief ontwerp uit te werken tot het invoeren van buisreclame in de BRT-RTBF-programma’s en er eind deze maand mee uit te pakken. Daarnaast was er ook nog sprake van de verhoging van het kabelgeld omdat men binnenkort ook de BBC gaat overnemen en dit bijkomende auteursrechten zal kosten. Eén mens werd er daarnaast toch gelukkig gemaakt door een ander nieuwsbericht namelijk Maurice De Wilde die mocht vernemen dat ook de TV-critici zijn documentaire reeks over “De Nieuwe Orde” hadden gelauwerd. De sterreporter van de BRT viel alzo een zoveelste onderscheiding te beurt voor een programma dat een enorm werkstuk te noemen is, dat een schat aan materiaal bevat over het politieke leven in ons land, vóór en tijdens de oorlog. Maar dat er op eerder stroeve vorm van de reeks wel iets aan te merken viel – zoals een confrontatie zegde en schreef – daar konden ook wij inkomen. Daarom hadden wij graag enkele eervolle vermelding zien toegekend worden aan programma’s die meer TV-mindend opgevat werden. Er gingen in dat opzicht wel enkele stemmen naar “De soldaat Johan” van Jef Cassiers, naar “Het leven dat wij droomden” van Robbe De Hert, naar de “Kijk mensen” over demente bejaarden, naar “Een mens die sterft”. Maar niemand onder hen kon zich uiteindelijk echt doorzetten. Zodat wij moeten besluiten dat de meeste TV-critici nog altijd inhoud boven vorm stellen, wanneer een perfecte harmonie tussen beide evenwel het streefdoel zou moeten zijn. Waarmede wij de bekroning van “De Nieuwe Orde” en van Maurice De Wilde niet willen afvallen. Wij trachten haar enkel in een ander daglicht te plaatsen.
Nog in 1983 is er de oprichting van Studio Brussel en de ontkoppeling van het gewestelijk nieuws. Nadat zondag op 23 januari op een kalme en toch boeiende manier de levensloop van de schrijver-treinwachter Gustaaf Vermeersch werd geschetst in een docu-drama van de hand van Anton Stevens dan werden op 30 januari door Juul Claes op een gezocht nerveuze wijze enkele bewogen dagen uit het bestaan van een sjacheraar in tweedehands auto’s getekend in de TV-film “Leer om leer”. Behoorde het eerstgenoemde werk tot de categorie van de kwaliteitswaar waarvan men rustig kan genieten in de huiskamer van wat laatst genoemde prent eerder onder te brengen in de reeks van de witte producten die enkel een flauw afkooksel zijn van wat de (slechte) cinema in zalen biedt. Waarmee nogmaals aangetoond werd dat “Made in Vlaanderen” wel een interessant initiatief is om de filmmensen van bij ons aan het werk te zetten maar… dat deze nog veel moeten leren om telkens weer de goede middelmaat te bereiken. Om geen hoger norm te stellen…
Jef Cassiers maakt de tekenfilm “Jan zonder Vrees” in 1985, het jaar dat “Nonkel” Bob Davidse met pensioen gaat. Hij heeft zelf nog de basis gelegd voor “Stad op Stelten”, het jeugdprogramma dat Micha Marah en Marijn Devalck voortaan zullen presenteren. Nonkel Bob zal de geschiedenis ingaan met kreten als “TV-Ohee” en “Mieleke Melleke Mol, karwietsel kardietsel kardol” (ter ondersteuning van de Melkbrigade) en liederen als “Kom toch eens kijken” en “Vrolijke vrienden”.
In 1986 is Armand Pien met pensioen gegaan. Hij werd door niet minder dan vier presentatoren vervangen: Georges Kuster, Bob De Richter, Frank De Boosere en diens vrouw Hilde Simons. Deze laatste gaf er tamelijk vlug de brui aan en werd vervangen door Sabine Haghedoren.
In datzelfde jaar zette de BRT ook Rita Boelaert aan de deur. Haar privé-leven was al geruime tijd “a mess” en toen haar depressies ook een weerslag begonnen te krijgen op haar presenteerwerk, was dat voor de BRT het moment om in te grijpen. Na een onderzoek door het studiebureau Censydiam werden de verschillende zenders in 1987 hertekend, maar voor BRT 3 bleek dat niet nodig te zijn. De naam werd alleen veranderd in Radio 3 en de nachtuitzendingen werden een feit. Nog in 1987 kreeg Omroep Brabant een nieuwe directeur-generaal. Piet Van Roe dweepte met marktonderzoeken en producers als Wim Van Gansbeke en Luk Saffloer hielden de eer aan zich en stapten op.
“Kwis” werd eigenlijk door het MMT gecreëerd. Pierre Platteau was helemaal niet te spreken over de BRT-versie van dit stuk door Eddy Verbruggen en Jos Verlinden in 1988, ondanks het feit dat ook hier Jaak Van Assche en Manu Verreth de hoofdrollen speelden. De Verreth-broertjes lieten niet lang daarna zien dat de werkelijkheid de fantasie nog altijd overtreft met de “Pak de Poen”-show met “Percy, Percy, u kent hem wel, Percy…”. Dat was zo’n succes dat de BRT op het einde van het jaar uitpakte met de Bertjes. Het zou een traditie worden.
Op 1 februari 1989 ging VTM van start. Aan het opstarten van een commercieel televisiestation ging een marktonderzoek vooraf dat o.m. vragen stelde in de trant van: “Reclame is één van de financiële middelen die het een zender mogelijk maakt films aan te kopen. Als u de keuze had, welk alternatief zou u voorstaan: een film met reclame-onderbreking zien of deze film helemaal niet zien?” De voorspelbare antwoorden op dergelijke vragen werden dan later gebruikt om te argumenteren dat het publiek akkoord ging met reclame-onderbrekingen… Tegelijk met VTM ging ook de nieuwe formule van de Rode Vaan van start. Deze werd voorgesteld in de Ancienne Belgique o.m. met een sobere maar gemeende hulde aan Lode De Pooter, onafgebroken redacteur sedert 1947 tot een ziekte hem in 1988 dwong in te binden. Jan Mestdagh en ikzelf brachten hem kort nadien een “bezoek”. (“Het bezoek” was het wekelijkse grote interview in de nieuwe Rode Vaan.) Aangezien Lode vooral gekend is als televisiecriticus ging een deel van het gesprek uiteraard dààrover. “Toen ik wist dat jullie gingen komen, heb ik mij wat voorbereid, aangezien ik nog altijd in journalistieke termen denk,” opende Lode zelf het gesprek. “En zo had ik twee titels bedacht: ‘Gelukkig dat ik ziek werd en dat ik dit allemaal niet meer moet schrijven’ en ‘Gelukkig dat ik dit nog allemaal nog mocht beleven’. Met dit laatste bedoel ik dan de evolutie die er de jongste jaren is ontstaan op het gebied van de ontspanning, van de ontwapening, vooral door de voorstellen die door de Sovjet-Unie en andere ‘socialistische landen’ gedaan zijn. Het is toch verheugend wanneer men veertig jaar lang in koude-oorlogstermen heeft moeten leven en schrijven, wanneer men om de twee of drie jaar een andere bedreiging heeft meegemaakt, dat men nu voor het eerst gedurende een langere periode kan herademen, dat ik voor mijzelf in mijn oude dag en voor mijn kinderen voor een vijf- à tiental jaren zeker ben dat er niets gebeurt. Het andere: gelukkig dat ik dit allemaal niet meer moet becommentariëren, daarmee bedoel ik dan bepaalde evoluties op het gebied van sport en televisie. Om met dit laatste te beginnen: er is nu zo’n verloedering ontstaan door het aantal stations dat meer en meer op de kabel werd geplaatst. En dan heb ik het niet alleen over VTM, alhoewel dit op zich reeds aanleiding heeft gegeven tot een achteruitgang van de BRT die tot mijn grote spijt in plaats van de concurrentie positief te voeren, ook uitpakt met ontspanningsprogramma’s van minderwaardig niveau. Maar meer nog is er de vloed van satellietprogramma’s die ons te wachten staat uit Engeland, Frankrijk en andere landen met allerlei gespecialiseerde ‘chaînes’ voor kinderen, sport, muziek, zelfs nieuws, zodanig dat bepaalde kabelmaatschappijen tot 25 programma’s uitzenden met alle nadelige gevolgen vandien. Men bewijst de democratie een slechte dienst door over de hoofden van de mensen tientallen informatiekanalen uit te strooien, want het gevolg is dat er geen enkel meer aankomt, dat men van de ene post naar de andere overschakelt, dat men een ‘meepikker’-kijker wordt, dat men geen enkele doordachte inspanning meer doet om iets van langere duur te volgen (de term ‘zappen’ was toen blijkbaar nog niet courant, RDS). Die vloed aan informatie is dus niet verrijkend, maar geestesdodend. En het zijn niet de video-opnamen die de kijker daartegen wapenen. Integendeel, dit betekent nog een grotere overlast, want alle banden die men heeft opgenomen worden zelden een tweede keer bekeken, doodeenvoudig omdat men er materieel de tijd niet voor heeft, omdat er altijd zo’n groot aanbod is van directe televisie. Vandaar dat recente statistieken van videoverkoop en -verhuur op een achteruitgang wijzen. Alleen erotische en gewelddadige films gaan nog van de hand.”
In 1990 wordt BRT2 omgedoopt tot Radio 2. Het is tevens het einde van “De Peperbus” van Romain Deconinck. Op 1 en 8 maart 1990 was de documentaire van Anton Stevens over Van Eyck te zien.
In 1991 wordt de benaming BRT gewijzigd in BRTN (Belgische Radio en Televisie, Nederlandstalige uitzendingen). De eerste Golfoorlog zorgt voor overtrokken reacties bij de BBC. Zo werden “Waterloo” van Abba en “Boom Bang A Bang” van Lulu gebannen. « Niet voor publicatie » is een miniserie die alvast veel inkt zal doen vloeien.
In oktober 1991 krijgt Jean-Pierre De Decker de eerste Plateauprijs voor een televisiefilm voor “Dierbaar” (met Els Dottermans en Hans Dagelet). Eind ’91: opname van “De wereld van Ludovic”, Belgisch luik in een reeks van zes Europese TV-producties waarin het kind centraal staat. Hier zijn dat Mathias Coppens en Bella Van Meel. Daarnaast spelen ook nog Hilde Van Mieghem, Annick Christiaens en Didier Bezace mee. In “Sarah? Sarah!” speelt Sandrien Luytens de twaalfjarige Sarah die door een buurman wordt aangerand, wanneer ze bij hem aan huis komt om met z’n hond te spelen. Ze zal merkwaardig genoeg wraak nemen op de hond. Het scenario van Helena De Vetter werd met de SABAM-prijs bekroond, Jan Keymeulen voert de regie. Op een debatavond over VTM zei Jan Merckx (die in augustus 1992 zou overlijden) dat VTM eigenlijk niet geïnteresseerd is in de rechtstreekse uitzending van wielrennen. Daarop vroeg ik hem of het incident met de Omloop Het Volk (een goede maand na het opstarten van VTM) dan niet opzettelijk werd uitgelokt om het volk in het harnas te jagen tegen de BRT.
Jan Merckx: “Ik meen me toch te herinneren dat het eigenlijk begonnen is omwille van de 750.000fr die de organisatoren voor het eerst aan de BRT dienden te betalen. Akkoord, de avond voor de wedstrijd heeft Cas Goossens deze eis laten vallen, maar dan konden we niet meer terugkrabbelen zonder ons gezicht te verliezen.”
Nog in 1992 was er de start van Radio Donna. Op 1 mei 1992 stierf in Grimbergen Andries Poppe (°Wenduine, 6 juni 1921). Hij werd vooral bekend door het schrijven van luisterspelen. “Willems en c°” is een BRTN-drama van Marc Lybaert naar een scenario Bart Holsters. Met Christel Domen (Nine), Gunther Lesage (Willems), Veerle Eyckermans (Anita Van Doren), Ugo Prinsen (Albert Van Doren), Monika Dumon (Eva Leibnitz), Horst Mentzel (Otto Leibnitz), Willy Vandermeulen (inspekteur Verheyden) en Jan Steen (Wally Van Doren). J.P.Willems, een jonge jurist, probeert aan de bak te komen als privé-detective. Net op het moment dat hij zwaar verlegen zit om werk, meldt zich de knappe 19-jarige Nine aan als assistente. Ongeveer gelijktijdig krijgt hij van inspecteur Verheyden een tip: misschien valt er wat te rapen als hij de moord op een zekere Albert Van Doren oplost. Willems en Nine zitten daarmee tot over hun oren in een intrige met moord, juwelen, diefstal en drugs… (15/11/1992)
“De Helman factor” is een BRTN-productie naar een scenario van Chris Bossiers en in een regie van Roland Verhavert. Met Peter Rouffaer (Harry Helman), Karen Van Parijs (Linda), Luk De Koninck (Bruno), Hilde Heijnen (Monique) en Ludo Busschots (Michel). Harry Helman kan het leven niet meer aan, zowel zakelijk als privé, en hij verdwijnt spoorloos. Vlak daarna wordt een man door een trein overreden. Het lichaam is onherkenbaar, maar de jas en de koffer maken duidelijk dat het om Harry moet gaan. Zijn vrouw Linda hertrouwt met Bruno, Harry’s medewerker, en bouwt de zaak verder uit. Dan duikt Harry opnieuw op. Enfin, dat geloof ik toch, want ik herinner me niet veel meer van deze onzin (heruitzending op Ned.1 op 29/12/1992).
Rond diezelfde tijd schreef Guido Van Meir voor de TV-reeks “Oog in oog” het stuk “Het ergste van al”, waarin Dora Van der Groen zo’n madammeke speelt dat beroofd is en die dat op de vreemdelingen steekt. Vuile Mong steekt zijn lof niet onder stoelen of banken: “Dat was wél goed omdat er een enorme ontkrachting kwam aan het einde, als blijkt dat het eigenlijk de door haar verwende kleinzoon was geweest. Guido heeft daar een prijs voor gekregen en is er dus terecht erg fier op, maar ik heb hem wel gezegd: laten we maar hopen dat er niet te veel gezapt werd, hé! Want al diegenen die het om een of andere reden hebben weggezapt, die hebben een Dora Van der Groen gezien, ‘die het nu allemaal eens gezegd heeft’. Gelukkig duurde het niet lang. Op die manier denk ik wel dat iedereen gewoon tot het einde is blijven kijken.”
Lode De Pooter overleed op 7 mei 1993. In september 1993 wordt Jan Geysen bij een fietstocht in Canada overhoop gereden door een wagen. Hij overlijdt op 56-jarige leeftijd. Met “Moeder, waarom leven wij?” tracht VTM salonfähig te worden. Scenario: Peter Vandekerckhove naar Lode Zielens met Els Dottermans (Netje), Hugo Van den Berghe, Hilde Van Mieghem, Dirk Roofthooft, Chris Lomme, Luk Perceval, Dora Van der Groen, Jan Decleir, Koen De Bouw en het dochtertje van Hilde Van Mieghem.
In 1991 bezat 48,3 % van de Vlaamse gezinnen een videorecorder. In 1994 was dat al opgelopen tot 68,6 %. Zeven procent heeft zelfs meer dan één recorder. Dat blijkt uit een onderzoek van assistent kommunikatiewetenschappen Jan Van den Bulck (K.U.Leuven). Twaalf procent van diegenen die een videorecorder bezitten, gebruikt het toestel bijna elke dag van de week, de helft doet dat tenminste één tot drie keren per week. De recorder dient vooral om TV-programma’s op te nemen, want opmerkelijk is dat 46,5 % van de videobezitters nooit videocassettes huurt. 16,5 % doet dat tenminste één keer per week. In Engeland zijn er de eerste experimenten met “video on demand” (interactieve pay-television). Maar of men nu video kijkt of rechtstreeks naar TV, een andere studie heeft uitgewezen dat zware TV-kijkers minder dan anderen geneigd zijn om boeken of kranten te lezen of om naar een film te gaan.
Toen op het Europese kampioenschap downhill van 1994 in het Franse Métabief de 23-jarige Fransman Pierre Lolo overleed na een zware valpartij, waarbij hij verscheidene dagen in een coma had gelegen, werd daarvan op Eurosport totaal geen melding van gemaakt! Dat is immers negatieve reklame en sponsorbelangen blijven doorwegen op deze zender, zoals ook het non-event met de wagenrennen van Swatch-uurwerken in Sicilië bewezen!
Het doek mag dan al gevallen zijn voor “Open doek”, de liefhebber van lichte klassieke muziek kon vanaf 21 januari 1995 opnieuw op TV2 terecht voor een gelijkaardig programma dat deze keer de naam “Mollen en kruisen” meekreeg.
Sinds eind januari, begin februari 1995 is het Vlaamse medialandschap verrijkt met twee nieuwe zenders. Enerzijds is er de nieuwe commerciële zender VT4, anderzijds heeft de bestaande commerciële zender VTM op 31/1/1995 Ka2 gelanceerd om de concurrent de wind uit de zeilen te nemen. De kampioenen van de vrije onderneming hadden eerst getracht de nieuwkomer van de kabel te houden door zich te beroepen op de monopoliepositie die de regering hen destijds voor achttien jaar had toegezegd. Ongetwijfeld was dit echter in de overtuiging die toen b.v. ook heel sterk op de BRTN leefde, namelijk dat VTM geen schijn van kans maakte. Ondertussen is dat wel even anders. De winsten stapelen zich op en geen weldenkend mens kan een monopoliepositie nog langer aanvaarden. Zeker niet als men ziet dat VTM exclusieve contracten met onderaannemers afsluit, die zowat 80 % van de audiovisuele sector in de kou laten staan. Vlaams minister van cultuur Hugo Weckx vond wel dat hij zich aan het regeringsstandpunt moest houden en verbood VT4 op basis van het Vlaams kabeldecreet. De Vlaamse overheid kent zichzelf hierbij het recht toe om te beslissen of een Vlaams station dat vanuit het buitenland uitzendt al dan niet in Vlaanderen op de kabel mag (VT4 zendt uit vanuit Groot-Brittannië). Volgens Europees Commissaris van concurrentiebeleid Karel Van Miert is dit in strijd met de Europese wetgeving. De Europese Commissie zal het kabeldecreet voor de tweede maal aanvechten bij het Europees Hof van Justitie, mocht Weckx voet bij stuk houden. Het kan echter twee jaar duren vooraleer het Hof een uitspraak doet. Binnen enkele weken valt wel al een beslissing over de klacht die VT4 bij de Europese Commissie heeft ingediend tegen de monopoliepositie van VTM. De Vlaamse vice-premier Norbert De Batselier van zijn kant verklaarde aan de redactie van “De Morgen”: “Ik heb er geen bezwaar tegen dat VT4 of een andere zender op ons net komt. Want die concurrentie komt er toch. Het gaat hier om een internationaal gegeven dat je niet kan negeren. Wel ben ik ervoor gewonnen dat een aantal kwaliteitsvoorwaarden worden gesteld. Het gaat hier echter om een materie die tot de exclusieve bevoegdheid van minister Weckx behoort. Ik heb geen enkele behoefte om me daarmee te moeien. We zijn geen schepencollege dat zich over alles collegiaal moet uitspreken”.
Op 1 mei 1995 dienden zowel Omroep Brabant als het BRTN-Filharmonisch Orkest het Flageygebouw te ontruimen (wegens de asbest). Het orkest vond een onderkomen in de Magdalenazaal, de Omroep in het Amerikaans theater aan de Heizel. Alhoewel uiteindelijk niemand bleek wakker te liggen van de nieuwe zenders, gebeurde toch het onvermijdelijke: op 23 mei 1995 tekende ook Bart Peeters een exclusiviteitscontract bij VTM. En Marc Uytterhoeven stapte over naar Filmnet, ondanks het feit dat zijn “Onvoorziene Omstandigheden” zeer veel succes hadden. Tom Lenaerts deed dan maar alleen verder, occasioneel nog geholpen door zijn collega’s Johan Terryn, Michiel Devlieger en Bart Klein van ‘t Muzertje (later zouden zij samen met Bart De Pauw van “Buiten de Zone” de succesrijke “Schalkse ruiters” vormen) en natuurlijk Jeanne Pennings en Ineke Nijssen. Het televisieprogramma “Het wassalon” van de BRTN won de BBC Trophy 1995 in de categorie multiculturele programma’s van de Prix Circom Regional 1995.
“Het wassalon” van Erik Pertz (productie) en Jo Joos (regie) is een collage van gesprekjes tussen de klanten van een wassalon in een Brusselse migrantenbuurt. Het programma werd vorig jaar uitgezonden in de reeks “Document”. Ook een aflevering van het documentaire BRTN-programma “NV De Wereld” viel in de prijzen. De Tsjernobyl-reportage “Alles in orde” van Leo De Cock kreeg een derde prijs plus een eervolle vermelding in de categorie non-fictie op de Prix Futura in Berlijn.
Op 18 augustus 1995 schrijft Mark Coenegracht in Het Laatste Nieuws een open brief aan Eric Van Rompuy, minister van Media, naar aanleiding van de TV-serie “Ons Geluk” (“zowat het beste TV-drama dat ooit in Vlaanderen is geproduceerd”), om te beletten “dat u VTM beperkingen moet opleggen wat reclame betreft, wat kinderuitzendingen aangaat, terwijl er ook wordt gesteld dat VTM best geen teleshopping doet”, want dan, aldus het Orakel van Vilvoorde, “zullen dure eigen gemaakte reeksen (zoals “Ons Geluk”, RDS) sneuvelen“.
Op dat moment had de BRT een historisch dieptepunt bereikt met een marktaandeel van 20 à 25 procent. Het tegenoffensief wordt ingezet met een tabula rasa: de hele top en een groot deel van het middenkader werd ontslagen of vervroegd met pensioen gestuurd met Cas Goossens op kop, die werd vervangen door Bert De Graeve. Op 18 oktober 1996 begint TV1 met de soap “Thuis“. Op 13 mei 1996 schrijf ik een brief naar Humo over Arte.
Op 16 april 1997 wordt TV2 opgesplitst in Ketnet en Canvas. In augustus ’97 volgt Jan Stevens Guido Cassiman op als hoofd van Radio 2 Omroep Vlaams-Brabant. Stevens werd in ’72 regisseur-omroeper bij de BRTN-radio, in ’85 hoofdregisseur van Radio 2 en sinds het begin van 1997 coördinator van de regionale omroepen van Radio 2. De directie van de BRTN-televisie en van Radio Nederland Wereldomroep hebben in 1997 besloten de verspreiding van programma’s van de Nederlandse en Vlaamse publieke omroepen via de Astra-satelliet voort te zetten, voortaan onder de naam “Wereldomroep-TV”. De BRTN levert behalve het Journaal Laat, Tik Tak en Vlaanderen Vakantieland ook documentaires. Over documentaires gesproken, die van Engelse origine zijn vaak zeer knap gemaakt, maar Jan Van den Bulck (KUL) merkt op: “In onze natuurdocumentaires zijn beesten altijd lief. Die suikerzoete manier van hoe mensen met dieren omgaan, hebben we van de Amerikanen geleerd. Spaanse natuurdocumentaires bijvoorbeeld tonen veel meer de ruwe dierenwereld.” Hij zegt dit in DS Magazine van 7/11/97 n.a.v. een artikel van Inge Ghijs, die de televisieweek van 8 tot 14 september 1997 ontleedde en tot de conclusie kwam dat op de Vlaamse zenders niet minder dan 48,5 % van de zendtijd werd besteed aan Amerikaanse producties. Dit cijfer zou zowaar nog hoger liggen, mocht zij zich beperkt hebben tot Kanaal 2 en VT4, want de twee BRTN-netten en zélfs VTM trekken dit percentage toch een beetje naar omlaag. Toch ligt het nog ontzettend hoger dan b.v. de Waalse zenders (27 %) of de Nederlandse (24 %). Volgens Jan Van den Bulck heeft dit op de eerste plaats met taal te maken: “In veel landen wordt alles gedubd. Wij hebben een cultuur van ondertitels, en iedereen kent genoeg Engels om te kunnen volgen wie wat zegt. Maar bij een Italiaanse of Tsjechische film is dat al een stuk moeilijker.”
Op 1 januari 1998 wordt de benaming BRTN gewijzigd in VRT (Vlaamse Radio en Televisie).
Datzelfde jaar verschijnt “Van forum tot supermarkt? Consumenten en burgers in de informatiesamenleving”, (uitgeverij Acco).
Ondanks het feit dat Umberto Eco er b.v. niet voor terugschrikt te beweren dat de snelle beeldwisselingen à la MTV te vergelijken zijn met de romanconstructie van James Joyce, vindt Neil Postman dat televisie kijken geen specifieke vaardigheden vereist en dus ook geen specifieke vaardigheden aankweekt. “Daarom vallen er ook geen vorderingen in te boeken en bent u op dit moment geen betere of slechtere televisiekijker dan vijftien jaar geleden,” zo merkt hij nuchter op. En voormalig administrateur-generaal van de BRTN, Cas Goossens, waarschuwt in De Standaard van 4/2/1999: “Niet zozeer de uitzendingen die openlijk proberen ons van iets te overtuigen, zijn gevaarlijk, wel die programma’s die, zonder dat wij er erg in hebben, een soort modedenken in de hand werken, een mentaliteit verspreiden die normgevend wordt, en die ons onkritisch attitudes laat aannemen omdat het blijkbaar zo hoort.”
Rond die tijd ga ik op bezoek bij Teleradio.
Vanaf 9 december 2001 is er op TV1 “Stille waters“.
Vanaf 11 januari 2004 is er op TV1 “Witse“.
De Nederlandse Omroep Max is een omroep voor 50-plussers, de hardst groeiende leeftijdsgroep in de maatschappij. De omroep werd opgericht door Jan Slagter en wist op drie jaar tijd voldoende leden te werven om op 3 september 2005 daadwerkelijk van start te gaan.
20 maart 2008 Vlaanderen heeft sinds 2008 ook een Radio Nostalgie. Het grote verschil met het Franse voorbeeld is dat men hier (helaas) pas teruggaat tot de muziek van de jaren zeventig.
Datzelfde jaar verdween Radio Donna en die werd vervangen door Radio MNM.
Ik kwam op Dagelijks iets degelijks via Brecht en Pabst.
Inderdaad een zeer degelijke informatiebron, en ook erg mooi & rustig qua beeld.
Hier keer ik nog terug,
Paul