Je zou ervan in slaap vallen
“Met de maan als schuitje” is een bundeling van negentien verhaaltjes voor het slapen gaan van Mariette Vanhalewijn. En jawel hoor, je zou ervan in slaap vallen. Dit is werkelijk zoetekoek van ‘t kan niet meer, met natuurlijk een massa verkleinwoordjes. Nu ben ik de eerste om toe te geven dat men onze kleine ukken moeilijk met Gremlins of Ghostbusters te slapen kan leggen, maar spannende indianen- of dierenverhalen kunnen toch geen kwaad, dacht ik zo. Bovendien, misschien om het goedkoop te houden of omdat het toch vooral een voorleesboek is of om er overdag in te kunnen kleuren of wegens weet ik veel welke reden, maar geen enkel kleurtje in een boek met nochtans vele illustraties (Trui Bauters) is toch wel erg saai (Lannoo, 96 bladzijden, groot formaat).
Roddy las en “besprak” van haar “Wie liep daar?” over twee kinderen die in de sneeuw spelen en hun eigen voetsporen voor die van ijsberen houden.
Voor dezelfde leeftijd en van dezelfde oppervlakkigheid is bij de uitgeverij Casterman onder andere de nogal sullige Tierlantijntjes-reeks van Anne-Marie Chapouton en Gerda Muller of “Joost kan toveren” van Michel Baverel en Luis Camps.
Het allerbeste voor deze leeftijdscategorie zijn echter twee reeksen bij Casterman die beide de didactische toer opgaan. Is de reeks “Spelenderwijs” van Ella Dyst misschien nog een tikkeltje te schools, dan gaat de “Scheerlok Halms”-reeks van Pierre Coran en tekenaar Mérel resoluut de ecologische toer op, waarbij zelfs harde acties niet worden geschuwd (“Minet in nood” en “De jager die teveel rookte”)!
Voor de àllerkleinsten zijn er nieuwe gekartonneerde boekjes van Kim en Pim (“De eerste stapjes van Kim”, “De eerste stapjes van Pim”, “Kim en Pim gaan buiten spelen” en “Kim loopt buiten”), telkens met amper zes tekeningetjes en een minimum aan tekst.
Eveneens didactisch, maar dan voor kleuters van vijf en zes jaar, is “Kribbel krabbel” van Mie Guffens en Willo Gonnissen (uitgeverij Lannoo). We zouden bijna schrijven: de naam zegt het al, want dit hoogst eenvoudige verhaaltje gaat over twee potloden die een papier volkrabbelen. Op het eeste gezicht zijn de gedrukte krabbels trouwens nauwelijks te onderscheiden van écht kleutergekribbel. Vandaar ons scepticisme, zeker als men rekening houdt met de prijs. Het is allemaal goed en wel als in een pedagogisch bijlaagje achteraf wordt gesteld dat dit boekje de kleuters wil aanzetten zelf creatief te zijn (lees: te kribbelen en te krabbelen), maar ons inziens kan dat ook op een veel goedkopere manier, namelijk met twee échte potloden en een vel papier.
De aller-allerkleinsten worden ook niet vergeten bij Casterman: voor hen is er de reeks “Samen ontdekken” waarbij aan de hand van zes gekratonneerde bladen een visueel beeld wordt opgeroepen van onder andere winkels, het platteland, de stad en de verschillende kamers in een woning. 175 frank voor zo één “boekje” is natuurlijk niet niks, maar hopelijk kunnen ze tegen een stootje (binnen een paar maanden zullen we u hiervan op de hoogte brengen). Rolpatronen (een oud zeer) worden in de tekeningen zeker niet doorbroken, maar ze worden ook niet extra in de verf gezet.
Ronny De Schepper & Jan Mestdagh