Skip to content

Hoofse literatuur: de Mittelhochdeutsche Zeit (1100-1500)

2 september 2011

Via de Normandiërs was de vrouw-vriendelijke Arabische cultuur tot ons gekomen (jaja, de tijden kunnen veranderen). Niet alleen veroveren de voorzaten van Jacques Anquetil immers Engeland (1066, slag bij Hastings), ze richten hun schreden ook naar Spanje dat ze heroveren op de Moren (de zogenaamde Spaanse reconquista). Deze hadden hun Arabische schonen achtergelaten en menig Zuidfranse edelman ging toen over tot “culturele uitwisseling”. “De amore libri III” van Andreas Capellanus, dat kan worden gezien als de bijbel der troubadours, verkondigde ideeën die de Arabische dichter Ibn Hazam al in 1022 in zijn “Twaq al-Hamanana” of “De halsring van de duif” (*) had beschreven. (Matthews, p.77)

De oude vertelling “Floris ende Blancefloer” is samen met de sultan uit Mozarts “Die Entführung aus dem Serail” een van de weinige aanduidingen in de Westerse literatuur van hoe het hoofse karakter eigenlijk uit Arabië is aangewaaid. Deze schonen zongen immers over de hoofse liefde, die onder invloed van het neoplatonisme reeds van in de 9de eeuw in Bagdad “in” was, en speelden luit, vedel en hakkebord (een voorloper van het klavecimbel). Nu wordt dit genre nog beoefend door de Marokkaanse groep Ikhlasse, maar typisch is dat dit nu binnen de Islam niet meer ten volle getolereerd wordt. Daaruit groeiden dan o.m. de “chansons de toile”, gezongen door vrouwen bij het spinnewiel. Een scharnierfiguur was de Franse Christine de Pisan (1364-1430), de schrijfster van “La cité des dames” (1405), een ballade, waarin alle belangrijke, heldhaftige en deugdzame vrouwen die de geschiedenis tot dan tot had voortgebracht de revue passeren. Maar ze is vooral belangrijk omdat ze een polemiek aanging met Jean de Meung, die een aanvulling had geschreven op “Le Roman de la Rose”, waarin hij o.a. het standpunt verkondigde dat vrouwen enkel geschapen waren om de mannelijke driften te verdedigen. Johan Huizinga merkt in zijn “Herfsttij der Middeleeuwen” op dat deze polemiek eigenlijk de scharnier vormt van de overgang van de voorhoofse naar de hoofse literatuur. Voorbeelden van hoofse literatuur in de Nederlandse literatuur zijn o.a. “Walewein”, “Ferguut” en “Floris ende Blancefloer”.

Referentie
John Matthews, De Heilige Graal, de belichaming van een droom, Amsterdam, De Driehoek, 1992

(*) Over de duif als symbool voor het Vrouwelijke, zie o.a. hier.

About these ads
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.535 andere volgers

%d bloggers like this: