Spring naar inhoud

Honoré de Balzac (1799-1850), de uitvinder van het product placement

25 januari 2010

Honoré de Balzac werd geboren op 20 mei 1799 in Tours. Hij studeerde rechten aan de Sorbonne en was als secretaris werkzaam op een advocatenkantoor. In 1819 brak hij zijn studie af om schrijver te kunnen worden. Sinds die tijd publiceerde hij uit geldgebrek onder pseudoniem talrijke colportageromans. Door onverantwoorde speculaties, als uitgever en directeur van een drukkerij, werden zijn schulden nog groter. Balzacs succes als schrijver begon met zijn roman ‘Le dernier Chouan ou la Brétagne en 1800′ (1825). Vanaf dit moment ontstonden er, in een periode waarin hij zich nauwelijks rust gunde, talrijke romans, waarvan hij de meeste onderbracht in de cyclus “La comédie humaine” (begonnen in 1832). Het werk, bedoeld als tegenhanger van Dantes ‘Divina Commedia’, zou oorspronkelijk 130 (zegt de ene, 150 zegt de andere) romans moeten omvatten, met als onderafdelingen “scènes de la vie privée”, “scènes de la vie provinciale”, “scènes de la vie militaire”, “études philosophiques”, “études dramatiques” en de belangrijkste: “études de moeurs”. Soms zijn er nog verdere onderverdelingen. Zo maakt “Le Cousin Pons” (1846) deel uit van “Les parents pauvres”, dat zelf een onderdeel is van “Scènes de la vie parisienne”. Het plan van Balzac was om dezelfde personages in verschillende romans te laten optreden. Compositie is echter niet Balzacs grootste kwaliteit en uiteindelijk zal hij “slechts” 95 afleveringen voltooien. Andere mogelijke kritische bemerkingen zijn volgens wijlen prof.Bolckmans zijn melodramatiek, zijn praatzieke uitweidingen en zijn vermoeiende overdadigheid.
Toch geeft Balzac in deze totale presentatie van de menselijke maatschappij zowel een lengtedoorsnede van de geschiedenis vanaf de restauratie als een dwarsdoorsnede van de verschillende sociale lagen. Balzac is op die manier de grondlegger van het kritische realisme en zijn “Comédie humaine” was dan ook een voorbeeld voor Émile Zola en diens cyclus “Les Rougon-Macquart”.

“La comédie humaine” moest een kritisch-historische doorsnede van de maatschappij worden tussen 1789 (Franse revolutie) en 1848 (door de februarirevolutie wordt Frankrijk opnieuw een republiek, zij het slechts voor drie jaar, wanneer Napoleon III op de proppen komt), waarin naar de leidende drijfveren van het handelen der mensen werd gezocht. Volgens Balzac waren die drijfveren: de zucht naar goud en macht, zoals in ‘Eugénie Grandet’ (1833) of ‘Le père Goriot’ (1935), afgunst en wraak (“Le Cousin Pons) en de vernietigende krachten der erotische of intellectuele passie: “La recherche de l’Absolu” (1834), ‘Illusions perdues’ (1837/39) en ‘Splendeurs et misères des courtisanes’ (1839/47).
Het verhaal van “Eugènie Grandet” speelt zich af in het eerste kwart van de negentiende eeuw en loopt over een periode van tien jaar. De schrijver “bekijkt” of “becommentarieert” het verhaal als een buitenstaander (alzijdig perspectief), maar hij is zeker niet “objectief”: terecht keurt hij Grandet en consoorten af, maar niet altijd terecht schildert hij de daden van Eugénie sympathiek af (zij is voor hem de belichaming van het vrouwelijke ideaal).
Van de karakters van Balzac wordt gezegd dat vele van hen “monomaan” zijn. Dat klopt inderdaad in het geval van Grandet, voor wie alles draait om geld. Maar ook van Eugénie zou men kunnen zeggen dat ze monomaan is in haar liefde tot Charles. Mevrouw Grandet en Nanno zijn daarentegen geen echte monomanen omdat zij zelfs het begrip “passie” nog niet eens schijnen te kennen. Wél zijn zij eenzijdig gericht, namelijk in hun absolute gehoorzaamheid aan Grandet. Alle andere karakters zijn niet zo diepgaand getekend, maar zij zijn monomaan in zover zij (en dan bedoel ik: Charles, de Grassinisten en de Cruchotijnen) allemaal op het geld van de vrek geslepen zijn. Men kan dan ook samenvatten dat, zoals bij de meeste grote auteurs die een bepaald soort mensen willen beschrijven, de personages geïndividualiseerde types zijn.
Er is omzeggens geen wisseling van plaats, wat ook niet nodig is. Integendeel, het verhaal speelt zich af in het plaatsje Saumur (dat niet op de kaart te vinden is en dus misschien niet bestaat, maar dat heeft geen belang, het is immers een zeer realistische weergave van een Provençaals dorpje) en is er ten zeerste mee verbonden. De natuurlijke omgeving vormt enerzijds een inspiratiebron voor melancholische gevoelens en anderzijds worden die gevoelens er door de personages (vooral Eugénie) in geprojecteerd.
De inwoners treden ongeveer op als het koor in de Griekse tragedies, door de commentaar van het gewone volk op het gebeuren weer te geven. Deze reacties zijn zeer waarheidsgetrouw geschetst, denk maar aan het feit dat het volk zich hevig opwindt over een bepaalde zaak, maar het even later al vergeten is, omdat er een ander nieuwtje de ronde doet.
De auteur besteedt vooral aandacht aan de innerlijke zaken, wat niet wegneemt dat hij ook een gedetailleerde beschrijving geeft van uiterlijkheden, indien dit functioneel is (b.v. de kledij van Charles). Het kan ook “functioneel” zijn, louter voor Balzac zelf. Zo kan men hem de uitvinder van “product placement” noemen, aangezien hij een van zijn personages, aan wie hij een verfijnde smaak toeschrijft, gekleed laat gaan in een jas van Buisson. Niet toevallig een meester-kleermaker bij wie Balzac zelf nog een gepeperde rekening had openstaan.
Vooral tracht hij het uiterlijke op het innerlijke te betrekken, namelijk als een weerspiegeling ervan, cfr.de gedragingen van het gezwel van Grandet, zijn stotteren…
De dialogen variëren volgens de omstandigheden: ze zijn langdradig en ingewikkeld in een zakelijke context, bloemrijk bij lyrische ontboezemingen en levendig, heftig en aangrijpend bij de ruzies van Grandet, die werkelijk tot het summum van de karaktertekening behoren en – in een nochtans (schijnbaar) kunstmatige wereld – als het ware uit het leven gegrepen zijn.
Aangezien Honoré de Balzac ook symbolische romans heeft geschreven (b.v. “La peau de chagrin”) is het nuttig even na te gaan of er b.v. in “Eugénie Grandet” ook geen symbolische ondergrond te vinden is. Ik meen van wel, namelijk het feit dat Eugénie op het einde nog net zo eenzaam is als in het begin, kan erop wijzen dat alle daden van de mens in feite ijdel zijn en dat, wat hij ook doet, hij een speelbal blijft van het lot dat zijn toestand bepaalt. Uit al zijn boeken blijkt trouwens Balzacs pessimistische levensvisie: zijn psychologisch doorzicht stelt hem in staat het onafwendbaar tragische in een mensenlot duidelijk te maken (Bolckmans).
Het geciteerde “La peau de chagrin” gaat over een geleerde (oriëntalist), Rafaël de Valentin, die in zijn leven zoveel mislukkingen heeft gekend dat hij op het punt staat zich in de Seine te gaan verdrinken. Op weg naar de Seine komt hij langs een antiquariaat waar hij een vel segrijnleer ziet liggen met een opschrift in het sanskriet. Dat intrigeert hem en hij ontcijfert de tekst. Deze blijkt de mededeling te bevatten dat voor de bezitter van dat suk segrijnleer alle wensen in vervulling zullen gaan, maar dat het stuk leer telkens kleiner wordt. De antiquair schenkt hem de talisman en de bezitter wordt inderdaad rijk. Maar niet gelukkig. Hij sterft aan tuberculose.
Balzac zelf is gestorven op 18 augustus 1850 in Parijs.

Ronny De Schepper
met dank aan de Kunstbus voor de biografische gegevens (Wikipedia was weer veel te gedetailleerd, na Stendhal laat ik mij daar niet meer aan vangen)

Referentie
Marcel van Nieuwenborgh, Balzacs facturen en vriendinnen, Standaard der Letteren, 27 februari 1997.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 46 other followers