“Het afspraakje” van Ivan Toergenjev
Op 21 maart 1969 kregen we als huiswerk van Anton van Wilderode een beoordeling van het kortverhaal “Het afspraakje”, geschreven door de Russische auteur Ivan Toergenjev (1818-1883). AvW had dit in de klas voorgelezen en thuis moesten we dus onze bevindingen neerpennen. Ik schreef hiervoor het nogal eigenaardige onderstaande stukje, dat AvW wel kon appreciëren. Hij schreef er althans bij: “Persoonlijk. Goed.” Maar ik kreeg wel slechts 7 op 10 omdat ik “uitweidingen” met lange ij had geschreven! Streng maar rechtvaardig! (Alleen probeerde ik later ook “streng maar rechtvaardig” te zijn, maar dat ging toen al lang niet meer op. Als ik voor elke zware fout een punt zou hebben afgetrokken, dan haalde haast niemand nog de eindstreep. En ik vermoed dat het ondertussen nóg slechter is geworden, als ik vaststel dat zelfs mensen die er hun beroep van hebben gemaakt, met name schriftvormers tijdens de nieuwsberichten bijvoorbeeld, er nooit, maar dan ook nóóit in slagen eens een uitzending zonder fout vol te maken.)
Soms verdriet het mij zeer te zien hoe moeilijk bepaalde auteurs het de lezer maken opdat deze hun werk zou kunnen smaken. Zo is dit ook nu het geval met Toergenjev aan de ene en ik aan de andere kant en “Het afspraakje” tussen ons beiden in.
Toergenjev is door belezen heren algemeen aanvaard als een groot schrijver en ik kan er niet toe komen hem te appreciëren. Dat maakt mij ongelukkig. Je weet immers nooit of je smaak niet verkeerd georiënteerd is.
Is het dan louter uit affectieve redenen dat ik zijn werk niet “lust”? Heb ik iets tegen die man? Hoegenaamd niet; integendeel zou ik zeggen: hij is een Rus, dat begunstigt mijn oordeel reeds vooraf. (“Waarom?” schrijft AvW terecht in de marge, want deze opwelling kwam uiteraard voort uit mijn communistische sympathieën, die ik toen nog vereenzelvigde met Rusland. Maar Toergenjev was reeds gestorven in 1883, dus wat had dàt er nu in godsnaam mee te maken???)
Het is dus wel duidelijk dat ik tot dit besluit kwam na lang (nou ja…) het vóór en het tegen te hebben afgewogen.
Feit is dat ik iets heb tegen lange uitweidingen, die niet direct iets met het verhaal te maken hebben. Dit mogen zowel de pseudo-filosofische bedenkingen van Françoise Sagan zijn (die trouwens niet veel om het lijf hebben), als de super-idyllische natuurbeschrijving van Toergenjev.
Let op! Ik heb niets tegen natuurbeschrijvingen, maar tot op zekere hoogte ben ik lid van de “nuttigheidbende” – dixit een of andere provo (“Conrad Busken Huet??!!” schrijft AvW) – en eis dan ook dat deze functioneel zouden zijn.
Het dient trouwens gezegd dat ik deze in “Het afspraakje” van de andere kant wel geslaagd vond, indien men het “verhaaltje” beschouwt als iets voorbijgaands in het indrukwekkende natuurkader. Dit is een mogelijkheid tot interpretatie, maar die zou dan inhouden dat de “intrige” (namelijk de ontmoeting tussen Akoelina en Viktor Alexandrovitsj) geen enkele waarde op zichzelf zou hebben, wat dan weer een ander negatief punt zou zijn.
Over deze passage gesproken, op bepaalde plaatsen verdenk ik de auteur ervan er een soort karikatuur of kursiefje van te willen maken. Dit vind ik op zichzelf al misplaatst, maar indien dit zo zou zijn, maakt het de ellenlange natuurbeschrijving zeker overbodig.
Nee, Toergenjev, het zal voor een volgende keer zijn… Oh, wat voel ik mij ongelukkig!