Spring naar inhoud

Geen autopsie van Frederiek Nolf

9 februari 2009

Met de dood van de jonge Frederiek Nolf, die op 5 februari 2009 levenloos werd aangetroffen in zijn bed in de Ronde van Qatar, wordt de discussie over de zogenaamde “hartdoden” in de wielersport opnieuw aangezwengeld. In onderstaand artikel wordt er vaak ook een link gelegd met het gebruik van doping, maar ik wil vooraf echter duidelijk stellen (ik heb hiermee namelijk al problemen gehad) dat ik daarmee niet wil suggereren dat ALLE overlijdens door hartstilstand met doping te maken hebben. Ook niet in het geval van Frederiek Nolf, zoals de ploegarts (die hem en alle renners van Topsport Vlaanderen op de voet volgt) verzekert. Daarom is het des te betreurenswaardiger dat zijn ouders volgens De Standaard van vandaag geen autopsie toestaan. De wetenschap staat hier voor een raadsel en een autopsie had misschien meer inzicht kunnen verschaffen over wat er juist is gebeurd. Op die manier hadden misschien andere renners (of mensen tout court) kunnen worden geholpen en zouden er in de toekomst een aantal sterfgevallen kunnen worden vermeden. Jammer maar helaas.

In Duitsland stierven tussen 1981 en 1994 meer dan 2.000 mensen een plotse dood bij het beoefenen van hun sport. 628 daarvan waren voetballers, 151 tennissers en 124 wielrenners. Ook in België vallen er jaarlijks tussen 4 en 20 sportdoden te betreuren per miljoen inwoners per jaar. In ons land is voetbal evenwel een minder grote risicosport. “In België stellen we een hoger sterftecijfer vast in het wielrennen,” zegt Michel Rousseaux in “De Morgen” van 30 augustus 1996.
Zelfs voor onze maatschappij die eerder in kwantitatieve dan in kwalitatieve termen denkt, vielen er dus “genoeg” doden om zich vragen te beginnen stellen. Toenmalig Gemeenschapsminister van Volksgezondheid Hugo Weckx heeft in die periode het parket gevraagd een onderzoek in te stellen en zowel de Belgische Wielrijdersbond (B.W.B.) als de rennersvakbond Sporta reageerden met een communiqué. Maar, zoals Jan Wauters heel terecht op de radio stelde, “met een paar communiqué’s komen jullie er niet vanaf…”
In zo’n geval wordt er natuurlijk onmiddellijk aan doping gedacht. De controles zijn daar immers minder scherp dan in de beroepswielersport en anderzijds zou men ook te maken kunnen hebben met nawerkingen van langdurig dopinggebruik tijdens de voorbije wielercarrière.
In 1992 stopten ook twee ex-wereldkampioenen voortijdig met de wielersport omwille van hartklachten: de Pool Joachim Halupczok en “onze” Rudy Dhaenens. Volgens deze laatste heeft Greg Lemond EPO in het peloton gebracht. EPO is namelijk een geneesmiddel voor nierpatiënten en Lemonds nier was geraakt bij de hagel die zijn schoonbroer per ongeluk op hem had afgevuurd (*). Opmerkelijk: zowel Dhaenens, Lemond, Draaijer als Oosterbosch (deze laatste als amateur) hebben nog deel uitgemaakt van de ploeg van Jan Gisbers, de ploeg die in de Tour ’91 compleet uitviel na de zogenaamde Intralipid-affaire (een product dat met baxters werd toegediend, maar door een gebrekkige hygiëne werd iedereen ziek). Intralipid is een product om het bloed te verdunnen, typisch dus iets dat wordt toegediend om de bijwerking van EPO (het bloed wordt bijna zo dik als stroop) tegen te gaan. Natuurlijk zorgt dat soms voor weer andere kwaaltjes zoals diarree. Ge moet altijd oppassen wat ge zegt, maar we kennen toch genoeg gevallen van “voedselvergiftiging” in ploegen zoals Wiel’s-Groene Leeuw in de jaren zestig of O.N.C.E. in de Ronde van Spanje 1996.
Ook Miel Kerstens en Hans Daams van P.D.M. werden voor verdere beoefening van hun vak afgekeurd op basis van gezondheidsproblemen, terwijl Gert Jacobs toegaf dat hij werd “geprepareerd” met testosteron, het bekende hormoon, waarmee Gertjan Theunisse zogezegd van nature zozeer zou “begiftigd” zijn. Zijn vriendje Steven Rooks heeft nochtans toegegeven dat ze beiden, toen ze voor de ploeg Gisbers reden, testosteron kregen toegediend. UCI-voorzitter Hein Verbruggen noemde Gisbers off the record dan ook “de grootste gifmenger van het peloton”.
Voor Joachim Halupczok mocht het niet meer baten: hij overleed op 5 februari 1994 aan een hartaanval tijdens de opwarming voor een partijtje zaalvoetbal. Ook voor Rudy Dhaenens is het dramatisch afgelopen, maar dat had dan weer een andere oorzaak, zoals iedereen weet.
Halupczok reed in 1991 voor Del Tongo. Volgens ploegdokter Van Mol moet dat zijn: hij had dat jaar een contract bij Del Tongo. Want toen al werden hartstoornissen vastgesteld en dat jaar zou hij geen enkele wedstrijd hebben gereden. Het jaar daarop (bij MG-GB) begon na de Vuelta de miserie opnieuw en stapte hij uit de wielersport. Van Mol zelf doet het verhaal dan ook af als roddel van Dr.Alessandri (ook genoemd door Alessandro Donati van het CONI, het Italiaans Olympisch Comité, als EPO-dokter), die heel even zijn assistent is geweest, namelijk het jaar dat Franco Chioccioli bij GB-MG heeft gereden. Volgens Van Mol was het ook Alessandrini die Chioccioli begeleidde bij zijn “miraculeuze” zege in de Giro ’91, toen hij bij Del Tongo reed. Anderzijds dient gezegd dat Van Mol in juni 2007 door dopingzondaar Pierre Herinne (ex-Lotto) werd aangewezen als diegene die hem met het spul in contact bracht. Het merkwaardige aan deze beschuldiging is enerzijds dat ze zeer precies is (Herinne kan naam en prijs van de producten noemen en de “gunstige” werking ervan wordt bevestigd door specialisten, die er tevens op wijzen dat in die tijd – Van Mol werkte toen bij GB-MG – het zeer “vooruitstrevend” was om die middelen te gebruiken) en anderzijds dat er juridisch niks mee aan te vangen valt (de feiten zijn verjaard). Men kan zich dus afvragen waarom Herinne dan alsnog met die beschuldigingen voor de dag zou komen.
Een paar maanden later, komt Herinne in Humo van 11/9/2007 echter met een andere versie voor de pinnen: “In mijn laatste jaar (als prof bedoelt hij, dus dat is in 1996, RDS) heeft een verzorger van Brescialat me dan in contact gebracht met een Italiaanse dokter. Hij zou me met epogebruik begeleiden, in ruil voor tweehonderdvijftigduizend frank – alleen voor het einde van het seizoen. Maar ik heb het niet gedaan. Indertijd had je al die plotse hartdoden in het peloton: zestien, als ik me niet vergis. Patrice Bar, Gert Reynaert, Bert Oosterbosch – heel wat renners zijn in hun slaap gestorven. Ik beweer niet dat het allemaal aan epo te wijten was – ik ben geen dokter – maar toen vermoedden heel wat insiders dat het met het onoordeelkundig gebruik van epo te maken had. J’avais trop peur: ik ben er afgebleven.”
Misschien heeft Herinne het hier over Dr.Conconi, die wel vaker wordt genoemd als “EPO-dokter”. Hij zou het spul hebben leren kennen in het langlaufen (hij werkte toen voor de skifederatie), waar Scandinaven het hadden geïntroduceerd. Daarna zou hij het via de prestaties van Francesco Moser (vooral diens uurrecords) hebben gepromoot. Het toppunt is dat precies Conconi door het I.O.C. werd aangeduid om in 1997 de strijd tegen EPO aan te pakken via de door Gianni Bugno geëiste bloedcontroles. (Later zou hij zelf tegen de dopinglamp aanlopen met een te hoge dosis cafeïne, volgens Bugno gewoon het gevolg van te veel sterke koffie te drinken.)
Erytropoëtine (merknaam Eprex), zoals EPO voluit heet, is een geneesmiddel dat krachtversterkend werkt, maar ook een hartstilstand kan veroorzaken omdat het bloed “verdikt”. Door die bloedcontroles zou men dus kunnen nagaan of dit het geval was.
Dr.Rogge in “De Morgen” van 28/1/1997: “Laten we wel wezen: bloedcontroles zijn niet het middel om EPO te bestrijden. De hematokrietgrens ligt hoog (50, RDS), bovendien haal je zo’n hoge grens niet met EPO alleen (de Colombianen zitten er bijna allemaal boven wegens hun verblijf op grote hoogte en ook onze eigen Glenn D’Hollander zit er van nature boven, RDS). Hooguit worden nu de excessen weggesneden.”
“Erytropoëtine heeft hetzelfde effect als bloeddoping,” aldus cardioloog Kenny De Meirleir van de V.U.B., die hiermee refereert aan nog niet verboden, want niet op te sporen methodes die o.a. de Finse fondloper Lasse Viren en de Amerikaanse wielrenners in Los Angeles aan klinkende successen hebben geholpen. In 2006 dook de methode opnieuw op in de zaak rond de Spaanse dokter Fuentes. Deze methode is in de praktijk onopspoorbaar, maar is niet zonder gevaar. In ons land overleed bijvoorbeeld een voetballer door een onvoorzichtigheid bij het “vernieuwen” van zijn bloed.
Ondertussen was Conconi echter al de loef afgestoken door zijn vroegere medewerker Dr.Ferrari, die van de universiteit van Ferrara een draaischijf heeft gemaakt. Tony Rominger en Moreno Argentin zouden hem zelfs contractueel een deel van hun inkomen moeten afstaan. Hij werd in die tijd “de duurst betaalde renner na Miguel Indurain” genoemd (wat uiteraard insinueert dat de dokter van Indurain ook in de slag zit: toen hij door Banesto werd ontslagen, nam Miguel hem zelfs persoonlijk in dienst).
Dr.Van Mol insinueert in Humo (31/12/96) ook dat het vertrek van Rominger en Olano uit de Mapei-GB-ploeg te maken heeft met het feit dat ze tegen de afspraken in toch Dr.Ferrari bleven consulteren. Op die manier werd Mapei-GB meer dan ooit een ploeg voor ééndagswedstrijden, want “hét probleem zijn de grote rondes: EPO laat ook de recuperatie vlotter verlopen. In grote rondes komt een Museeuw er niet meer aan te pas. Dat was vroeger wel het geval. Er wordt inderdaad harder bergop gereden. Dat hoef je niet te loochenen. Dat is het gevolg van de betere voorbereiding en de medicamenteuze begeleiding.”
In Parijs-Nice ’97 werden dan de eerste “overtreders” gesnapt: Erwan Menthéour, Luca Colombo en Mauro Santaromita. “Klein grut”, jawel, maar ook Laurent Jalabert en Johan Museeuw werden gecontroleerd en goed bevonden voor de dienst. ‘s Anderendaags was de hematokrietgrens van Menthéour gedaald tot 46. Met zo’n verschillen dacht men niet te worden geconfronteerd. Meteen werd het onderzoek weer opgeschort en alle straffen teniet gedaan. Nochtans had Menthéour juist het hoogste gehalte (56), terwijl de anderen “slechts” 51 hadden (**). Anderzijds wil dit ook weer niets zeggen. Menthéour kan immers een bloedverdunnend middel hebben genomen. Volgens prof.Nijs volstaat zelfs een eenvoudig aspirientje daarvoor: “Het zijn echt dus alleen nog de onnozelaars die zich bij de meting van hun bloeddikte laten vangen.” (HLN, 26/3/97)
Als men bij jonge renners aan het gebruik van verboden producten denkt, dan gebeurt dat vooral in relatie tot dat oppervlakkig geneeskundig onderzoek. Men moet immers niet alleen de vraag stellen: kan het hart zo’n zware belasting aan? Eén van de voornaamste effecten van doping is precies dat de alarmfunctie wanneer men een bepaalde drempel overschrijdt, wordt uitgeschakeld. Een merkwaardig voorbeeld hiervan wordt b.v. gegeven door de Nederlandse operazangeres Charlotte Margiono, die voor de opname van “Cosi fan tutte” eigenlijk ziek was, maar die opname moest toch doorgaan: “Ik kon niks. Het was dan ook de eerste keer dat ik cortisone heb genomen. De volgende ochtend kon ik een hoge C zingen. Dat is gewoon niet normaal. Angstaanjagend. En nadien ben je kapot. Ik heb zelfs een tournee moeten afzeggen. Je gebruikt zoveel verkeerde energie. Je hebt dan een opname achter de rug en dan kom je ‘s avonds thuis en dan ga je nog eventjes de vloer dweilen of zo. Je hypert gewoon maar door met die rotzooi.”
Deze nevenverschijnselen zijn vooral bekend uit de “amfetamine”-periode in het wielrennen. Hier gebeurde de opsporing door middel van urinetesten en er werd natuurlijk gefraudeerd tegen de sterren op, denk aan de peer van Pollentier, het condoom van Danny De Bie of de Nederlander Piet Rentmeester, die na dopingcontrole zwanger bleek te zijn… Hij had immers urine van zijn zwangere vrouw ingeleverd.
De eerste bekende doping-dode uit die tijd is de Deen Knud-Enemark Jensen die na het overschrijden van de aankomst op de Olympische Spelen van Rome (1960) overleed. Alhoewel men oorspronkelijk aan een zonneslag dacht, was er geen twijfel over de doodsoorzaak: een overdosis stimulerende middelen. Een ploegmaat ontsnapte trouwens ternauwernood aan de dood. Nochtans zou het nog tot zeven jaar later aanslepen vooraleer de dood van een wielrenner aanleiding zou geven tot een doorgedreven onderzoek naar het gebruik van stimulantia. “Gelukkig” was Tom Simpson veel bekender dan de jonge Deen, anders moesten er misschien nog meer anonieme doden vallen vooraleer men in actie wou treden. In 1966 b.v. was er nog een stakingsactie in de Tour en weigerden de eerste vijf van het W.K. op de Nürburgring (met o.a. Altig en Anquetil) een dopingtest te ondergaan. De U.C.I. durfde niet te bougeren…
De Spelen van Mexico 1968 waren de eerste, waarbij de atleten op het gebruik van doping werden gecontroleerd. De Zweed Hans Gunnar Lijenvall valt de twijfelachtige eer te beurt om als eerste betrapt te zijn geworden.
Vaak wordt in zo’n geval met argwaan in de richting van de begeleiding van de renners gekeken. De mysterieuze “soigneur”, half gangster, half medicijnman, mag dan nog grotendeels uit het peloton zijn verdwenen, naast het opzwepende kabaal van familie en zogenaamde supportersclubs, die steeds het volle pond eisen van de jonge renners, blijven er toch nog steeds figuren rondlopen die met de natte vinger aan rennersbegeleiding doen. Ook hier komt in de eerste plaats weer het gebruik van verboden producten op de proppen, maar ook andere omstandigheden, zoals verkeerde trainingschema’s of slechte voedingsgewoonten zijn minder onschuldig dan men op het eerste gezicht zou denken.
Nogmaals Dr.De Meirleir in “De Morgen”: “Het verschil tussen wielrenners en atleten ligt in de aard van de training en de verzorging. Dertig kilometer rond de kerktoren is onzinnig. Daar kweek je geen goede atleten mee. Ik heb al dikwijls in de adviescommissie aan de minister het advies gegeven om de kilometers van de koersen voor jongeren op te drijven. In hun eigen belang, want wetenschappelijk steunt een afstandsbeperking nergens op. Jonge wielrenners kunnen zich kapot rijden op 30 kilometer. Dat is veel erger dan 100 kilometer rijden in uithouding. In de jeugd moet uithouding worden getraind. Eén keer ze volwassen zijn, kan aan de weerstand gewerkt worden.”
Op dezelfde dag van het overlijden van Halupczok werd bekend dat de 23-jarige Danny Nelissen (nu commentator bij Eurosport, maar tijdens zijn wielerloopbaan ook alweer een lid van P.D.M.) een punt moest zetten achter zijn profcarrière omwille van een hartafwijking. Later werd dit wel herroepen en werd Nelissen zelfs nog wereldkampioen bij de “amateurs”. Dat was dan bovendien op grote hoogte in Colombia, het fameuze wereldkampioenschap waarvoor tal van toprenners bedankten. Hans Vandeweghe insinueert in “De Morgen” van 25/1/1997 dat dit ook te wijten was aan EPO-gebruik: “EPO in combinatie met hoogtetraining kan dodelijk zijn. Daarom wilden bijna geen toppers naar het WK wielrennen in Colombia. Daarom worden de werelduurrecords niet meer op hoogte aangevallen.”
Toen Nelissen in 1997 door een Nederlands blad van dopinggebruik werd beschuldigd omdat hij voorkwam in de dagboeken van Dr.Sanders van P.D.M., stapte hij naar de rechter en werd de beerput nog eens helemaal opengegooid. Zo konden we leren dat manager Manfred Krikke de opdracht had gegeven aan Wim Sanders om met doping te experimenteren: “Toen we met PDM begonnen, spraken we met elkaar af dat we niet de meest ethische ploeg van het peloton zouden worden, wel de beste. Uitgangspunt voor de PDM-directie was geen dopingaffaires en niet geen dopinggebruik. Binnen die grens konden we experimenteren met producten die op en over het randje waren.” (GVA, 29/11/1997) En zo kwam het dat Dr.Sanders na de Tour-affaire niet met de ezelsstamp aan de deur vloog, maar wel met 2,25 miljoen zwijggeld!
De reden waarom deze affaire opnieuw in de belangstelling kwam, had trouwens te maken met het indijken van het voorschrijfgedrag van artsen. Op die manier bleek Dr.Sanders tussen 1990 en 1995 tenminste 178 ampullen Eprex te hebben besteld bij diverse apotheken, terwijl hij geen enkele nierpatiënt had… Buiten Danny Nelissen werden ook Smeets, Akkermans, Van Orsouw en Vaessen als afnemers vernoemd.
De assistent van Dr.Sanders was Dr.Eric Ryckaert uit Merelbeke. Toen de PDM-ploeg werd opgedoekt, ging deze over naar de Festina-ploeg, terwijl uit R.M.O. Richard Virenque met Bruno Roussel en zijn persoonlijke verzorger Willy Voet overkwam. Het dient echter gezegd dat (volgens Eric Van Lancker) Roussel zich juist tegen “de clan Gisbers” (Van Lancker zelf, maar ook Van Poppel en Rooks b.v.) verzette. Anderzijds is het evenzeer zo dat de Ier Paul Kimmage uit de R.M.O.-ploeg stapte om meteen een boekje open te doen over de doping in de wielersport. Zoals gewoonlijk deed men het af als het verhaal van een gefrustreerd renner die het niet kon waarmaken. Gemakshalve stapte men dan maar over het feit dat Kimmage als amateur ongeveer even goed was als Maurizio Fondriest.
In 1998 kwam Dr.Ryckaert in opspraak omdat apotheker Kris Vanderstichele uit Lovendegem, die beschuldigd was van EPO in het zwart te verhandelen, zijn naam had vernoemd. Nadien werd renner Christophe Moreau als eindwinnaar van het Internationaal Wegcriterium betrapt op het gebruik van mesterolone (een anabolicum). De ploeg waste de handen in onschuld en stuurde verzorger Jean Dalibot omwille van een “persoonlijke fout” de laan uit. Maar kort daarna barstte de bom helemaal toen aan de vooravond van de Ronde van Frankrijk Willy Voet aan de grensovergang in Neuville-en-Ferrain werd betrapt met een karrevracht EPO, anabolica én intralipid om het effect van deze laatste te verdoezelen. Werd er gefluisterd dat de Franse politie door Dalibot was getipt, omdat hij op wraak uit was, dan keerde de pers zich toch volop tegen de ploegleiding (Bruno Roussel en Dr.Ryckaert) aangezien die er ook nu weer op uit was een “kleine garnaal” (nu dus Voet) te laten opdraaien voor wat een perfect georganiseerde vorm van doping leek. Rijckaert zelf wijst in Humo van 21/3/2000 naar Christophe Moreau als de mogelijke verklikker.
Plotseling kwamen de prestaties van Richard Virenque, Laurent Dufaux en vooral wereldkampioen Laurent Brochard in een ander daglicht te zijn. Toen Alex Zülle toegaf dat hij ook bij O.N.C.E. reeds EPO had gebruikt en Gilles Bouvard voor zijn Casino-tijd naar “dealer” Rodolfo Massi verwees, was het hek van de dam. Massi, op dat moment leider in het bergklassement, werd als eerste in de geschiedenis van het wielrennen door het gerecht uit koers genomen en mocht de bolletjestrui voor een streepjespak inwisselen. Vooraf was Festina reeds uit de wedstrijd gezet en nadien volgden alle Spaanse ploegen, een paar Italiaanse en ook het Nederlandse TVM, waarvan de Russische ploegdokter eveneens met een voorraad EPO werd betrapt (bedoeld voor een Russisch ziekenhuis, zei hij), uit vrije wil dat voorbeeld.
Toch bleef Rijckaert tot aan zijn dood (niet zoveel later stierf hij inderdaad aan kanker) het gebruik van EPO verdedigen. De meeste hartdoden zijn immers in de jaren tachtig te situeren, terwijl het hoogtepunt van het EPO-gebruik rond 1994 (Gewiss!) ligt. Indien er een verband tussen beide zou zijn, dan zou rond die tijd ook het aantal hartstilstanden moeten toenemen, maar precies het omgekeerde is het geval. Rijckaert is overigens ook diegene die Geert De Vlaeminck had aangeraden te stoppen, maar net als Nico Mattan ging De Vlaeminck naar een andere dokter om toch maar te kunnen blijven verder koersen. Hopelijk loopt het voor Mattan niet zo slecht af.
Net zoals zijn studiegenoot Jacques Rogge vindt Rijckaert topsport eigenlijk ongezond. Volgens Dr.Rogge is het b.v. gewoon onmogelijk om de Ronde van Frankrijk te rijden zonder medische hulpmiddelen (en ook de Ronde van Italië, als we zijn allusie op de Merckx-affaire zo mogen interpreteren), maar met de manier waarop Rijckaert de “gezondheid” van de renners op peil tracht te houden, kan Rogge niet akkoord gaan.
Jacques Rogge (in “De Morgen” van 28/1/1997): “Er zal altijd een kloof bestaan tussen de ontdekkingen in de medische wereld en de oneigenlijke toepassingen ervan. Wij moeten wachten tot een product op de markt is, voor wij middelen kunnen ontwikkelen om die producten op te sporen. Zo is het altijd gegaan. (…) Een treffend voorbeeld vind ik de ‘affaire Delgado’ in de Ronde van Frankrijk. Delgado werd in de Tour ’88, die hij won, betrapt op het gebruik van probeniscide. Probeniscide moest het gebruik door Delgado van anabolica maskeren. Tegelijk was er het plotse ontdekken van het product in de Pan American Games. Toen is de helft van de atleten naar huis gegaan, zogenaamd omdat iedereen ziek was. Dat was onzin natuurlijk. Het verhaal stamde uit een wetenschappelijk onderzoek, verricht door een vrij obscuur Scandinavisch labo, dat publiceerde in een even obscuur wetenschappelijk tijdschrift. ‘Als je probeniscide neemt, kunnen anabolica niet worden opgespoord,’ was de conclusie. Daar hadden misschien maar honderd mensen in de wereld weet van, vakspecialisten. En toch ziet men dat tal van atleten probeniscide nemen. Het kan niet anders, of ze worden van informatie voorzien door artsen en wetenschapslui die het met de medische ethiek niet nauw nemen en doelbewust atleten doperen. Eigenlijk zijn we naïef, dat we sancties blijven voorschrijven. We weten dat er zwakke schakels zijn, en dat die er altijd zullen zijn.”
Het wordt je hoe dan ook koud om het… hart als je al deze namen van dode jonge mensen op één pagina bij elkaar ziet. Al wie verantwoordelijk is voor de sportbeoefening in ons land, weze het van de bond of van de bevoegde overheid, is dan ook aan een dringend gewetensonderzoek toe. Het ligt voor de hand dat men in eerste instantie met een beschuldigende vinger in de richting van de medische commissie van de B.W.B. wijst. Ondanks het feit dat het wielrennen immers een uiterst zware sport is (samen met marathon en squash vallen er hier het meeste doden door hartstilstand; de inspanning tijdens een zware bergetappe bedraagt zo’n 9.000 kilokalorieën, wat overeenkomt met een voetballer die drie volledige wedstrijden na elkaar zou spelen of een atleet die een dubbele marathon loopt), verloopt de keuring van de wielrenners routineus. Op tien minuten tijd heb je reeds je doktersattest in de hand. Of zoals Marc Sergeant het stelt: “Vaak is zo’n onderzoek niet meer dan driemaal door de knieën buigen en even naar de hartslag luisteren.”
Met andere woorden, of het hart van al die jonge mensen wel voor honderd procent geschikt was om deze sport in competitieverband te beoefenen, is wellicht nooit echt grondig getest. Bovendien stopt de verplichting om je medisch te laten keuren op 21-jarige leeftijd.
Dan gaat het er in Italië b.v. heel wat strenger aan toe. Daar werd een ploegmaat van Gianni Bugno, Roberto Amadio, op basis van dergelijke tests verdere uitoefening van zijn beroep ontzegd. Ook op het schiereiland beschouwt men dus renners met hartafwijkingen zoals Franco Bitossi, de Italiaanse kampioen uit de jaren zestig en zeventig, amateurwereldkampioen Alex Pedersen of de meervoudig wereldkampioen veldrijden Radomir Simunek als uitzonderingen. Francesco Conconi in “De Morgen” van 25/1/1997: “De doden in Nederland en België zijn niet het gevolg van EPO, maar van slecht of onbestaand medisch onderzoek. Hoe komt het dat weinig of geen Italiaanse renners doodgaan? Omdat de controle veel strenger is. Hoe komt het dat Kanu mocht voetballen bij Ajax, maar niet bij Inter Milaan? Omdat bij ons het hart van een sportman grondig onderzocht wordt. Die doden zijn het gevolg van hartafwijkingen, al of niet aangeboren of veroorzaakt door trainen met koorts. Die mensen hadden nooit sport mogen doen. Dat precies zoveel wielrenners dood gaan heeft te maken met de zware belastingen in die sport.”
Dat zijn natuurlijk allemaal mooie betrachtingen. Ik weet niet of men dat zal kunnen uitschakelen, doping zeker niet als men b.v. ziet dat voor het onderzoek naar het groeihormoononderzoek anderhalf miljoen dollar werd uitgetrokken door het IOC, terwijl het congres van Parijs in 1994 alleen al 15 miljoen dollar kostte en het Olympisch Museum op 80 miljoen is begroot. De prioriteiten liggen dus duidelijk elders, terwijl de dodenlijst steeds maar aangroeit…
26/4/1972 François Le Bihan (Frankrijk, 37) profwielrenner tijdens wedstrijd in Bretagne
12/9/1972 Pierre Bellemans (Vlaanderen, 23) profwielrenner
15/8/1974 Lionel Vandamme (Torhout, 32) ex-profwielrenner tijdens een partijtje voetbal
30/7/1977 Bas Hordijk (Nederland, 31) profwielrenner tijdens criterium in Nederland
13/8/1977 Louis Verreydt (Vlaanderen, 26) ex-profwielrenner
29/3/1980 Vicente Lopez Carril (Spanje, 37) ex-profwielrenner tijdens een partijtje voetbal
26/6/1983 Sture Pettersson (Zweden, 40) ex-profwielrenner
14/12/1983 Ludo Vanderlinden (Vlaanderen, 32) ex-profwielrenner
17/8/1988 Connie Meijer (Nederland, 25) wielrenster tijdens criterium
18/8/1989 Bert Oosterbosch (Nederland, 32) ex-profwielrenner
27/2/1990 Johannes Draaijer (Nederland, 26) profwielrenner bij P.D.M.
14/5/1990 Eric Chanton (Frankrijk, 26) tijdens plaatselijke rittenkoers
26/7/1990 Leo Duyndam (Nederland, 42) ex-profwielrenner
12/8/1990 Dirk De Cauwer (Temse, 23) amateur-wielrenner
14/9/1990 Patrice Bar (Wallonië, 23) profwielrenner
3/10/1990 Geert Reynaert (Vlaanderen, 21) amateur-wielrenner
20/5/1991 Adrian Hawkins (Engeland, 22) wielrenner na pistewedstrijd
29/10/1991 Jürgen De Cock (Vlaanderen, 21) amateur-wielrenner na jogging
13/5/1992 Bart Zoet (Nederland, 49) ex-profwielrenner
12/6/1992 Darren Ridehalgh (Engeland, 21) wielrenner op training
14/6/1992 Philippe Van Coningsloo (Wallonië, 24) tijdens kermiskoers
16/8/1992 Wim Lambrechts (Vlaanderen, 25) tijdens mountainbike-wedstrijd
28/9/1992 Filip Rooms (Temse, 23) tijdens een uitstap met wielertoeristen
17/7/1993 Johan Baetens (Vlaanderen, 29) volleyballer na jogging
9/10/1993 Geert De Vlaeminck (Vlaanderen, 26) tijdens veldrit
27/10/1993 Carmino Baelen (Vlaanderen, 22) veldrijder
5/2/1994 Joachim Halupczok (Polen, 25) ex-wielrenner
21/1/1995 Philippe Casado (Frankrijk, 30) wielrenner tijdens bijwonen van rugbywedstrijd
26/3/1995 Jo Leysen (Vlaanderen, 22) amateur-wielrenner na wedstrijd waarin hij diende op te geven
23/4/1996 Jesus Hernandez Ubeda (Spanje, 36) wielrenner
8/7/1996 Olivier Hufschmid (Zwitserland, 22) wereldkampioen duatlon en triatlon bij de junioren in 1993
11/8/1996 Marc Van Meensel (Vlaanderen, 26) amateur-wielrenner na opgave in wedstrijd
25/2/1997 Manuel Abreu (Portugal, 34) wielrenner
9/11/1997 Paul Haghedoorn (Vlaanderen, 38), ex-wielrenner tijdens het joggen
1/5/1998 Jos Schoeters (Lokeren, 51) ex-wielrenner
12/9/1998 Björn Stenersen (Noorwegen, 28) tijdens een wegwedstrijd in eigen land
17/7/1999 Piet van den Brekel (Nederland, 66) ex-wielrenner tijdens een toeristentocht
27/7/1999 Amilcare Tronca (Italië, 27) op training
10/3/2001 Glenn Fockaert (Vlaanderen, 20) amateur-wielrenner
21/4/2001 Kim Van Bouwel (Vlaanderen, 21) veldrijder
7/4/2002 Georges Vanconingsloo (Wallonië, 61) tijdens fietstocht
21/6/2002 Wladimiro Panizza (Italië, 56)
29/8/2002 Johan Mannaert (Vlaanderen, 19) amateur-wielrenner
10/1/2003 Denis Zanette (Italië, 32) profwielrenner tijdens tandartsbezoek
2/3/2003 Kenny Vanstreels (Vlaanderen, 19) bij de start van een wielerwedstrijd
3/6/2003 Fabrice Salanson (Frankrijk, 23) in zijn slaap tijdens de Ronde van Duitsland
14/11/2003 Marco Rusconi (Italië, 24) amateur-wielrenner na zijn eigen verjaardagsfeest
29/12/2003 Michel Zanoli (Nederland, 35) ex-wielrenner
12/2/2004 Johan Sermon (Vlaanderen, 21) wielrenner na ploegvoorstelling
30/6/2004 Stive Vermaut (Vlaanderen, 28) ex-wielrenner na twee weken coma
26/9/2004 Tim Pauwels (Vlaanderen, 22) tijdens veldrit
16/10/2004 Bert Heremans (Vlaanderen, 25) amateur-wielrenner na zijn eigen verjaardagsfeest
15/6/2005 Alessio Galletti (Italië, 37) tijdens de Subida al Naranco
9/10/2005 Ubaldo Mesa (Colombia, 31) tijdens lokale rittenkoers
28/2/2006 Arno Wallaard (Nederland, 26) wielrenner op training
5/1/2007 Daniel Bennett (Australië, 23) wielrenner op training
5/9/2007 Gert Verheecke (Vlaanderen, 36) tijdens kermiskoers
29/12/2007 Peter Bissell (Engeland, 21) wielrenner tijdens avondje uit
11/5/2008 Bruno Neves (Portugal, 26) profwielrenner tijdens lokale rittenkoers
16/6/2008 David Topliss (Engeland, 58) tijdens rugbywedstrijd
13/10/2008 Adam Watene (Engeland, 31) rugbyspeler tijdens powertraining
5/2/2009 Frederiek Nolf (Vlaanderen, 21) in zijn slaap tijdens de Ronde van Qatar
2/3/2009 Colin Dunne (Ierland, 27) tijdens marathon van Barcelona
9/2/2009 Kamila Skolimowska (Polen, 26) goud hamerslingeren Sydney
22/3/2009 Leon Walker (Engeland, 21) tijdens rugbywedstrijd
19/5/2009 Steve Larsen (VS, 39) ex-beroepsrenner tijdens running workout
26/5/2009 Niek Rentmeester (Nederland, 23) wielrenner, in zijn slaap
6/7/2009 Mathieu Montcourt (Frankrijk, 24) tennisser, na avondje stappen
9/8/2009 Daniel Jarque Gonzalez (Spanje, 26) voetballer op stage
5/9/2009 Michal Jezek (Tsjechië, 31) voetballer na owngoal
3/10/2009 Jonas Schoonaert (Vlaanderen, 20) volleyballer na wedstrijd
23/3/2010 James Williamson (Australië, 26) in zijn slaap tijdens MBK-rittenwedstrijd
23/10/2010 Fran Crippen (VS, 26) tijdens WB zwemmen in open water
24/10/2010 Weit Heuker (Nederland, 59) in zijn slaap tijdens de Crocodile Trophy
07/11/2010 Robbe Verlee (Temse, 14) voetballer, tijdens het weekend
14/11/2010 Christian Marechal (België, 54) mountainbiker op stage
19/12/2010 Patrick Meersschaert (Sint-Gillis-Waas, 52) na lange tijd in coma te hebben gelegen
17/01/2011 Eddy Pétry (Borgworm, 37) tijdens zaalvoetbalwedstrijd
18/03/2011 David Kindermans (Aalst, 20) tijdens voetbalwedstrijd
28/03/2011 Peter Loyens (Vlijtingen, 38) tijdens zaalvoetbalwedstrijd
13/11/2011 Bobsam Elejiko (30) tijdens voetbalwedstrijd
27/11/2011 Kevin Colpaert (Gent, 27) na tafeltenniswedstrijd
Deze lijst is uiteraard (helaas) niet exhaustief en ik hou mij dan ook aanbevolen voor aanvullingen.

Ronny De Schepper

(*) Voor waarnemers is dit voorval met Lemond een aanleiding om te zeggen dat de kankerbehandeling van Lance Armstrong voor een nieuwe fase in het dopingproces heeft gezorgd. Het valt immers niet te ontkennen dat Armstrong na zijn behandeling “een ander mens” was geworden. Daarvóór had hij de fysionomie van een typische eendagsrenner, nadien werd hij – op papier – de grootste ronderenner aller tijden. Op zijn minst toch een merkwaardige vaststelling voor iemand die zo’n zware ziekte heeft doorgemaakt.
(**) Het “record” van Menthéour zou later worden gebroken door Bjarne Riis, “mister 60%”.

17 reacties laat een →
  1. alfredlagarde permalink
    6 februari 2009 4:08 pm

    het is inderdaad heel erg dat zoveel jonge sporters plotseling een hartstilstand krijgen. men kan alleen maar zeggen dat het een mooie dood is, maar dat maakt het verdriet voor de familie er niet minder op. het komt heel hard aan omdat je het nooit verwacht op zo’n jonge leeftijd en omdat er nooit problemen waren. toch gebeurt het niet allen in de sport, want het doet me denken aan mijn oudste zoon zijn beste vriend Maarten De Smedt die in de bus met de uitwedstrijd van Germinal Beerschot naar Bergen in de bus in slaap was gevallen en ook een plotselinge hartstilstand gekregen had. hij was 27 jaar en heeft het ook niet gehaald. aan deze jongen zag je ook niet dat er zoiets zou gebeuren. voor de familie en de vrienden van Frederiek Nolf wens ik heel veel sterkte toe in deze moeilijke periode.

  2. 2 maart 2009 12:06 pm

    Dag de heer De Schepper, met veel aandacht en interesse heb ik uw logboek “dagelijks iets degelijks” gelezen. Ik schrijf o.m. poezie over wielrenners (zie mijn website) en ben nu bezig met een requiem voor jonggestorven renners uit de lage landen. Het moet een eerbetoon worden, geen treurzang over doping. Niettemin zal ik de mogelijke gevolgen van dopinggebruik niet verdoezelen. Het komende jaar wil ik vooral materiaal verzamelen om goed gedocumenteerd te zijn. Van uw (uitgebreide en treurige) relaas maak ik (als u dat goed vindt) dankbaar gebruik.
    Mijn lijst van de jonggestorven renners begint met Pierre Bellemans (overleden in 1972) en eindigt met Frederiek Nolf.
    Tot nu toe een 36tal renners, maar ongetwijfeld niet compleet. Zou u eens naar die lijst willen kijken?
    Met dank en waardering,
    Albert Megens

  3. 2 maart 2009 5:56 pm

    Uiteraard mag je gebruik maken van mijn gegevens, mijnheer Megens, dat spreekt vanzelf. Maar wat die lijst betreft, ik heb mijn eigen namen niet nageteld, maar zo op het eerste gezicht zou ik zeggen dat jouw lijst completer is dan de mijne.

  4. 5 maart 2009 7:01 pm

    Waarde heer De Schepper, momenteel werk ik aan een eerbetoon voor 44 renners uit de lage landen. Van enkele van hen heb ik weinig of geen gegevens. Misschien kunt u die of wellicht iemand anders die verstrekken. Het betreft: Cees Evers (overleden te Goirle rond 1985); Michel Schellekens (Schijndel); Ruud Brouwers (Teteringen, kort na 1988 overleden; Johnny de Blaere (overleden 21 aug. 1976); Diederik Bastiaans geboren in 1965, overleden in 1988; Peter van Haeke geboren 1972 overleden in 1989; Benny Roekens geboren in 1966 overleden in 1989; Geert Reynaert overleden 3 oktober 1990 21 jaar; Jurgen de Cock overleden 29 oktober 1991 21 jaar; Philippe van Coningsloo overleden 14 juni 1992 24 jaar, zoon van vroegere prof Georges; Carmino Baelen overleden 27 okt. 1993 22 jaar; Marc van Meensel overleden 11 augustus 1996 26 jaar; Glenn Fockaert overleden 10 maart 2001 20 jaar Brecht; en tenslotte Jan Hordijk geboren te Rotterdam in 1946, overleden in 1977.
    Mogelijk kunt u of een ander mij helpen.
    Bij voorbaat dank
    Albert Megens

    • Gert Haesendonck permalink
      17 juli 2009 1:00 pm

      Benny Roekens geboren in 1966 (ik denk in Leuven) overleden in 1989
      Benny Roeken’s ouders wonen/woonden(?) in Bertem 3060. Hij was de oudere broer van Johan Roekens (°1968)
      Ik ken hem en zijn broer van de lagere school, maar we zijn/waren zeker geen vrienden. Zijn jongere broer was nogal een vechtersbaas waarmee ik (1969) het als haantje de voorste van mijn klas wel regelmatig aan de stok had.
      Benny zelf was een veel kalmer persoon: Wat mij van hem altijd zal bijblijven dateert van mijn elfde levensjaar (de zomer van 1980, met op de achtergrond “Can you feel the force” van The Real Thing): Ik leerde mijn eerste sigaret rollen en Benny vertelde me afkeurend: “Je moet dat niet doen jong, want daarvan kan je binnenkort niet meer lopen……”
      Ik begreep pas veel later wat hij bedoelde. Volgens mij is hij trouwens van 1967, tenzij hij in de lagere school een jaar achter zat, maar ik heb hem daar nooit een jaar weten overdoen.
      Volgens de verhalen die ik heb gehoord (toen ik nog bij m’n ouders in Bertem woonde) zou Benny moeten stoppen zijn met koersen omwille van (aangeboren?)hartproblemen. Hij zou vervolgens gaan voetballen zijn en de eerste dag op het veld zijn ineengezakt.
      PS: Opgelet: In Bertem waren er destijds 2 personen met de naam Johan Roekens: De rosse en de niet-rosse. ‘t Is de laatste die je moet hebben. Ze woonden trouwens op een steenworp van elkaar….

      Hope this helps a little.

      Met vriendelijke groet

      Gert

    • frederik rosez permalink
      6 maart 2010 8:24 pm

      Beste mr Megens;

      toevalig belandde ik op deze site.
      Johny Deblaere was de neef van mijn moeder.
      Mss weet zij nog het een en ander van hem.
      Ikzelf heb hem nooit gekend maar heb er nu en dan wel al over gehoord.
      Indien je info wilt, wil ik het wel eens vragen.
      Hoe staat het met je eerbetoon?
      Groeten,
      Frederik

      • 3 april 2010 6:05 pm

        Beste Frederik,
        dankzij Patrick Lefevere, de gerenommeerde ploegleider, ben ik veel over Johny te weten gekomen: hij was met Johny bevriend en fietste samen met hem bij de liefhebbers. Uiteraard ben ik benieuwd naar wat je moeder nog weet over haar neef.
        Met wielergroet,
        Albert

      • christine vrbrackel(van Kwikenborne permalink
        21 september 2011 10:43 pm

        Johny est decedé le 21 aout 1976 et il etait mon premier et grand amour
        Je ne l’ai jamais oublié 35 ans plus tard et y pense souvent
        J’ai encore les lettres qu’il m’a envoyées de la course de la paix en mai 1976
        et j’aimerais beaucoup parler avec des personnes l’ayant connue
        J’aimerais aussi avoir des nouvelles de sa soeur Karine pour qu’elle sache que son frere etait vraiment le garçon avec qui je voulais faire ma vie, malheureusement la vie est injuste et je n’accepte pas que l’on dises des betises par apport a sa mort
        Beaucoup de personnes decedent de problemes cardiaque sans etre sportif
        Christine vankwikenborne

      • 22 september 2011 8:46 am

        Chère madame Vankwikenborne,
        Probablement votre connaissance du Néerlandais est insuffisante, car il n’y a personne qui a dit ici “des bêtises” sur Johny Deblaere, bien au contraire!

  5. 6 maart 2009 10:02 am

    Geachte heer Megens,
    Van de meeste renners die u opsomt heb ik ooit wel eens van gehoord, maar zelf kan ik er niets méér over vertellen. Hopelijk andere lezers?

  6. Bart permalink
    27 juli 2009 4:31 pm

    28/2/2006 John Sulkers (Nederland, 23) wielrenner op training
    http://www.vanas-online.nl/john/index.html

    Ben een beetje op internet aan het struinen naar doping in de sport, maar het is beangstigend en bizar om te zien hoe doping in de sport en wielrennen in het bijzonder is verweven. En ook altijd verweven zal blijven. En hoeveel doden dat misschien wel direct of indirect heeft teweeggebracht.

  7. Bert permalink
    16 oktober 2009 11:51 am

    12/10/2009 Frank Vandenbroucke (België, 34) profwielrenner op vakantie

    R.I.P.

    • 16 oktober 2009 4:01 pm

      De doodsoorzaak van VDB is op dit moment nog altijd niet vastgesteld, maar het lijkt wel vast te staan dat het geen hartstilstand was. (Enfin, uiteindelijk sterft iederéén aan een hartstilstand, maar u begrijpt wat ik bedoel.)

  8. 25 mei 2011 10:51 am

    Beste meneer De Schepper,
    mede dankzij u verschijnt binnenkort mijn “Requiem voor een wielrenner” Ik kan u geen uitnodiging/persbericht sturen omdat ik uw mailadres niet weet.
    Maar raadpleeg op google “De polderrenners” en uw vindt alle gegevens. Nogmaal met veel dank,
    Albert

  9. 26 mei 2011 10:54 am

    en uiteraard ook meneer de Schepper op mijn website: http://www.albertmegens.nl
    Met wielergroet en hoogachting,
    Albert

  10. barend permalink
    25 november 2011 6:38 pm

    Kan je ook zo’n onderzoek doen naar “popsterren” , deze hebben een nog grotere voorbeeldfunctie dan sporters

    • 26 november 2011 9:55 am

      Ikzelf ben daar nu te oud voor, maar ik vind het zeker een goed voorstel voor nog actieve journalisten. Ik denk wel dat er één groot probleem is: popsterren worden helaas niet gecontroleerd op hun drugsgebruik, zoals men sporters wel op doping controleert. Dat zal het onderzoek zeer bemoeilijken. Een paar voorbeelden die mij te binnen schieten: Michael Jackson, Elvis Presley, Brian Jones, Jimi Hendrix… Ik denk dat die allemaal zogezegd een “natuurlijke” dood zijn gestorven, maar dat gelooft natuurlijk niemand.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 46 other followers