Marlon Brando in “Christopher Columbus: the discovery”
Toen Marlon Brando vond dat hij aan zijn oeuvre niets meer kon toevoegen, trok hij zich als een vadsige koning (of zoals Orson Welles als u dat liever hoort) terug en speelde af en toe enkel nog een kleiner (maar dik betaald) personage in een of andere B-film. Zo is hij deze middag om half twaalf op BBC 2 te zien in “Christopher Columbus: the discovery”, een film uit 1992 (uiteraard) van John Glen, die evenwel overschaduwd werd door “1492: The Conquest of Paradise” van Ridley Scott. Let wel op: Brando speelt dus niét Christopher Columbus maar wel Torquemada, de leider van de Spaanse Inquisitie. Of zoals de mannen van Monty Python pleegden te zeggen: “Nobody expects the Spanish Inquisition!” Zeker niet in de persoon van Marlon Brando, zou ik zo zeggen…
In de jaren vijftig heeft de opkomst van de rockmuziek en de eigen jongerencultuur ook z’n weerslag op de film. Vooral twee acteurs treden op de voorgrond door hun rebellenimago: Marlon Brando in “The wild one” en James Dean in “Rebel without a cause”. Brando kreeg zijn opleiding bij Maria Ley (1898-1999), de weduwe van Erwin Piscator en de choreografe van Max Reinhardt, en bij Stella Adler, een heftige tegenstandster van de “Method” van Lee Strasberg.
Marlon Brando weigerde aanvankelijk de hoofdrol in “On the waterfront” omdat hij weigerde met de verklikker Elia Kazan te werken. Het is producer Sam Spiegel die hem kan overhalen, op voorwaarde dat hij elke dag om 16u mag stoppen om naar zijn psychiater te gaan…
En dat is zeker waar, want Brando heeft een jeugd gehad die veel verklaart. Zijn moeder Dodie was bij het amateurtoneel, maar dan vooral voor de “après ski”: net zoals de lumberjack van Monty Python “she likes to hang around in bars”, waaruit zoonlief haar dan moet komen halen, ongetwijfeld zingend van “ach moederlief toe drink niet meer!”
Maar er is nog meer aan de hand: “I was always sexually aroused by the smell. As much as I hated it, it had an undeniable allure for me.”
En waar zat vader Marlon sr. ondertussen? Wel, ook in bars, maar dan wel andere, liefst waar er ook nog wat te gokken viel met de kaarten of zo. “He never showed any affection for anyone, least of all his son.”
En die zoon hield dan ook van hem met heel zijn hart: “I wanted to kick his balls into his throat. I wanted to rip his ears off and eat them in front of him. I wanted to separate his larynx from his body and shove it into his stomach.”
“One-eyed jacks” was de eerste (en enige?) film die Marlon Brando zelf draaide (in 1960). Nadien begon Brando stilaan door te slaan en belangrijke rollen te weigeren. In plaats van “Lawrence of Arabia” van David Lean gaf Marlon Brando b.v. merkwaardig genoeg de voorkeur aan “The mutiny of the Bounty” van Lewis Milestone. Hij hield er wel zijn grote liefde aan over, maar dat kon hij toch bij voorbaat niet weten? Al zal het werken met Polynesische meisjes hem misschien wel meer hebben aangetrokken dan met bedoeïnen. Hij weigerde ook de hoofdrol in “Butch Cassidy and the Sundance Kid” en “One flew over the cuckoo’s nest”.
Later werd ook Marlon Brando “ge-out” als biseksueel. Zijn eerste vrouw (in totaal zou hij elf kinderen hebben bij vier vrouwen) Anna Kashfi zegt zelfs dat hun enige zoon Christian (1958-2008) werd genoemd naar de Franse acteur Christian Marquand, waarmee hij in die tijd een verhouding had. De reden van Brando’s emotionele instabiliteit is te wijten aan zijn haat-liefde verhouding tot zijn alcoholieke moeder en de haat tegenover zijn tirannieke vader. Hij neukte dan ook alles wat zijn pad kruiste. Tijdens de opnames van “A Streetcar named Desire” deed hij het zelfs zowel met Vivien Leigh als met haar man Laurence Olivier. Toen hij echter Ava Gardner had binnengedaan, stuurde Frank Sinatra een knokploeg op hem af die hem eens mores zou leren.
1995 had het jaar van de come-back van Marlon Brando moeten worden, aangezien zijn naam werd vernoemd in verband met niet minder dan vier producties. “Don Juan de Marco” was de eerste, dankzij de genegenheid die Brando had opgevat (in welke zin dan ook) voor hoofdrolspeler Johnny Depp. Uiteindelijk zou deze het eiland van Brando overkopen. Dat gebeurde, nadat Brando’s dochter Cheyenne er op 16 april 1995, na drie mislukte pogingen, “eindelijk” in slaagde zelfmoord te plegen. De aanleiding was dat de 25-jarige Cheyenne het hoederecht over haar 4-jarig zoontje Tuki werd ontnomen. Niet helemaal ten onrechte, want Cheyenne was reeds vier jaar op de dool, nadat haar halfbroer Christian op 16 mei 1990 haar vriend Dag Drollet had vermoord. Volgens haar moeder Tarita Teriipia was ze zo’n “nervous wreck” omdat ze als kind was misbruikt door haar vader. Volgens Cheyenne was de moord op Drollet trouwens gebeurd op aanstoken van Marlon Brando zelf. Christian werd tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld en kwam begin 1996 vrij dankzij de Amerikaanse versie van de wet Lejeune.
Daarna had normaal de komedie “Divine Rapture” moeten komen, waarin Brando als priester een vrouw (Debra Winger) wil laten verrijzen tot groot scepticisme van een dokter (John Hurt) en een reporter (opnieuw Johnny Depp). Na ongeveer een week draaien in Dublin werd de film echter afgeblazen wegens financiële problemen. Daaropvolgend zou hij te zien zijn in een remake van “The island of Dr.Moreau”. Vóór hem speelden reeds Burt Lancaster in 1977 en Charles Laughton in 1933 deze rol (in het laatste geval heette de film wel “The island of lost souls”). Tenslotte heeft hij ook zelf een scenario geschreven, “Bull boy”, dat zou worden verfilmd door Sean Penn. Bij mijn weten werd deze film nooit gerealiseerd. Marlon Brando is overleden op 1 juli 2004.
Ronny De Schepper
Selectieve bibliografie
Robert Lindsey, Brando: songs my mother taught me, Century, 1994.
Peter Manso, Brando, Weidenfeld, 1994.
Darwin Porter, Marlon Brando – Met de billen bloot, Uitgeverij Houtekiet, 2006.
Richard Schickel, Brando, a life in our times, Uitgeverij Pavilion.
David Shipman, Marlon Brando, Uitgeverij Sphere Books.
Robert Tanitch, Brando, Studio Vista, 1994.