Jongerengroep De Veldstraat
Begin 1973 komt het met ‘t Broebelke tot een breuk: het grootste gedeelte van de “socio-culturele werkgroep” (o.a. Frank Vanderherten, Marc Boel en ikzelf; Patrick Michiels doet niet mee) scheurt zich af en vormt samen met een scheurgroep van de KSA (o.a. Willy Baecke, Ivo De Beer, Guido Pijl en Luc Boel, de jongeman op de foto) Jongerengroep De Veldstraat.
In De Voorpost verscheen n.a.v. het vijfjarig bestaan een artikel (helaas kan ik niet meer zeggen wie de auteur was en in welk nummer het precies is verschenen) waaruit ik volgende passages licht:
“Jongerengroep Veldstraat ontstond in de lente van 1973, toen een conflict in KSA-middens leidde tot de afscheuring van een aantal leden. Zij wilden in groep blijven verderwerken, zij het niet volgens de strikte regels van een jeugdbeweging, en namen daarom het initiatief een gloednieuwe kring in het leven te roepen. Aangezien in die tijd KSA en VKS reeds goed samenwerkten, sloten ook enkele VKS’ers bij de nieuwe vereniging aan. Tot de pioniers behoren: Ivo De Beer, Willy Baecke, Guido Pijl, Jenny Schelfhaut en Riet De Beer.”
“Aanvankelijk betekende het ontbreken van een eigen lokaal een serieus nadeel. toen dat lokaal als manna in de woestijn in hun schoot viel, was dat precies de stimulans die men nodig had om op volle kracht door te gaan. Marcel Schelfhaut, aannemer uit de Veldstraat, had benevens een lieve dochter Jenny, lid van de nieuwe kring, ook een leegstaande boerderij, gelegen Veldstraat 137, en na enige wenken van zijn dochter besloot hij het gratis ter beschikking te stellen van de groep. Dat betekende een enorme stap vooruit voor de groep die dhr.Schelfhaut dan ook erg dankbaar was en is. Gezien het lokaal in de Veldstraat gelegen was en men dus steeds sprak over ‘We gaan naar de Veldstraat’ kregen lokaal en jongerengroep spoedig de naam Veldstraat. En dat werd ook de officiële benaming.” (*)
We begonnen al meteen met een groots festival in de Gemeentelijke Schouwburg, Triangel, dat echter een even grote flop werd.
Op 15 december gaven Sonia en ik in de club zelf ons écht trouwfeest – wat doorgaans als het echte trouwfeest wordt beschouwd was maar een trieste bedoening (**) – en op 23 februari vond er het eerste zogenaamd “overbruggingsconcert” plaats. Daarbij wilden wij de (toen nog zeer erg en misschien ook nu toch nog een beetje) gescheiden werelden van de “ernstige” en de “lichte” muziek bijeenbrengen. Gezien de bouwvallige locatie konden wij natuurlijk geen grote orkesten en evenmin luide rockgroepen brengen, maar die eerste avond trad enerzijds het Ars Musica-kwartet op en anderzijds mijn collegevriend André De Rop met zijn “Leuvense” makkers Erik Van Haegenberg en Johan Smet. Zij brachten resp. blues, folk en kleinkunst. Wie tot dat Ars Musica-kwartet behoorde, weet ik niet meer, maar ik herinner me nog wel dat de jonge violist Wim De Moor nog bij ons heeft opgetreden, evenals “den Beet”, zijnde mijn collega muziekleraar bij de Broeders, wiens echte naam me nu ontgaat. “Den Beet” speelde clavecimbel en het naar binnen manoeuvreren van dat instrument was een hele gebeurtenis. De Veldstraat was gewoon een oud huis, dus een echte “zaal” was er zeker niet. De uitvoerders en ook het publiek zat gewoon verspreid over de verschillende kamers! Maar er was niemand die morde, want de toegang was gratis.
Een tweede overbruggingsconcert werd meteen gepland, of wàs zelfs al gepland als ik afga op de brief die ik van Werner Stuyven van het blokfluitensemble Syrinx op 25 februari mocht ontvangen en waarin hij verwees naar mijn eigen brief van 28 januari. Werner Stuyven was mijn vroegere leraar Grieks (met een stel indrukwekkende, Grieks aandoende, wenkbrauwen die hem de bijnaam Zorba opleverden, maar die hem vooral in staat stelden goed te illustreren wat “hypopsia” nu precies betekent in het Oud-Grieks) en het stelde mij dan ook een beetje teleur dat hij me in zijn brief aansprak met “Geachte Heer” en nergens zelfs maar alludeerde dat hij mij zich nog herinnerde.
Een passage uit zijn brief: “Ons repertorium is stilaan wel ruim genoeg, maar niet avondvullend. Dat zou dus mooi passen in uw opvatting. Alleen hebben we wat bezwaren tegen al te korte tussenkomsten (kwestie van inspelen: gebrek aan routine) en al te late optredens met jonge jongetjes. Hoe zit dat?”
In de brief suggereert de heer Stuyven (of Zorba, als u het wat gezelliger wil houden) een datum ergens begin mei. Welke datum het precies is geworden, kan ik niet meer achterhalen, maar het concert heeft wél plaatsgevonden. Dat weet ik nog heel goed. Dat blokfluitensemble was zo omvangrijk dat er meer uitvoerenden dan publiek was, maar alweer kon dit niemand deren. Integendeel, de specifieke structuur van de Veldstraat inspireerde Zorba om zijn ensemble voor een zogenaamd “echostuk” in diverse kamers onder te brengen, zodat de muziek op een bepaald moment van diverse kanten kwam. Een heerlijke ervaring!
Ondertussen was op 2 maart de heer Lardenoit te gast geweest en dat was dan weer helemaal iets anders was de heer Lardenoit (ik heb geen voornaam) was een hypnotiseur. Ook dit gebeuren was volledig gratis. (***)
Op 6 april organiseerden we een benefietavond voor Chileense vluchtelingen (herinner u dat de putsch van Pinochet nog maar pas had plaatsgevonden), maar ook dat werd een flop, zodat er op 15 april reeds een eerste crisisvergadering plaatsvond. Ik was daar blijkbaar zelf niet bij, zo maak ik op uit het verslag dat nadien werd rondgestuurd:
“In beperkte werkvergadering bijeen op 15 april – Jenny, Martine, Guido, Frank en Frank (****) – stellen wij vast:
- dat ten allen kante kritiek en misnoegdheid komt tegen de huidige manier van werken van de Veldstraat, bijvoorbeeld:
- dat kliekjesvorming met eigen activiteiten hoogtij viert;
- dat bier en dergelijke gedronken worden zonder dat hiervoor het nodige betaald wordt;
- dat er activiteiten gepland worden waar katten de grote aanwezigen zijn;
- dat er uitgaven zijn zonder verantwoording en goedkeuring van de Veldstraters;
- dat er ooit eens aan sport werd gedaan;
- dat men eens een kabaret ging ineen steken;
- dat er eens een receptie ging plaats vinden… maar dit alles glansrijk in ‘t water gevallen is;
- dat vuiligheid en wanorde schering en inslag is;
- dat er wel platen worden gekocht op kosten van de Veldstraat maar dat er zich verder niemand om bekommert.
Kortom, het is één en al chaos, wanorde en noem maar op, en dit alles onder het motto “doe maar op… wat kan het ons schelen?”
Daarom komen wij tot het besluit dat hier eens grondig moet gepraat. Het moet gedaan zijn met naast elkaar te leven. Dat was niet de bedoeling van de Veldstraat. Daarom nu de volgende vragenlijst die in alle ernst MOET ingevuld worden en die duchtig zal besproken worden op de discussievergadering van 27 april, in de Veldstraat 137, waarop iedereen dringend uitgenodigd wordt.
DE TOEKOMST VAN DE VELDSTRAAT STAAT OP HET SPEL. Wil je meedoen zet je dan in, blijf anders weg.”
Die vragenlijst waarover sprake, heb ik niet meer dus die kan ik niet weergeven. Ik vraag me ook af of ik naar die vergadering ben geweest en wat ik daar dan als standpunt heb ingenomen. Ik was immers de eerste van de Veldstraat die getrouwd was en Roddy (overigens verwekt in de Veldstraat – uiteraard op een moment dat er niemand aanwezig was – dat zal ook wel niet volgens de huisregels geweest zijn) was al onderweg, dus het was niet evident voor mij om mij te blijven inzetten. Ik was ook de oudste (Marc Boel niet meegeteld die we daar trouwens ook niet zo veel hebben gezien) en “bijgevolg” ook de enige die al werkte (al de anderen studeerden nog), dat zal ook wel niet geholpen hebben. Tenslotte woonde ik in die tijd in Sint-Niklaas, wat weliswaar niet zo ver uit de buurt is, maar toch verder dan mijn vroegere woning, van waaruit ik gewoonweg te voet naar de Veldstraat kon gaan…
Nee, ik weet echt niet wat er nadien is gebeurd, maar als ik teruggrijp naar dat artikel in De Voorpost, dan lees ik het volgende: “Het spreekt vanzelf dat het Veldstraatpubliek in vijf jaar heel wat wijzigingen ondergaan heeft, zowel wat de gewone bezoekers als wat de organiserende leden betreft. Het is zeker gepast enkele namen te noemen die vroeger hun medewerking verleenden maar zich nu niet meer direct met de Veldstraat bezighouden: Willy Baecke, Theo De Gendt, Ronnie (sic) De Schepper en Guido Pijl. Zonder de democratische principes te vergeten, voelte men van bij de start tot de noodzaak aan om een algemene coördinator aan te stellen, en zo werd Frank Vanderherten de eerste voorzitter.”
“De as waarrond de Veldstraat momenteel draait bestaat uit Luc Boel (voorzitter), Peter Pijl (secretaris), Martien Baecke (penningmeesteres), Marleen Van Strijdonck, Ludo Machiels, Frank De Gendt, Alex Boel, Peter Volckerick, Jenny Schelfhaut, Eric Meersman, Ivo en Riet De Beer, Frank Vanderherten, Martien Verbeke, Mieke Van Raemdonck en Raf Bernaers.”
Ronny De Schepper
(*) In de eerste oproep voor deelname aan Triangel wordt er nog gesproken van het KIM-lokaal. Wat KIM precies wilde zeggen, weet ik niet, dat had nog iets met KSA te maken.
(**) Voor de geschiedenisboeken (en zeker niet omdat ik er zelf mee instemde!) kan ik nog melden dat het “officiële” trouwfeest werd “opgeluisterd” door de blinde zanger-accordeonist Jos Martin (Jozef Meeuwissen, 1931-2010) samen met een drummer (Jempi Verhofstadt?). Het was mijn vader die dit “fantastische” idee had gehad. Enfin, zo had ik er anno 1973 toch een idee van hoe trouwfeesten tussen de twee wereldoorlogen er moeten hebben uitgezien…
(***) Volgens het artikel in De Voorpost zouden ook Jan De Wilde en De Snaar ooit hebben opgetreden in de Veldstraat. Dat had ik graag willen meemaken!
(****) De familienamen staan er niet bij en ik moet ze dan ook schuldig blijven. Ik vermoed alleen dat één van de twee Franken wel Frank Van der Herten zal zijn geweest. Oh ja, en Guido zal wel Guido Pijl zijn.